Monde­linge vragen Akerboom over de alar­me­rende insec­ten­sterfte dit jaar


6 juni 2023

Mevrouw Akerboom (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. "Geen bijen, geen voedsel": dat was de slogan van de Partij voor de Dieren bij de afgelopen verkiezingen. Dat lijkt nu al werkelijkheid te worden. Dit valt veel mensen buiten op. Dat hoor ik in mijn omgeving, maar tellingen bevestigen het nu ook: ten opzichte van vorig jaar zijn er een kwart minder vlinders en half zoveel hommels waargenomen. Het gaat in Nederland ontzettend slecht met de bestuivende insecten. Ecologen maken zich hele grote zorgen, want dit past in een hele lange neerwaartse trend die al jaren aan de gang is. Zo'n grote achteruitgang van bestuivers zal uiteindelijk desastreuze gevolgen hebben voor onze natuur, die de basis vormt van alles, dus ook voor onze voedselvoorziening. Dat komt door een combinatie van factoren, waarover ik vragen zal stellen: achteruitgang van de natuur, maar ook de droogte en landbouwgif. Steeds maar weer worden natuurbeschermingsregels gebracht als iets vervelends, waar we misschien wel onderuit kunnen, omdat we een klein landje zijn. Maar kan de minister ons vertellen wat er zal gebeuren met het ecosysteem als er geen bestuivers meer zijn?

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Adema:
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De bestuivers zijn natuurlijk van buitengewoon groot belang voor ons ecosysteem. U geeft terecht aan dat bestuivers ook nodig zijn voor onze voedselproductie en voor voedsel op zich. De bestuivers hebben ook een belangrijke rol in het ecosysteem in het wild. Last but not least hebben ook imkers en onze tuinders belang bij bestuivers.

Mevrouw Akerboom (PvdD):
Ik ben blij om te horen dat de minister deze problemen in elk geval serieus neemt en scherp heeft dat het ook heel belangrijk is voor de voedselvoorziening.

(Onrust op de publieke tribune.)

De voorzitter:
Nee, mevrouw, het is niet de bedoeling dat u meedoet met het debat. Wilt u weer gaan zitten? Dank u zeer. Gaat u verder, mevrouw Akerboom.

Mevrouw Akerboom (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. De problemen stapelen zich nog verder op. De bodemtemperatuur warmt op, met gevolgen voor de ontkieming van planten. We verwachten opnieuw een uitzonderlijk droge periode en de eerste grote natuurbrand greep al om zich heen in Limburg. Ondertussen lobbyt de minister voor Natuur in Brussel voor afzwakking van de Natuurherstelverordening. Hoeveel alarmbellen moeten er nog afgaan voordat de minister zich realiseert dat we nu echt grote stappen moeten maken in natuurherstel? En is hij het dan met mij eens dat de Natuurherstelverordening daarbij als kans aangegrepen moet worden, en dan niet in afgezwakte vorm? Het is hoog tijd om te erkennen dat er nu echt wat moet gaan veranderen.

Minister Adema:
Ik ben het zeer met mevrouw Akerboom eens dat de tellingen van vlinders en bijen op dit moment zorgelijk zijn. Zoals ik al zei, hebben we ze echt nodig. De oorzaak waardoor het aantal op dit moment extra laag is, heeft overigens voornamelijk te maken met de droogte in de natuur. Daardoor zijn er minder bestuivers. Dat zijn dus de schadelijke effecten van de klimaatverandering. Natuurlijk heeft ook de landbouw een rol in de insectenstand, maar er wordt ook heel veel gedaan om ervoor te zorgen dat de bijenstand weer op niveau komt. Ik denk aan de Bijenstrategie die wij nationaal hebben. Daarin wordt aan de ene kant gezorgd voor het versterken van de biodiversiteit en voor het verbeteren van de wisselwerking tussen de landbouw en natuur en ook ondersteunen we imkers daarin heel actief bij het gezond houden van de honingbij. Dat zijn hele belangrijke aspecten.

U weet dat er daarnaast ook op Europees niveau gewerkt wordt aan een nieuwe gewasbestrijdingsverordening en dat ook Nederland zich daar mede voor inzet. Die gewasbestrijdingsverordening wil naar een reductie van gewasbestrijdingsmiddelen in 2030 van 50%. Daar werkt ook Nederland aan mee. U weet ongetwijfeld ook dat er in Europa een Bijenrichtsnoer onderweg is dat ervoor gaat zorgen dat er extra actie wordt ondernomen om de bijen en de bijenpopulatie te versterken. Ik denk dat dat richtsnoer zo'n beetje halverwege volgend jaar actief wordt; het moet nog door de procedures heen. Er wordt dus heel veel gedaan om bijenpopulatie en daarmee ook de biodiversiteit weer op niveau te krijgen. De Natuurherstelverordening waar u aan refereert kent ook een hele goede passage over onder andere de bij. Deze passage steunen we ook van harte. We steunen ook van harte het idee om te gaan voor natuurherstel. Maar u weet dat er een aantal aspecten in de Natuurherstelverordening zijn, waaronder het verslechteringsverbod, dat ervoor zorgt dat we op dit moment echt een andere invulling willen hebben van de Natuurherstelverordening. Maar wij staan volledig achter de doelstellingen voor versterking van de natuur en het herstel van de natuur.

Mevrouw Akerboom (PvdD):
Ik wil eerst eventjes ingaan op de droogteproblematiek, want ik hoor de minister daar ook over beginnen. Daar is natuurlijk veel over te doen. Ik heb de media daar ook goed over gevolgd dit weekend, waaronder Nieuwsuur. Daar waren hydrologische experts die ook aangaven dat die problemen er juist vooral zijn niet vanwege klimaatverandering, waar we natúúrlijk ook wat aan moeten doen, maar omdat we heel slecht watermanagement bedrijven juist ten behoeve van de landbouw en de industrie. De transitie naar een duurzame landbouw is ook ontzettend in het belang van de droogteproblematiek, wat dus op die manier ook weer goed is voor de natuur en de insecten. Mijn eerste vraag is: kan de minister dat bevestigen?

Dan wou ik nog eventjes doorgaan op de Natuurherstelverordening. Er wordt namelijk steeds maar gedaan alsof Nederland niet aan het verslechteringsverbod kan voldoen. Dit is juist omdat Nederland al jarenlang de kantjes ervan af loopt; we hebben juist die strengere eisen nodig. Want Nederland is inderdaad dichtbevolkt: dichtbevolkt met honderden miljoenen dieren. We gebruiken de helft van al onze grond voor de vee-industrie, en dit doen we ook nog eens om veevoer op te verbouwen. Dit doen we allemaal om vervolgens vlees te produceren voor de export. Dát zijn de uitzonderlijke kenmerken van ons land die natuurherstel belemmeren. Is de minister het met mij eens dat Nederland in principe ruimte genoeg heeft voor een robuuste natuur wanneer we gewoon veel minder vlees en zuivel gaan produceren en consumeren? Is de minister het met mij eens dat dit gewoon een kwestie is van prioriteiten?

Minister Adema:
Ik heb net een interessant betoog gevolgd van de heer Van der Burg. Hij zegt: gaan de vragen ook over het uitwisselen van de feiten, of gaan we meningen uitwisselen en gaan we met elkaar het debat over meningen aan? Ik hoor mevrouw Akerboom heel veel zeggen wat ik vanuit haar positie, vanuit de Partij van de Dieren, respecteer en begrijp. De Natuurherstelverordening, en vooral het verslechteringsverbod, heeft desastreuze gevolgen voor de Nederlandse samenleving. Dit betekent dat alles op slot komt te staan; dit betekent dat zelfs projecten die zo belangrijk zijn vanuit het oogpunt van bijvoorbeeld de energietransitie en van klimaat daardoor ook stil kunnen komen te liggen. Die risico's zijn gewoon veel te groot voor een dichtbevolkt land als Nederland. Maar dat neemt de doelstelling niet weg achter de natuurherstelverordening, namelijk het herstellen van de natuur. Daar zetten we ook fors op in. Er worden heel veel plannen ontwikkeld op dit moment, zoals u weet, en er zijn ook al heel veel plannen in uitvoering die er juist voor zorgen dat de natuur zich gaat versterken. Maar om die natuurherstelverordening nu plat te slaan zoals u dat doet … Wij hebben daar echt een andere opvatting over.

Mevrouw Akerboom (PvdD):
Ik ben best wel verbaasd over dit antwoord. De minister geeft aan dat er al heel veel in werking is getreden, maar volgens mij laten de cijfers van deze insectensterfte juist zien dat dat lang niet genoeg is. We doen het al jarenlang in overleg met de agrosector, en ondertussen zijn de insecten stervende. Ik vraag me af wanneer de minister de leiding gaat nemen en de boeren gaat helpen met de noodzakelijke transitie naar een toekomstbestendige landbouw met minder dieren en meer biologische en plantaardige teelt. Of wil de minister dat de boeren straks alle gewassen met een kwastje gaan bestuiven omdat de insecten tijdens alle praatsessies het loodje hebben gelegd?

Minister Adema:
Ik heb al gezegd dat de bestuivers buitengewoon belangrijk zijn voor de voedselvoorziening, dus voor kwekers en noem maar op. Daarover geen enkele discussie. Dat is belangrijk, en ik ben het ook zeer met u eens dat er een versterking van de populatie moet plaatsvinden. Overigens is de droogte wel degelijk een van de grote problemen achter de situatie die op dit moment ontstaan is. Het is ook niet voor niks dat mijn collega Harbers de brief "Water en Bodem sturend" naar buiten heeft gebracht, die juist ook gaat over hoe we omgaan met het waterbeheer, met het grondwater en met zoet water in Nederland. Dat is om juist de natuurlijke situatie meer leidend te laten zijn. Daarnaast zijn we, zoals u weet, aan het werken aan een landbouwakkoord waarin er ook perspectief is voor een duurzame landbouw in balans met de omgeving, dus een natuurinclusieve landbouw waarin er ook ruimte is om de biodiversiteit te laten toenemen. Daarover maken we afspraken in het landbouwakkoord. Daar wordt dus volop op ingezet.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Akerboom.

Mevrouw Akerboom (PvdD):
Ja, tot slot nog één ander onderwerp. Er zijn allemaal tuincentra die tuinplanten aanprijzen als bijvriendelijk die helemaal vol met gif blijken te zitten. Mensen kopen die planten, want ze willen de bijen graag helpen, maar ze jagen de bijen daarmee juist ongewild de dood in. Mijn laatste vraag is dus wat de minister gaat doen om ook het gifgebruik op die perkplantjes aan banden te leggen.

Minister Adema:
Zoals ik zei, zijn we bezig om in de hele agrosector het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen te beperken. We zijn bezig met de Europese verordening om toe te gaan naar 50% reductie in 2030. Die ondersteunen we van harte. We zetten er vol op in om groene gewasbeschermingsmiddelen sneller geaccordeerd en toegelaten te krijgen. We zijn met het Ctgb in gesprek om ervoor te zorgen dat de groene middelen niet achter de chemische middelen aan komen, maar gelijk optrekken in de toelating, zodat we er ook voor zorgen dat we zo snel mogelijk naar groene middelen overgaan. Dat is buitengewoon belangrijk. Wij zetten daar dus vol op in.

(...)

Mevrouw Akerboom (PvdD):

Ik wil nog even doorpakken op het landbouwgif. Ik hoor dat de minister daar veel plannen voor heeft. Ik wil daar toch nog even op inhaken. Er liggen ook landbouwpercelen midden in onze beschermde Natura 2000-gebieden, gebieden die juist essentieel zijn voor insecten. Een vijfde van het landbouwoppervlak van die gebieden is landbouwgrond waar ook gewoon landbouwgif op gespoten wordt. Het is vanuit de Richtlijn duurzaam gebruik pesticiden gewoon al verboden om dat landbouwgif daar te spuiten, dus waarom staat deze minister het dan toe? Dit soort dingen scheppen totaal geen vertrouwen in al die plannen die de minister laat maken. Die moeten straks ook nut hebben.

Minister Adema:
Zoals ik u zei, is onze inzet gericht op het tegengaan van landbouwgif, van chemie in het landbouwgif. We hebben geïntegreerde gewasbescherming, zoals u weet, dus daar staat het gebruik van chemie aan het eind. Bijvoorbeeld natuurlijke bestrijders staan eerder in de lijn dan chemie. Wij zijn op Europese schaal er echt voor aan het knokken om naar 50% reductie van gewasbeschermingsmiddelen te gaan in 2030, zoals ik u verteld heb. Dus er wordt wel degelijk heel veel inzet gepleegd op minder gewasbeschermingsmiddelen.

Interessant voor jou

Bijdrage Teunissen aan Debat over het rapport van de Parlementaire Enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen

Lees verder

Bijdrage Van Esch aan debat over water

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer