Opinie: Mijn idee voor Nederland


1 maart 2013

Lezing, uitgesproken door Marianne Thieme in De Balie, 28 februari 2013

Dames en Heren,

Denkend aan Holland

zie ik vervuilde rivieren

traag door oneindig

laagland gaan,

rijen gekapte populieren

als gevelde pluimen

naar de biomassacentrale gaan;

en in steeds beperkter

ruimte verzonken

megastallen

opeengepakt in het land.

Hendrik Marsman zou zich omdraaien in zijn graf wanneer hij zou weten op welke wijze de mensen van 2013 kleingeld hebben gemaakt van het Holland dat hem inspireerde. Iedereen die dat Holland nog gekend heeft, maakt zich zorgen. De ouderen van nu lopen massaal warm voor een partij als 50Plus, omdat ze de zittende politiek niet meer vertrouwen. Het onbehagen is van een onderstroom een bovenstroom geworden, zegt Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

De verschillende bronnen van onvrede in ons land zijn deze week geïnventariseerd door de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. De vier onderscheiden stromingen gaan allemaal over primaire mensenbelangen. De links conservatieven maken zich zorgen over toenemende ongelijkheid, de nationalisten over invloeden van buitenaf, de traditioneel conservatieven over de verhuftering en de elitair-progressieven maken zich druk over populisme en xenofobie.

Natuurlijk zijn primaire mensenproblemen van belang maar ze gaan goeddeels voorbij aan de echt grote problemen van onze planeet. Onze liefde voor groei, of eigenlijk geld, maakt ons blind voor het feit dat we wonen op een krimpende planeet, met snel afnemende grond- en hulpstoffen. We hebben nog een beetje aardgas, we hebben nog een beetje drinkwater. Het Wereld Water Forum waarschuwt dat in 2017 zeventig procent van de wereldbevolking geen toegang meer heeft tot schoon drinkwater. 2017, da’s nog 4 jaar te gaan!

Paul Bulcke, topman van Nestlé, het grootste voedingsconcern ter wereld, stelde deze week dat zijn bedrijf op basis van wetenschappelijke analyses vreest dat de wereldwijde graanproductie tegen tekorten tot 30 procent van de behoefte kan aanlopen in 2030. Dat is een verlies gelijk aan de totale graanproductie van India en de Verenigde Staten samen. En Bulcke zegt ook dat de uitputting van zoetwaterreserves niet alleen de landbouw treft, maar ook het milieu en ten koste gaat van politieke en sociale stabiliteit. Dat leidde in 2008 al tot voedselrevoluties in Afrika en het Midden Oosten en we weten dat oorlog nooit verder weg is dan drie gemiste warme maaltijden.

Visserijbiologen verwachten dat de oceanen nog in onze generatie zullen zijn leeggevist met desastreuze gevolgen voor klimaat, milieu en voedselvoorziening. In 2025 wordt het omslagpunt verwacht waarop we de schade die wij aan de aarde toebrengen niet meer zullen kunnen herstellen.

“Ah, bij wijze van spreken dan”, denken veel mensen. Zo’n vaart zal het toch niet echt lopen? De supermarkten puilen nog steeds uit, we hebben het goed! Wanneer we geconfronteerd worden met voedselschandalen zoals de paardenvleesfraude, spreken we daar vooralsnog geen schande van, maar roepen we: hoe zou dat smaken, paardenvlees?

Dames en Heren, Arnold Heertje werd weggehoond door veel van zijn collega’s toen hij in zijn boek “Echte Economie” welvaart definieerde als “alles waar mensen nu en in de toekomst, waar ook ter wereld, behoefte aan hebben”. Hij bedoelde daarmee inclusief zaken die niet in geld worden gekwantificeerd, zoals de leefomgeving, het behoud van de natuur en schone lucht. Zijn collega’s vonden het echter veel te vergezocht om de kwaliteit van het bestaan te betrekken bij economische definities.

Het materiële welvaartsbegrip, dat zij hanteerden, waarin van alles wat we hebben, de terugverdientijd centraal staat, heeft het economische denken gedomineerd sinds de jaren zeventig.

Heertje veronderstelt dat de recente economische crisis ertoe kan leiden dat de wal het schip zal keren. Hij zegt: “de kredietcrisis heeft ertoe geleid dat we beseffen dat er een algehele crisis is, een overlevingscrisis die draait om het duurzaam omgaan met ons klimaat, met water en energie en de natuur”.

Het ons blind staren op geld als doel in zichzelf, heeft geleid tot een kredietbubble die doet denken aan de tulpenmanie uit het begin van de zeventiende eeuw. De windhandel in tulpenbollen leidde ertoe dat er totale ontreddering ontstond. Er was een uit de hand gelopen speculatieve manie waarin optiecontracten leidden tot ongekende prijsstijgingen. De beroemdste tulpenbol, de Semper Augustus, werd in Haarlem voor maar liefst zesduizend gulden, de prijs van een grachtenhuis, verkocht. In het pamflet uit 1636, getiteld “Claere ontdeckingh der dwaesheydt”, werd beschreven dat één tulpenbol evenveel waard was geworden als twee karrenvrachten tarwe, vier karrenvrachten rogge, vier vette ossen, acht vette varkens, twaalf vette schapen, twee vaten wijn, vier vaten bier, twee tonnen boter, duizend pond kaas, een bed, een zilveren kelk, een aantal kledingstukken, plus een schip om dat allemaal te vervoeren.

Daarna hebben we tal van economische zeepbellen gezien zoals de 18de eeuwse South Sea Bubble, de Florida Land Boom van 1920, de beurskrach van 1929, de internetbubble in de jaren ’90 van de vorige eeuw, de bankencrisis van 2008 en de huidige Euro- en kredietcrisis. Aan Sir Isaac Newton werd gevraagd wat hij de markthype rond de South Sea Company dacht: “ Ik kan de bewegingen van hemellichamen berekenen, maar van de markt begrijp ik niets”.

De overmoed die de afgelopen jaren kenmerkte kwam het best in beeld in de arrogante reclames van de Rabobank die zichzelf omschreef als een wereldspeler die zichzelf blijft. Vandaag maakte de Rabobank bekend dat er grote groepen klanten in problemen verkeren en dat de bank 6000 mensen gaat ontslaan.

De complexiteit van de markt en de schaarste van grondstoffen, heeft zelfs geleid tot een explosieve situatie die de nabije toekomst al zeer onzeker maakt, laat staan een blik werpt op een verder liggende toekomst in termen van duurzaamheid.
Volgens Robert Reich, voormalig minister van arbeid in de VS, heeft elke burger in de westerse samenlevingen vier zielen: de consument, de belegger, de werknemer en de burger. De permanente strijd tussen die vier zielen zou leiden tot de instabiliteit zoals we die telkens in andere verschijningsvormen, maar ook steeds heviger zien ontstaan.

Het feit dat de welvaart tot ongekende hoogte is gestegen, doet niets af aan het feit dat een kleine planeet met een groeiende wereldbevolking en dito behoefte niet in staat kan zijn tot ongebreidelde groei.

Het is geen toeval dat in de systeemcrises die we over ons afroepen, we niet alleen te maken hebben met plofkippen, maar ook met plofwielrenners, plofbanken, plofpensioenen, plofhypotheken, een plofmunt en met plofpolitici en plofpolitieke partijen. Ze hebben allemaal te maken met onze groei- en schuldverslaving en de valse hoop dat de bomen tot in de hemel zouden kunnen groeien.

Het traditionele groeimodel, beste mensen, is letterlijk uitgeput en biedt geen zicht op een duurzame toekomst. Een dergelijk desastreus groeimodel zien we ook in de veehouderij. Daarover straks meer.

Economische groei vormt niet de oplossing, maar is het probleem. Het is de logica van een piramidespel om te stellen dat alleen groei ervoor kan zorgen dat we niet krimpen.

Earth Overshoot Day, de dag waarop we de natuurlijke reproductiecapaciteit van de aarde overschrijden, viel in 1980 op 14 december. Dat was de dag waarop de reproduceerbare grondstoffen voor dat jaar op waren. Inmiddels is Earth Overshoot Day verschoven naar 22 augustus.

We weten dat de biodiversiteit ernstig gevaar loopt en dat dertig procent van de achteruitgang wordt veroorzaakt door de veehouderij. Zonder biodiversiteit geen landbouw en dus geen voedsel. Zonder natuur en biodiversiteit stopt de stroom van grondstoffen voor ons dagelijks leven.

Voor zover deze problemen benoemd worden, durven beleidsmakers het niet aan om de oplossingen te noemen. Daan van Doorn, van de gelijknamige commissie Van Doorn die de toekomst van de veehouderij onderzocht, stelde vast dat wanneer ons consumptiepatroon wereldwijd zou worden overgenomen, we vier aardbollen nodig zouden hebben om dat mogelijk te maken. En vervolgens zegt hij: “om de wereld te kunnen voeden zijn megastallen nodig, een verdere intensivering van de landbouw”. Dat betoog krijgt navolging bij vertegenwoordigers van Rabobank en Wageningen Universiteit, zoals Fresco en Dijkhuizen. Meer vlees, meer vis, meer melk, eieren om de wereld te voeden, en daarom grotere stallen, grotere kotters, meer van hetzelfde.

We bouwen megastallen in de Oekraïne, we exporteren varkens naar China, en we hebben de Chinese premier ervan overtuigd dat alle Chinese schoolkinderen een halve liter melk per dag zouden moeten drinken, ondanks het feit dat ze lactose-intolerant zijn.
We zijn zo verslaafd geraakt aan groei en grootschaligheid, dat we nauwelijks meer kunnen denken in andere patronen. We denken dat elk probleem kan worden opgelost met grootschaligheid. In megastallen kunnen we luchtwassers installeren, ziektekiemen buiten houden en de medicatie computergestuurd maken. Dames en heren, steeds meer mensen verliezen hun geloof in dat megalomane denken waarin de mens de natuur naar zijn hand zet. Waarin de mens de natuur stuk rationaliseert.

We dachten dierziekten onder controle te hebben, maar zien de ene dierziektenuitbraak na de andere met gevaar voor de volksgezondheid. We hebben het gezien aan de Q-koortsepidemie waarbij de gezondheid van mensen en het leven van dieren geofferd werd op het altaar van de economie.

We fokken koeienrassen die niet meer op een natuurlijke manier kunnen bevallen. We fokken kippen die na zes weken letterlijk doodgroeien en als dat niet meer gepikt wordt, maken we een nieuw kippenras dat na zeven weken dood groeit en noemen dat vooruitgang.
We versnipperen of vergassen tientallen miljoenen eendagshaantjes omdat ze ons niet genoeg opleveren. We gooien voor elke kilo gevangen vis twee kilo vis dood overboord. We halen kalfjes direct na geboorte weg bij hun moeders, omdat we de melk voor onszelf opeisen. We knippen de staarten en tanden van biggen af en de snavels van kippen. Beste mensen, voormalig minister Gerda Verburg beweert in interviews zonder blikken of blozen dat als de varkens en kippen in het buitenland wisten dat ze het zo goed in Nederland kunnen hebben, ze allemaal naar ons land zouden verlangen.

Dit volkomen vastgelopen systeem, dames en heren, wordt gesteund door de traditionele politieke partijen. Partijen die de problemen waaronder onze planeet zucht, hebben laten ontstaan, en die nu roepen dat er behoefte is aan vernieuwing. Niet omdat ze daar ideeën over hebben, maar als vlucht naar voren. Maar hun voorwaarts is wel het meest onverstandige advies dat je kunt opvolgen, wanneer je aan de rand van de afgrond staat. Einstein zei al dat het niet voor de hand ligt problemen op te lossen vanuit dezelfde instelling als waarmee ze veroorzaakt zijn.

Er is dringend behoefte aan nieuwe inzichten. Niet vanuit de oude politieke zuilen, maar vanuit een overstijgend belang dat zicht biedt op een duurzame toekomst.
We weten inmiddels dat vleesproductie een veel grotere impact heeft op het klimaat dan groenten en andere landbouwproducten. Maar volgens 25 vooraanstaande Engelse onderzoekers bleef de vervuiling die de vleesproductie met zich meebrengt tot nu onderbelicht. In hun vorige week verschenen rapport ‘Our Nutrient World’ zeggen ze dat wereldwijd 80 procent van alle stikstof- en fosfornutriënten bestemd voor de productie van veevoer. Onze massale vleesconsumptie brengt de nutriëntenhuishouding volledig uit balans, zeggen de wetenschappers.

Ze berekenden dat we 127 miljard euro aan grondstoffen en schadebeperking zouden kunnen besparen als we twintigprocent zuiniger omspringen met nutriënten. Dat zou ook nog eens een besparing van twintig miljoen ton stikstof opleveren. Hoofdauteur Mark Sutton van het Britse Centrum voor Ecologie en Hydrologie zegt: "Onze analyse toont aan dat een beter beheer van voedingsstoffen het milieu, het klimaat en de volksgezondheid ten goede komt. En tegelijk doen we iets aan de problemen rond voedsel- en energievoorziening."
Econoom Pavan Soekhdev van Deutsche Bank berekende dat de kredietcrisis eenmalig zevenhonderd miljard euro kost, terwijl het kappen van het tropisch regenwoud leidt tot een jaarlijks terugkerende kostenpost tussen de vijftienhonderd miljard en vierduizend miljard euro .

Het lijkt een somber verhaal, toch ben ik optimistisch, dames en heren. Het diepe dal waarin de traditionele politiek ons gebracht heeft, kan mensen tot het besef brengen dat er radicale maatregelen noodzakelijk zijn om het tij te keren.

We zien wat er niet werkt. We zijn het vieste jongetje van de Europese klas met 70 miljard kilo mest, 14x het lichaamsgewicht van elke Nederlander in poep. De oplossing voor het mestprobleem is er weer een vanuit hetzelfde denken als waardoor de problemen zijn veroorzaakt. Laten we investeren in mestvergisters. Aan de 150 mestvergisters die Nederland nu telt, is onder het mom van 'groene stroom' al 345 miljoen euro subsidie uitgegeven. Maar mestvergisters produceren geen groene stroom, maar bruine stroom. Het kleine beetje energie dat de mestvergisters opleveren, komt namelijk niet uit de lucht vallen. Om onze bio-industrie draaiende te houden, worden er grote hoeveelheden soja en mais ingevoerd uit landen als Brazilië en Argentinië. Dit hele proces kost jaarlijks net zo veel energie als vijf miljoen huishoudens gebruiken. De schamele opbrengsten van de mestvergisters staan daarmee in schril contrast. We verspillen veel te veel energie aan de bio-industrie en we wekken er maar heel weinig energie mee op.

Voor omwonenden brengen de mestvergisters bovendien heel veel overlast met zich mee. Mensen worden letterlijk ziek van mestvergisters. Veel omwonenden klagen over stankoverlast, waarbij ze soms dagenlang last hebben van hoofdpijn en misselijkheid.
En na al deze kosten en overlast, blijven we kampen met een enorm mineralenoverschot in de vorm van fosfaat en stikstof, die onze natuur en waterkwaliteit letterlijk verstikt.

De veehouderij is wereldwijd verantwoordelijk voor meer uitstoot van broeikasgassen dan alle auto’s, vliegtuigen, trucks, treinen en schepen samen. Wij kunnen daar samen heel veel doen voor het klimaat door minder vlees te gaan eten. En je hoeft niet meteen vegetariër te worden. Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam leert dat als we allemaal één dag minder vlees gaan eten, dat dat net zoveel uitstoot van broeikasgas spaart als één miljoen auto’s van de weg halen. Dus stel jezelf de vraag: wat laat ik liever staan, m’n auto of m’n biefstuk?

Dames en heren, we zullen in Nederland toe moeten naar een veel kleinere veehouderij. In ons land lijden en sterven jaarlijks meer dan 500 miljoen dieren in de bio-industrie. Dat brengt ons geen voorspoed, zoals wel beweerd wordt, maar rampspoed in de vorm van een kwijnende en verdwijnende natuur, dierziektencrises, onveilig voedsel, gezondheidsproblemen en een afkalvende beschaving. Gandhi zei al dat de mate van beschaving van een land het best kan worden afgemeten aan hoe het met zijn dieren omgaat.
Alleen drastische vermindering van het aantal dieren in Nederland vormt een oplossing. We kunnen in een kwetsbaar landje niet produceren voor 70% export, we moeten produceren voor de regio, hoogkwalitatief en tegen fatsoenlijke prijzen.

Het LEI heeft becijferd dat de Nederlandse landbouw prima biologisch zou kunnen en dat de meerprijs beperkt zou blijven, als we maar allemaal meedoen, niet als biologisch de dure voorkeur blijft van een relatief kleine avantgarde. Volgens de onderzoekers Van Bruchem en Van Meijl zou heel Nederland biologisch, betekenen dat we in plaats van twaalf procent ongeveer zestien procent van ons inkomen aan voedsel gaan besteden. In de jaren zeventig gaf een gemiddeld gezin in Nederland nog dertig procent uit aan voedsel. En in grote delen van de wereld is dat nog steeds zo. Wanneer we een serieuze prijs gaan betalen voor het belangrijkste om ons in leven te houden, komt er ook ruimte voor een schone en duurzame productie.
Dat kan om te beginnen bereikt worden door strikte doorvoering van het beginsel dat de vervuiler moet betalen.

Vervuilers moeten in elk geval niet langer gesubsidieerd worden. Niet via massieve landbouwsubsidies vanuit de EU die vrijwel de helft van het Europese budget opslokken, maar ook niet via subsidies op fossiele brandstoffen. We kunnen daar jaarlijks miljarden op besparen, wanneer we bereid zijn het traditionele denken te verlaten.

Onderzoek van de Vrije Universiteit leert dat voor elke kilo varkensvlees die verkocht wordt, tenminste de helft van de kosten niet betaald wordt door de consument, maar voor rekening van de samenleving komen. 4 sateetjes voor 28 cent of een hamburger van 15 cent is niets anders dan heling. Het kan niet, en het zou niet moeten mogen. Het is met vlees zoals met eurocenten: het produceren ervan kost meer dan de waarde ervan. De kosten van de bedrijfsvoering die afgewenteld worden op de samenleving, zullen direct in rekening gebracht moeten worden aan de eindgebruiker. Vorige week stelde ook professor Richard Tol voor om CO2 per product te belasten. Geen emissiehandel, maar direct betalen simpel, helder en effectief.

Vervuilende producten worden duurder, schone producten worden per saldo goedkoper.

We zullen het de vervuiler betaald moeten zetten, dat hij een voorschot neemt op de toekomst van ons en van onze kinderen! Dierlijke producten hebben een prijs en die prijs zal betaald moeten worden, we kunnen de rekening niet doorschuiven naar onze kinderen!
Dat vindt ook onze minister president die in 2009 nog als fractievoorzitter van de VVD. Hij zei, en ik citeer: " Ik heb altijd grote moeite gehad met de bio-industrie, met dat stapelen van varkens op een mensonwaardige manier. Dierenwelzijn staat voor ons zeer hoog op de verlanglijst. Het is zeer belangrijk. U kunt daar altijd bij ons voor terecht. En hij zei ook: "consumenten die één euro betalen voor een pond gehakt steken de kop in het zand als ze menen dat dit vlees diervriendelijk geproduceerd kan zijn".

Alle lichten staan op Groen! Nu het CDA gedecimeerd is, hoeven Rutte en Samsom hun eerdere beloftes alleen nog maar waar te maken en is er een meerderheid voor een einde aan de bio-industrie.

We kunnen heel goed leven met veel minder dieren. Het is een primitieve gedachte dat we het leven van andere dieren zouden moeten nemen om zelf in leven te blijven. Daarom moeten we af van de grootschalige consumptie van dierlijke producten en overstappen op een meer plantaardig menu. Liefst biologisch geproduceerd, zonder chemische bestrijdingsmiddelen, zonder genetische manipulatie en zonder roofbouw.

Maar, beste mensen, biologisch gehouden slachtdieren zullen geen soelaas kunnen bieden bij een gelijkblijvende vraag naar vlees of melk. Dat zal simpelweg teveel ruimte op onze planeet in beslag nemen. Vlees blijft een zeer inefficiënte wijze van eiwitproductie en kan onmogelijk het groeiend aantal monden in de wereld voeden. Minder én beter is het devies.

We weten allemaal dat het eten van teveel vlees door wetenschappers in verband wordt gebracht met ernstige ziektes zoals hart- en vaatproblemen, verschillende soorten kanker, obesitas en diabetes. Ik daag u uit, kan één van u één ziekte noemen die in verband gebracht wordt met een vegetarisch dieet? Ik hou me aanbevolen, ik zet er een goeie fles wijn op!

Er zijn inmiddels wereldwijd meer dan 600 miljoen vegetariërs wereldwijd, dus dat zou epidemiologische aanknopingspunten moeten bieden als ze ook maar iets tekort zouden komen.

Het tegendeel is het geval. Ik was afgelopen weekend in de Verenigde Staten voor het International Congress on Vegetarian Nutrition. Wetenschappers van gerenommeerde universiteiten melden zonder uitzondering dat vegetariërs gezonder zijn en gemiddeld aanmerkelijk langer leven dan vleeseters. De massale vleesconsumptie is vol-ko-men achterhaald. Vanwege de dieren, de natuur, het milieu, de volksgezondheid, de biodiversiteit, het klimaat, de wereldvoedselverdeling en het voorkomen van wereldwijde dierziektencrises.

En er zijn voldoende alternatieven, die we vanuit de overheid verder zouden moeten stimuleren.

Een eeuw geleden waren er tientallen miljoenen trekpaarden in de VS, nu nog een handjevol. Landbouwmechanisatie heeft ervoor gezorgd dat er slimmere manieren zijn om het land te bewerken dan met een paard voor de ploeg. Zo moeten we ook de slachtdieren kunnen bevrijden uit de voedselketens.

In een tijdperk met hoogtechnologische kennis, is het onzin om nuttige plantaardige eiwitten eerst langs het maag/darmkanaal van een dier te leiden, waardoor maar tien procent nuttige eiwitten resteert.
We hebben de keuze om uit één kilo soja driehonderd gram kip te produceren, of drie kilo vleesvervanger uit één kilo soja(-isolaat). We kunnen de wereld voeden door minder dierlijke en meer plantaardige eiwitten te produceren voor menselijke consumptie.
Het beëindigen van de bio-industrie zou volgens sommigen schadelijk zijn voor de economie. Een dooddoener die ook werd gebruikt als argument waarom slavernij en kinderarbeid niet afgeschaft zouden kunnen worden en vrouwen niet toegelaten op de arbeidsmarkt. Dat is erg meegevallen.

De agrarische sector schermt graag met het feit dat ze een bijdrage van tien procent aan het BNP zou leveren, maar wie goed kijkt, ziet dat de primaire productie slechts een kleine één procent bedraagt. De intensieve veehouderij, kippen en varkens, nog veel minder, namelijk 0,3%, en melkvee ook 0,3%.

Op dit moment wordt tachtig procent van het wereldlandbouwareaal gebruikt voor de veehouderij. En bijna de helft van de wereldgraanvoorraad wordt opgeslokt door de koeien, kippen en varkens. Zouden we het bestaande landbouwareaal benutten voor hoogwaardige plantaardige voeding voor mensen dan zouden we, volgens Louise Fresco zelf, minstens 30 miljard monden kunnen voeden.

We kunnen het ons niet veroorloven om één miljard mensen elke avond met honger naar bed te laten gaan, om kinderen te laten sterven van de honger, met onze lekkere trek als enige legitimatie. Alsof je bij een buffet vier borden voor jezelf opschept vanuit de mentaliteit dat mensen achterin de rij ( dat wil zeggen de Derde wereld) letterlijk kunnen doodvallen.

Kleinschaligheid heeft ons meer te bieden dan inhaligheid. De aarde biedt genoeg voor ieders behoefte, maar niet voor ieders hebzucht. Daarom is revolutie meer noodzakelijk dan ooit.
Zullen we in opstand komen tegen de politici die ons hebben wijsgemaakt dat geld het hoogste goed is?

Zullen we weer gaan genieten van alles wat echt waarde vertegenwoordigt, de natuur, onze familie en onze vrienden, schone lucht schoon water e een stabiel klimaat? Alleen opstand tegen de traditionele politiek biedt kansen. Niet uit frustratie, maar om er nieuwe hoop uit putten.

We zullen de grenzen van de aarde als uitgangspunt moeten kiezen. Eckart Wintzen stelde al in 1994 voor om niet het goede gedrag van mensen te belasten, maar het slechte gedrag. Waarom belasting heffen op activiteiten die waarde toevoegen, 21% BTWboete op vrijwel alles wat we ondernemen of aanschaffen? Waarom stellen we de arbeid niet vrij van belasting, en belasten we gebruik van alles wat schaars en kwetsbaar is? Een Belasting Onttrokken Waarde, op alles wat druk legt op de natuur, het milieu en de grondstoffenvoorraad. Zo stimuleren we hergebruik van grondstoffen en tegelijk ook de werkgelegenheid.

Laten we ons, beste mensen, niet langer focussen op economische groei, maar op economische én persoonlijke ontwikkeling. Een circulaire economie die zich beweegt binnen de grenzen van wat de aarde aan kan. Zorgen dat er geen negatieve sporen van ons leven op aarde achterblijven, aan het einde van ons leven. De Partij voor de Dieren is de enige politieke partij die dat bepleit. Die niet de korte termijn mensenbelangen centraal stelt, maar de belangen van de planeet en daaruit afgeleid de belangen van al haar bewoners. De vraag is niet of we ons een ander beleid, het beleid zoals wij dat voorstaan, kunnen veroorloven. Mijn stelling is dat we het ons niet kunnen veroorloven om het niet te doen.

You may say that I’m a dreamer, but I’m not the only one! Dank u wel!

Marianne Thieme

Wij zijn tegen:

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief