Brussel laat lot proef­dieren over aan weten­schap en farmacie


13 mei 2009

Proefdieren hebben weinig te verwachten van Brussel. Vorige week stemde het Europees Parlement over de herziening van de dierproevenrichtlijn. Meer dan zes jaar is gesproken over deze verouderde regelgeving die proefdieren zou moeten beschermen. En in die zes jaar hebben wetenschap en farmaceutische industrie op alle mogelijke manieren hun invloed aangewend om de plannen bij te sturen en af te zwakken. In de onderhandelingen over het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie zijn al belangrijke eisen komen te vervallen, zoals het verplicht publiceren van de ethische beoordelingen van de toelaatbaarheid van de proeven en het standaard achteraf beoordelen van alle projecten waarbij dieren zijn gebruikt. Zelfs het voorgestelde verbod op de inzet van mensapen in experimenteel onderzoek kent uitzonderingsgronden. Tijdens de behandeling in het Europees Parlement zijn daarnaast vele voorstellen aangenomen die het beschermingsniveau van de richtlijn nog verder naar beneden halen. Zo zijn de mogelijkheden om onderzoek te doen met primaten verruimd ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel, is het aantal verplichte inspecties beperkt en is de verplichte centrale vergunning voor alle experimenten met dieren teruggedraaid.

Terwijl de besluitvorming in Brussel in volle gang is, heeft het Nederlandse kabinet nog altijd geen standpunt ingenomen. Bij het eerste overleg tussen de lidstaten dat inmiddels heeft plaatsgevonden heeft Nederland een zogenaamd ‘studievoorbehoud’ gemaakt. De regering wil eerst kijken of de nu voorgestelde richtlijn gevolgen heeft voor de wetgeving en (administratieve) lasten in Nederland. De Partij voor de Dieren vindt dit onvoorstelbaar en heeft de minister van VWS hier al diverse malen op gewezen. Esther Ouwehand: “Nederland dreigt door deze afwachtende houding de boot te missen, terwijl zij als zelfbenoemd pleitbezorger van dierenwelzijn zich juist nu ten volle zou moeten inspannen om het beschermingsniveau van de richtlijn op te krikken.”

Deze gang van zaken laat wederom zien dat de Partij voor de Dieren hard nodig is, ook in Brussel. Na de Europese verkiezingen op 4 juni zal het voorstel, na bespreking in de Raad van ministers, opnieuw worden behandeld in het Europees Parlement. Natasja Oerlemans zal zich dan namens Partij voor de Dieren hard maken voor het lot van de 12 miljoen proefdieren die jaarlijks in Europa worden gebruikt in experimenten en strijden voor een einde aan alle dierproeven.