Opinie: Een vergissing van de bank in ons nadeel


17 maart 2015

Gepubliceerd op Joop, 17 maart 2015, onder de titel "Burgeroorlog op het platteland in het vooruitzicht?"

De groei van megastallen in de provincie neemt dramatische vormen aan. Het overzicht in Trouw (13-03) geeft al een onthutsend beeld, maar de werkelijkheid is nog veel ernstiger dan dat. De bouw van megastallen is nog maar net op stoom gekomen, en het is opmerkelijk dat in de politieke debatten in de aanloop naar de verkiezingen voor Provinciale Staten geen enkele aandacht was voor het thema.

De Partij voor de Dieren werd niet eens uitgenodigd voor de meeste TV- en radiodebatten en de andere partijen hadden het vooral druk met korte termijn mensenbelangen. Niet de gewenste toekomst staat centraal, maar disputen over het verleden. Bonnetjesaffaires, integriteitskwesties, politieke matchfixing tussen wisselende gedoogpartners, dat werk.

Intussen stoppen 7 agrarische gezinsbedrijven per dag omdat ze niet meer mee kunnen of willen in de ratrace die door de banken wordt gedicteerd. Boeren die willen omschakelen, bijvoorbeeld van varkens naar geiten, krijgen bij de bank steevast de eis te horen dat het rendement ook omhoog moet. Dat betekent: meer dieren in krappere stallen. En financieringslasten die voor de boeren forceren tot een bedrijfsvoering die ze nooit zelf zouden kiezen - nooit gewild hebben - maar waarvan ze niet meer terug kunnen.

Voor burgers die op het platteland wonen heeft die ontwikkeling eveneens zeer kwalijke gevolgen. De volksgezondheid op het platteland wordt rechtstreeks bedreigd door de megamorfose die het platteland doormaakt. De Q-koorts epidemie ligt nog vers in het geheugen. Reizigers die vanuit de VS of Brazilië naar Nederland reisden kregen bij vertrek het officiële advies o.m. van het CDC[1] niet in de buurt te komen van veebedrijven in Brabant, Limburg en Gelderland vanwege de Q-koortsbacterie. Maar de omwonenden van de geitenstallen waar de uitbraak was vastgesteld werden door de Nederlandse overheid op geen enkele wijze gewaarschuwd.

Fijnstof zorgt er voor dat inwoners van Nederland gemiddeld 9 maanden korter leven. Maar weinigen lijken erbij stil te staan dat die fijnstof behalve door autoverkeer vooral veroorzaakt wordt de bio-industrie. Uit metingen van het RIVM blijkt dat de hoogste overschrijdingen van de fijnstofnormen vooral gemeten worden in gemeenten met veel megastallen, met name in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland. Daarbovenop komt nog dat Nederlanders gemiddeld 4 maanden korter leven door de uitstoot van stikstof.

Banken hebben nog een manier om de grootschaligheid in de Nederlandse veehouderij verder aan te jagen. Terwijl de Nederlandse veeboer stapje voor stapje door de maatschappij de diervriendelijkere richting uit wordt gestuurd, subsidieert de Nederlandse overheid de bouw van megastallen in het buitenland, potjes die bedoeld zijn voor ontwikkelingssamenwerking. In samenwerking met Nederlandse banken en verzekeraars van exportkredieten worden zeer bedenkelijke megastal-projecten gefinancierd. Zo bleek uit onderzoek van Wakker Dier [2] dat Nederlands belastinggeld in een uitbreidingproject van de megavarkenstallen van de Russische multimiljardair Abromovich met een kwart miljoen varkens. Een industrialiseringsproject van een pluimveegigant in Roemenië kreeg subsidie vanwege de Nederlandse levering van plofkippen, veevoer en stalinrichtingen Een Nederlandse megaboer kreeg Nederlands belastinggeld om in Bosnië een stal voor 3.500 varkens te bouwen. Daarnaast hebben de Nederlandse banken de megamorfose van opkomende economieën ontdekt Rabo is met het verstrekken van miljardenleningen (4,2 miljard in 3 jaar) voor de bouw van megastallen in Brazilië en China de grootste financier van dit soort ontwikkelingen ter wereld en ook ING blaast met 1,4 miljard een stevig toontje mee, zo blijkt uit onderzoek van ProFundo[3].

De Nederlandse burger loopt op twee manieren gevaar. In dorpen als Grubbenvorst en Barneveld wonen vele tientallen malen meer dieren dan mensen, waarmee de dreiging dat ook burgers slachtoffer worden van uitbraken van besmettelijke dierziekten steeds ernstiger wordt.

Tegelijk wordt met het belasting- en spaargeld van de burger de bouw van megastallen in landen in het voormalig Oostblok mogelijk gemaakt, wat zorgt voor oneigenlijke concurrentie met Nederlandse boerenbedrijven die aan andere normen moeten voldoen en steeds vaker onder grote financiële druk de regels overtreden, ook op het gebied van volksgezondheid. Daarmee financiert de Nederlandse spaarder of belegger het afkalven van de werkgelegenheid in Nederland, het in gevaar brengen van de plattelandsbevolking en het wegconcurreren van Nederlandse agrarische gezinsbedrijven.

Er staan letterlijk levens van mensen en dieren op het spel, door de onverantwoorde manier waarop dierlijke productie wordt georganiseerd en bevorderd.

Dat leidt tot een onhoudbare situatie, die kan leiden tot een burgeroorlog in Nederlandse plattelandsprovincies. Niet burgers tegen boeren, maar burgers tegen banken en bestuurders die geld belangrijker vinden dan het leven en de gezondheid van burgers.

Niko Koffeman, lid van de Eerste kamer voor de Partij voor de Dieren

[1] http://www.boerderij.nl/F2R/?returnurl=%2fRundveehouderij%2fNieuws%2f2011%2f4%2fSchippers-laakt-advies-Q-koorts-VS-AGD563862W%2f

[2] http://www.wakkerdier.nl/uploads/media_items/de-megastal-als-exportproduct.original.pdf

[3] http://www.wakkerdier.nl/persberichten/nederlandse-banken-topinvesteerder-in-buitenlandse-megastallen

Wij zijn tegen:

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief