Inbreng Verslag Wet gewas­be­scher­mings­mid­delen en biociden


27 oktober 2021

Inbreng van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie aan het verslag Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (grondslag voor maatregelen inzake het (particulier) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

Algemeen deel
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben met warme belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Deze leden juichen het toe dat er (betere) wettelijke grondslagen gecreëerd worden om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te beperken of te verbieden. Deze leden verwachten dat er spoedig na de inwerkingtreding van deze wet ook daadwerkelijk een verbod zal komen op de verkoop van glyfosaat (merknaam Roundup) aan particulieren. Dit was immers het verzoek in de motie van de leden Ouwehand en Schouw (27 858, nr. 240) uit 2014, dat de directe aanleiding gaf voor (een deel van) deze wetswijziging.

Inleiding
De leden van de Partij voor de Dierenfractie juichen het toe dat het de facto bestaande verbod op het professioneel gebruik van bestrijdingsmiddelen buiten de landbouw met dit wetsvoorstel juridisch wordt verankerd. Zij stellen dat het goed is dat onder andere gemeentes hiermee hun beleid voort kunnen zetten om het openbaar groen te beheren zonder het gebruik van landbouwgif. Kan de regering toezeggen dat het verbod op het professioneel gebruik van bestrijdingsmiddelen buiten de landbouw hiermee zal blijven bestaan, en dat gemeentes hieraan gehouden zullen worden? Op welke manier zal dit gecontroleerd worden?

Hoofdlijnen van het voorstel
Grondslag maatregelen gebruik gewasbeschermingsmiddelen (artikel I, onderdeel E (wijziging van artikel 80a Wgb))
De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren vragen de regering waarom zij stellen dat het nog onzeker is of er daadwerkelijk gebruik gemaakt gaat worden van de wettelijke mogelijkheid om een verbod op het particulier gebruik van landbouwgif in te stellen. De regering schrijft in de Memorie van toelichting dat een wettelijk verbod kan zorgen voor een borging van de behaalde resultaten van de Green Deal “Verantwoord particulier gebruik van gewasbeschermingsmiddelen”. Kan de regering uiteenzetten waarom het daar eventueel níet voor zou kiezen, zeker gezien de aangenomen motie Ouwehand/Schouw (27 858, nr. 240), die sinds 2014 vraagt om een verbod op de particuliere verkoop van glyfosaat, en de motie Ouwehand (27 858, nr. 151), die sinds 2013 vraagt om een verbod op de particuliere verkoop van neonicotinoïden? Deze leden benadrukken dat het effectbereik van een verbod vergroot wordt wanneer het gepaard gaat met goede publieksvoorlichting, waardoor particulieren niet naar andere schadelijke middelen grijpen voor de bestrijding van onkruid of insecten.
De leden van de Partij voor de Dierenfractie vragen de regering of met de wijziging van dit artikel (of van een ander artikel in deze wetswijziging) ook een wettelijke grondslag wordt gecreëerd om een verbod op schadelijke bestrijdingsmiddelen in diergeneesmiddelen – die immers ook door particulieren worden gebruikt, voor huisdieren – in te stellen. Deze leden stellen namelijk vast dat bepaalde insecticiden, die vanwege hun schadelijkheid voor mens en natuur verboden zijn als gewasbeschermingsmiddel en/of biocide, wel nog steeds toegelaten zijn als diergeneesmiddel.[1] Indien de wettelijke grondslag voor een verbod hierop niet met deze wetswijziging wordt geregeld, kan de regering aangeven op welke manier zo’n verbod dan wel geregeld zou kunnen worden?

Geïntegreerde gewasbescherming en juist gebruik van biociden (artikel I, onderdeel D (wijziging van artikel 78 Wgb)
Kan de regering aan de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren uitleggen waarom zij het eerste lid van artikel 78 wijzigt? Hiermee verandert de regering de ‘verplichting’ tot een juist gebruik van biociden in een ‘bevoegdheid om regels te stellen’ over een juist gebruik van biociden. Kan de regering beargumenteren waarom het ervoor kiest om af te zien van een verplichting tot een juist gebruik van biociden? Deze leden achten het zeer onverstandig om deze wijziging door te voeren, omdat het van groot belang is dat ook biociden (en niet alleen gewasbeschermingsmiddelen) niet onjuist gebruikt worden.

Gevolgen van het wetsvoorstel
Hoewel de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren blij zijn met deze inperkingen van het gebruik en de verkoop van landbouwgif voor niet-commerciële doeleinden (buiten de landbouw), blijven zij zich afvragen waarom de regering de volksgezondheid, het milieu, de natuur en dieren niet ook wil beschermen tegen landbouwgif dat binnen de landbouw wordt gespoten. Klopt het dat indien het mogelijk is om een wettelijke grondslag voor een verbod te creëren voor niet-commercieel gebruik van bestrijdingsmiddelen (buiten de landbouw), dat in theorie ook mogelijk zou moeten zijn voor gebruik binnen de landbouw? Zo nee, kan de regering uitleggen waarom dat niet mogelijk is? De regering schrijft in de Memorie van Toelichting dat de mogelijkheid tot een verbod op bestrijdingsmiddelen binnen de landbouw niet nodig zou zijn, omdat er al voldoende beleid zou zijn om een duurzaam gebruik van ‘gewasbeschermingsmiddelen na te streven’. Deelt de regering het inzicht van deze leden dat ‘nastreven’ significant verschilt van de bevoegdheid tot een verbod? Erkent de regering dat ‘nastreven’ niet dezelfde mate van afdwingbaarheid kent als een verbod? Waarom maakt de regering dit onderscheid in beleid tussen commerciële en niet-commerciële doeleinden van het gebruik van landbouwgif?

[1] https://www.pan-netherlands.org/new/wp-content/uploads/2021/03/pan-resultaten-haarmonsters-30-mrt-2021-fin.pdf