CDA-minister Veerman (LNV) verklaart ganzen en smienten vogelvrij


11 september 2004

In een persbericht van het ministerie van LNV van 9 september jl. wordt de indruk gewekt dat minister Veerman onlangs de bescherming van smienten en drie soorten wilde ganzen aanzienlijk heeft verbeterd. In werkelijkheid kondigt hij aan, dat zelfs in de weinige aangewezen gedooggebieden voor deze trekvogels gejaagd mag worden. Ook als daar geen andere reden voor is dan het plezier van de hobbyjagers. Veerman geeft er eens te meer blijk van slechts oog te hebben voor de wensen van boeren en jagers, natuurwaarden zijn voor hem van volstrekt ondergeschikt belang.

Nog in 1997 werd in de 2e Kamer met vrijwel algemene stemmen een motie aangenomen, die moest voorkomen dat er in ons land ooit nog op trekvogels zou worden geschoten. Daarmee werd de internationaal belangrijke positie van ons land als overwinteringsgebied van Noord-Europese en Siberische ganzen en eenden erkend. Eventuele landbouwschade zou worden vergoed. Eind vorig jaar kondigde minister Veerman al maatregelen af om het schieten op grauwe ganzen, kolganzen, rietganzen en smienten toch weer mogelijk te maken omdat de kosten van de schadevergoedingen naar zijn mening te hoog opliepen. Door ver- en bejaging zouden de ganzen en eenden moeten leren zich alleen nog op te houden in de zogenaamde gedooggebieden. Daarvoor is in heel Nederland slechts 80.000 ha voorzien.

In november 2003 heeft de Stichting Faunabescherming in een brief aan de 2e Kamer al gewezen op het feit, dat er voor de voedselvoorziening van deze vogels een minstens vijfmaal zo groot gebied nodig is. Bovendien blijkt uit experimenten dat het jaren duurt voordat de ganzen en eenden geleerd hebben welke gebieden veilig zijn. Door nu zelfs in de weinige veilige gebieden jacht toe te staan, ondermijnt Veerman de principes van zijn eigen toch al discutabele beleid. Helaas wordt hij daarin gesteund door een advies van het onderzoeksinstituut Alterra, dat van mening is dat het schieten van zo’n 100.000 ganzen geen bedreiging vormt voor de populatie als geheel…. Dat mag wetenschappelijk gezien waar zijn, de maatschappelijke consequenties daarvan zijn onaanvaardbaar. Bovendien geldt voor vrijwel alle in ons land beschermende diersoorten dat er zonder gevaar voor de wereldpopulatie enorme aantallen van geschoten zouden kunnen worden. Een tweede advies van Alterra, om in de gedooggebieden geen jacht toe te staan, slaat de minister echter in de wind.

Het nieuwe jachtbeleid is een volledige ontkenning van de in de Flora- en faunawet vastgelegde erkenning van de intrinsieke waarde en beschermwaardigheid van de in het wild levende dieren. Door gebrek aan controle in het veld zullen de door de minister geëiste beperkingen van de jacht en door de jagers te maken onderlinge afspraken over plaatsen en tijden waarop gejaagd wordt van weinig praktische waarde zijn. Ook staat allerminst vast dat de heropening van de jacht op ganzen en smienten werkelijk zal leiden tot de door de minister gewenste besparingen.

(Bron: Faunabescherming en website ministerie van LNV)

Blijf op de hoogte van het laatste landelijke nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief