Motie Koffeman aange­nomen met ruime meer­derheid


31 mei 2011

Den Haag, 31 mei 2011 - De Eerste kamer heeft een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen, die de regering verzoekt invulling te geven aan een concreet toetsingskader om de intrinsieke waarde van dieren beter te toetsen. De regering wil in de Wet Dieren de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren enkel van toepassing laten zijn op de huisvesting en verzorging van dieren die gehouden worden. De Partij voor de Dieren is van mening dat de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren ook inhoudt dat men de plicht heeft om actief het gebruik van dieren te verminderen. Daarom diende senator Niko Koffeman een motie in.

De Raad voor Dierenaangelegenheden bevestigt in haar rapport ‘Agenda voor het dierbeleid’ (2010) dat de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren impliceert dat het gebruik van dieren ethisch gerechtvaardigd dient te worden. Er zal dus een afweging gemaakt moeten worden tussen de belangen van de mens en de belangen van het dier. Wat daarbij wel of niet acceptabel is, en de voorwaarden waaronder het gerechtvaardigd is om dieren te gebruiken, zal moeten worden beargumenteerd.

Niko Koffeman: “De intrinsieke waarde van dieren moet periodiek geëvalueerd worden aan de hand van bestaande afwegingsmodellen, bijvoorbeeld die van de Raad voor Dierenaangelegenheden, en betrokken worden bij de verdere invulling van de Wet Dieren. De Eerste Kamer heeft op 17 mei 2011 deze wet aangenomen. De Wet Dieren erkent voor het eerst de intrinsieke waarde van dieren. Helaas is de wet verder vooral een ‘wet dierlijke producten’: Leeg, onduidelijk en geen dierenwelzijnswet. Deze motie brengt daar verandering in, zodat dieren niet alleen wettelijke bescherming hebben, maar vooral ook op werkelijke bescherming zullen kunnen rekenen.”

Klik hier voor de motie.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief