Inbreng SO over de reactie op het verzoek van leden Omtzigt en Van der Plas over toezending van onder­lig­gende stukken van stik­stof­be­re­ke­ningen


9 augustus 2022

Inbreng Partij voor de Dieren SO over de reactie op het verzoek van leden Omtzigt en Van der Plas over toezending van onderliggende stukken van stikstofberekeningen n.a.v. het NRC artikel ‘Ministerie van Financiën: ‘Minder stikstofreductie nodig bij halen klimaatdoelen’’

De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben met interesse kennisgenomen van de reactie op het verzoek van leden Omtzigt en Van der Plas van de minister van Financiën. Deze leden waarderen het toesturen van de memo’s en achtergrondstukken, waardoor de Tweede Kamer en de samenleving inzicht krijgen in de berekeningen en overwegingen die ten grondslag liggen aan het tot nu toe besloten stikstofbeleid. Deze leden maken zich grote zorgen over de schijnbaar eindeloze discussie over reductiepercentages, scenario’s en al dan niet te nemen maatregelen, terwijl de natuurkwaliteit met de dag verslechtert en het bewijs overduidelijk is dat snelle actie onontbeerlijk is. Volgens ecologisch onderzoek is het essentieel voor zeker 12 habitattypes dat uiterlijk in 2025 de kritische depositiewaarde onderschreden wordt, wat een zeer forse stikstofreductie betekent. Deze habitattypes zullen anders onomkeerbaar verdwijnen. Het jaartal 2025 komt al snel dichterbij; in het belang van de natuur mag er dus absoluut niet getornd worden aan de huidige stikstofreductiedoelen van het kabinet.

Ten eerste wijzen de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren op de veelbesproken mogelijke aanpassing van de stikstofreductiedoelen voor de landbouw als gevolg van de komende Klimaat- en Energieverkenning (KEV 2022). Wordt in de KEV ook de recente heropening van de kolencentrales meegenomen, waartoe is besloten ná de presentatie van het coalitieakkoord? Hoe wordt in de KEV de onzekerheid meegenomen omtrent de volledige en tijdige uitvoering van de klimaatmaatregelen? Erkent de minister het risico dat bij onvolledige uitvoering van de klimaatmaatregelen ook de stikstofdoelen in gevaar komen?

Door de uitingen van het kabinet over de consequenties van de KEV voor de stikstofdoelen, bestaan er hoge verwachtingen in de samenleving (en ontstaat er waarschijnlijk grote druk vanuit de agrarische sector) om in het najaar van 2022 de stikstofdoelen voor de landbouw naar beneden bij te stellen. Realiseren de ministers van Financiën en voor Natuur en Stikstof dat zij deze verwachtingen en deze druk hebben gestimuleerd? Erkent de minister van Natuur en Stikstof dat voor veel natuurgebieden de huidige stikstofreductiepercentages reeds onvoldoende zijn om de natuurverslechtering met zekerheid te stoppen? Realiseert de minister zich ook dat door vermindering van het aantal dieren in de veehouderij tegelijkertijd zeer ernstige problemen als watervervuiling, dierenwelzijn, fijnstof, stank en zoönoserisico worden aangepakt? Denkt de minister dat het, deze integraliteit in ogenschouw nemend, verstandig is om de stikstofdoelen voor de landbouw direct te verlagen wanneer uit de KEV zou blijken dat hier ruimte toe is? En hoe zou een verlaging van de stikstofdoelen interacteren met de 5 MtonCO2-reductie die de stikstofaanpak volgens het coalitieakkoord zou bijdragen aan de klimaatdoelen?

Kan de minister bevestigen dat het uit de natuurdoelanalyses ook kan blijken dat de stikstofdoelen voor de landbouw juist moeten worden aangescherpt? Deelt de minister de zorg dat de (economische) druk om de stikstofdoelen later weer aan te scherpen veel kleiner zal zijn, omdat de natuur niet kan protesteren, blokkeren en/of bedreigen om zijn eigen belang te verdedigen? Klopt het dat de resultaten van de KEV eind 2022 worden gepubliceerd, terwijl de natuurdoelanalyses pas in het eerste kwartaal van 2023 komen? Deze leden roepen de minister op om de stikstofreductiedoelen voor de landbouw in ieder geval niet te verlagen (naar aanleiding van de KEV) totdat de natuurdoelanalyses bekend zijn en deze onomstotelijk aangeven dat een verlaging van de doelen geen bedreiging is voor de natuurkwaliteit. Deze leden ontvangen hierop graag een reactie.

Uit de memo’s en achtergrondstukken die de minister van Financiën met de Kamer heeft gedeeld maken de leden van de Partij voor de Dierenfractie op dat verschillende ambtelijke scenario’s zijn doorgerekend voor de stikstofaanpak, waarbij enerzijds meer nadruk wordt gelegd op efficiëntie (ministerie van Financiën) en anderzijds meer op de algemene landbouwtransitie (ministerie van LNV). Deze leden roepen het kabinet op om beide aspecten in ogenschouw te nemen en daarmee te zorgen voor een daadwerkelijke transitie van de landbouw en voor een effectieve aanpak van de natuur-, klimaat-, water- en dierenwelzijnsproblemen en van het zoönoserisico. Hiertoe vragen deze leden waarom er nog steeds geen moratorium is op de bouw van nieuwe veestallen, of op de uitbreiding hiervan. Vinden de ministers van Financiën en van LNV het efficiënt dat er aan de ene kant miljarden aan belastinggeld uit wordt gegeven aan het krimpen van het aantal dieren in de veehouderij, maar dat er tegelijkertijd nog steeds vergunningen uit worden gegeven aan veehouders om uit te breiden? Kunt u uitleggen waarom dit nog steeds gebeurt?

Daarbij geven deze leden aan dat er grote winst te behalen valt als de nu ingezette landbouwtransitie direct bijdraagt aan het voldoen aan de nieuwe wet Dieren. Bij het (gebiedsgericht) uitkopen van veehouderijen moet absoluut meegewogen worden welke bedrijven niet of nauwelijks zullen kunnen voldoen aan de nieuwe dierenwelzijnseisen (omdat de investering te groot of niet rendabel is), zoals de grootste megastallen en bedrijven waar het dierenleed het grootst is. Door deze bedrijven met prioriteit uit te kopen, worden er direct stappen gezet in de landbouwtransitie, waarbij één van de eisen is dat dieren kunnen leven naar hun aard. Delen de ministers van LNV en van Natuur en Stikstof dit inzicht?Kunnen zij toezeggen dat dit onderwerp meegenomen wordt in de gebiedsaanpakken?

Tevens roepen deze leden de betrokken ministers op om bij bedrijfsbeëindiging (bij faillissement of het gebrek aan opvolging) de productierechten van veehouders in te nemen en door te halen, zodat deze niet langer kunnen worden doorverkocht aan andere veehouders om uit te breiden. Delen deze minister het inzicht dat dit een zeer kosten-efficiënte manier is om het aantal dieren in de veehouderij te laten krimpen? Kunnen de ministers uitleggen waarom deze maatregel tot op heden geen onderdeel is van de stikstofaanpak? Kunnen de ministers van LNV uitleggen hoe zij een algemene extensivering van de veehouderij willen realiseren (waarvoor opnieuw miljarden belastinggeld wordt uitgetrokken), wanneer tegelijkertijd intensivering wordt gefaciliteerd door de handel in productierechten van (uit zichzelf) stoppende veehouders? Welke vorm van extensivering willen de ministers van LNV bereiken en hoe willen zij dit aanpakken?

Tot slot benadrukken de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren dat indien het kabinet nu nog zou tornen aan de stikstofreductiedoelen in de landbouw, dit gelijk zou staan aan het zwichten voor agressie, geweld en intimidatie vanuit de radicale hoek van het boerenprotest. Deze leden nemen aan dat het kabinet zich realiseert dat het hiermee een precedent zou scheppen waarvan de consequenties niet te overzien zijn. Het vasthouden aan de minimale doelen die het kabinet gesteld heeft is daarom niet alleen noodzakelijk voor de natuur, het klimaat en de waterkwaliteit, maar ook voor het voorkomen van verdere radicalisering van protestuitingen in de samenleving.