Inbreng SO L&V-raad 26-27 mei


17 mei 2021

Inbreng SO L&V-raad 26-27 mei

Bijenrichtsnoer

Het is slecht gesteld met de hoeveelheid en de verscheidenheid aan bijen in Europa, met als hoofdoorzaak onze grootschalige, industriële landbouw. Het landbouwgif dat gebruikt wordt voor de intensieve, grootschalige landbouw vormt een grote bedreiging voor insecten, waaronder honingbijen, hommels en wilde solitaire bijen. Voordat landbouwgif toegelaten mag worden op de Europese markt moet het daarom strenger getest worden op de effecten op deze insecten. Het originele bijenrichtsnoer, zoals in 2013 gepresenteerd door de EFSA is daarvoor een goed instrument; ook het Nederlandse[1] en het Europese[2] parlement hebben dat reeds erkend.

Toch is er tot op de dag van vandaag discussie over dit bijenrichtsnoer. De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn tevreden te lezen dat de Europese Commissie Nederland in het kamp van de lidstaten schaart die zich inzetten voor het voorkómen van massale bijensterfte en die pleiten voor een maximale bijensterfte door een pesticide van 7%. De minister schrijft vervolgens dat zij dit standpunt alleen inneemt voor honingbijen en dat zij voor hommels en solitaire bijen nog geen standpunt inneemt, omdat zij wacht op de adviezen van de EFSA en het Ctgb. Deze leden wijzen de minister erop dat de motie Wassenberg (Kamerstuk 35570-XIV, nr. 50) expliciet verzoekt ook het beschermingsniveau aan te houden uit het originele bijenrichtsnoer uit 2013 voor hommels en solitaire bijen. Kan de minister bevestigen dat dit inhoudt dat ook voor hommels en solitaire bijen een maximale sterfte van 7% van de populatie zou moeten gelden? Kan de minister aangeven of zij dit standpunt overneemt en daarmee de hele motie uitvoert?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben vernomen dat de discussie over het bijenrichtsnoer in juni op de agenda van de Landbouw- en Visserijraad zal staan. Zal dit tijdens de informele raad van 14 en 15 juni zijn, of tijdens de formele raad van 28 en 19 juni? Deze leden zien er naar uit dat de minister het Nederlandse standpunt, zoals gesteld in verschillende moties, met kracht over zal brengen ten einde de bijen en de bijenpopulaties zoveel mogelijk te beschermen.

Kan de minister bovendien bevestigen dat België het originele bijenrichtsnoer uit 2013 al toepast?[3] Klopt het dus dat België een nationale aanpak heeft opgesteld waarbij voor de nationale toelating van pesticiden wordt getoetst aan de hand van het bijenrichtsnoer uit 2013? Kan de minister bevestigen dat dit dus mogelijk is, zonder dat er nog nota van genomen is door het SCoPAFF? Kan de minister daarnaast bevestigen dat het Europese Hof recent heeft geoordeeld, in het hoger beroep dat gifproducent Bayer aanspande tegen het verbod op imidacloprid, clothianidine en thiamethoxam, dat het reeds toepassen van het originele bijenrichtsnoer geoorloofd is, en dat de genoemde verboden dus gerechtvaardigd zijn?[4] Is de minister voornemens om het goede voorbeeld van België te volgen en een nationale aanpak te ontwikkelen voor de bescherming van insecten, gebruikmakend van het originele bijenrichtsnoer uit 2013? Zo nee, waarom niet?

SCoPAFF-comité

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren zijn ervan overtuigd dat het de democratische besluitvorming ten goede komt wanneer stemmingen openbaar te volgen zijn en ook de Europese Ombudsman heeft het belang hiervan – zeker wanneer het over milieuzaken gaat – onderschreven.[5] Deze leden vernemen daarom graag van de minister of en hoe zij reeds uitvoering heeft gegeven aan de motie Wassenberg[6], die de regering verzoekt actief bij de Europese Commissie te pleiten voor openbaarmaking van de posities van lidstaten na stemmingen in het SCoPAFF-comité. Indien deze motie nog niet is uitgevoerd, wanneer kunnen deze leden dit dan verwachten en kan de minister hen daarover op de hoogte houden?

Nieuwe genetische manipulatietechnieken

De leden van de Partij voor de Dierenfractie zijn ernstig teleurgesteld in de uitkomsten van het recente Europese onderzoek over de wetgeving rond nieuwe genetische manipulatietechnieken. Terwijl de bedrijven die deze technieken graag willen exploiteren een gat in de lucht springen en aandringen op snelle aanpassing van de wetgeving, is de deur opengezet voor nieuwe milieurisico’s en verdere schaalvergroting in de landbouw. Dat uitgerekend het milieuargument door voorstanders van gentechnologie gebruikt wordt om regels te versoepelen (‘zonder genetische manipulatie kunnen we de duurzaamheidsdoelen niet halen’) vinden deze leden tenenkrommend en een klap in het gezicht van de biologische sector, die al sinds jaar en dag laat zien hoe je zonder genetisch geknutsel duurzaam voedsel produceert.

Duurzame beloftes zijn echter al zo oud als genetische manipulatie zelf. In de poging zichzelf een groen jasje aan te meten, belooft de industrie dat gentechnologie zal leiden tot verminderd pesticidegebruik. Desalniettemin blijken de meeste genetisch gemanipuleerde gewassen die de laatste dertig jaar wereldwijd op de markt zijn gekomen tolerant gemaakt te zijn tegen onkruidverdelgers (waardoor juist meer landbouwgif gebruikt wordt) of produceren ze zelf gifstoffen die insecten doden.[7] De duurzame belofte is tot nu toe dus nooit uitgekomen, in tegendeel.

Kan de minister bevestigen dat de eerste Europese importaanvraag voor een gewas dat met de CRISPR/Cas-techniek is gemanipuleerd een type maïs is dat resistent is gemaakt tegen het landbouwgif glufosinaat? Waarom gelooft de minister dat de nieuwe genetische technieken, zoals CRISPR/Cas, toch de duurzame beloftes zullen vervullen? Heeft zij hier concrete aanwijzingen voor en kan zij die delen?

Deze leden vinden het van het grootste belang dat bij de consultatie die nu zal volgen op het onderzoek, verschillende stemmen evenwichtig gehoord zullen worden. Waar er bij de stakeholderconsultatie voor het onderzoek in meerderheid stemmen van de industrie zijn gehoord (ruim 70% van de genodigden kwamen uit de agri-food industrie, tegenover minder dan 12% van maatschappelijke organisaties[8]), zal er in de toekomst veel meer ruimte gemaakt moeten worden voor het maatschappelijk middenveld. De leden van de Partij voor de Dierenfractie zijn van mening dat het in het belang van het milieu en de volksgezondheid is dat er sterker wordt geluisterd naar onafhankelijke experts en betrokken burgers dan naar degenen met een verdienmodel gebaseerd op de nieuwe technieken. Deelt de minister deze mening en op welke manier gaat zij er zorg voor dragen dat de dialoog over eventuele nieuwe wetgeving op een eerlijke, democratische en transparante wijze plaatsvindt?

Triloogonderhandelingen GLB - Zuivelamendement

De minister schrijft dat het voorstel voor de bescherming van de verkoopbenamingen voor zuivelproducten, ofwel ‘amendement 171’, nog niet helemaal besproken is. Met dit amendement wordt een verbod voorgesteld op het gebruik van bepaalde uitdrukkingen om plantaardige alternatieven voor zuivel te benoemen, zoals “alternatief voor yoghurt”, “bevat geen melk” en zelfs termen als “romig”. Ook zouden bepaalde verpakkingen en plaatjes uitsluitend door de zuivelindustrie gebruikt mogen worden en worden deze verboden voor andere sectoren.

De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben hier eerder kritische vragen over gesteld en de Kamer nam onlangs een motie aan die de minister opriep zich actief te verzetten tegen dit voorstel tot verregaande inperking van de communicatie over plantaardige voedingsmiddelen.[9]

Klopt het dat de Europese Commissie op dit moment werkt aan een nieuw, alternatief voorstel (redraft)? Is hier al meer over bekend? Op welke termijn zal dit voorstel afgerond zijn? Op welke momenten kan Nederland invloed uitoefenen op het proces en de inhoud van dit voorstel? Deelt de minister de mening dat het zeer onwenselijk zou zijn als lidstaten hier niet bij worden betrokken?

De leden roepen de minister op om, in lijn met de aangenomen motie, niet de stemming af te wachten, maar al in een vroeg stadium kenbaar te maken dat Nederland niet akkoord gaat met verregaande inperking van de communicatie over plantaardige voedingsmiddelen.

Triloogonderhandelingen GLB – Etikettering van herkomst eieren

In Europa, ook in Nederland, worden nog altijd miljoenen kippen gehouden in kooisystemen. Kippen die gedwongen worden ‘kooieieren’ te leggen. In supermarkten worden deze eieren niet meer verkocht. Maar toch krijgen veel consumenten onbewust tientallen kooieieren per jaar binnen, omdat deze worden verwerkt in allerlei producten zoals koekjes, cakes, diepvriesmaaltijden en kant-en-klaarmaaltijden.[10] Waar consumenten bij het kopen van een doosje eieren kunnen kiezen voor bijvoorbeeld biologische of vrije uitloopeieren, is het bij producten met verwerkte eieren onduidelijk hoe de kippen die de eieren hebben gelegd, hebben moeten leven. Vermelding van de herkomst van deze eieren is namelijk niet verplicht.

Duitsland heeft nu een voorstel gedaan om informatie over de herkomst van eieren verplicht op te nemen op verpakkingen van producten waarin eieren zijn verwerkt, hebben de leden vernomen.[11] Klopt het dat Nederland in deze discussie slechts heeft gewezen op de noodzaak om te kijken naar de kosten voor de hele eierketen? Kan de minister bevestigen dat zij het heel belangrijk noemt dat de “burger weet waar zijn eten vandaan komt”?[12] Kan de minister bevestigen dat ze zij van mening is dat de consument “ook een plicht heeft om zelf te onderzoeken, zich te verdiepen, zelf kennis van zaken op [te] doen”?[13] Hoe is het dan mogelijk dat de minister de kosten voor de eierketen boven het belang van transparantie lijkt te stellen? Kunnen de leden van de Partij voor de Dierenfractie er op rekenen dat de minister dit Duitse voorstel zal omarmen en ondersteunen? Zo nee, hoe verwacht de minister dan dat consumenten kunnen weten waar hun eten vandaan komt? Hoe kunnen burgers volgens de minister zelf onderzoeken hoe de leghennen die de eieren in de door hen aangeschafte koekjes hun leven hebben moeten slijten?

De leden vragen de minister tot slot waarom zij nog altijd niet met een antwoord is gekomen op de schriftelijke vragen over het verbod op verrijkte kooien voor leghennen.[14] Hoe kan het dat dit zoveel tijd kost?

Diertransporten

De leden van de Partij voor de Dieren maken zich ernstige zorgen over het welzijn en de gezondheid van dieren die voor de veehouderij vaak uren tot dagenlang door Europa en zelfs naar landen buiten de EU worden getransporteerd.

Vorig jaar schortte de minister de export op van Nederlandse dieren naar landen buiten de Europese Unie als daarbij een rustplaats nodig is buiten de EU, omdat “er geen goede systematiek bestaat die de NVWA genoeg mogelijkheden biedt om de benodigde controles en verificaties volgens de voorschriften van de EU-transportverordening uit te voeren.”[15] Nederlandse transporteurs gaven rustplaatsen in hun reisplanning op die in werkelijkheid niet bestonden, of in dermate slechte of ongebruikte staat waren dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat hier daadwerkelijk runderen worden uitgeladen.

Maar dit exportverbod geldt alleen voor transporten over de weg. Nog altijd worden er jaarlijks duizenden Nederlandse dieren over zee getransporteerd naar landen buiten de EU, omdat daarvoor geen rustplaatsen buiten de EU nodig zijn. Dieren die tijdens het transport dagen tot weken in erbarmelijke omstandigheden worden gehouden. Vaak staan de dieren zeer dicht op elkaar, worden ze in hun eigen uitwerpselen gehouden en is het onduidelijk over voldoende voer aan boord is. De minister bevestigde onlangs dat zij geen zicht heeft op het transport van de dieren als de haven van bestemming in een niet EU-land is gelegen, waardoor zij ook geen zicht heeft op het welzijn en de gezondheid van de dieren, danwel het naleven van de hiervoor geldende regelgeving.[16] Ook is het niet mogelijk om hierop te controleren, danwel te handhaven. De minister schrijft in de beantwoording van vragen van het lid Wassenberg van de Partij voor de Dieren dat niet gegarandeerd kan worden dat de transporten van dieren afkomstig uit Nederland volgens de EU wetgeving worden uitgevoerd. Kan de minister bevestigen dat het welzijn van dieren tijdens een (extreem) lang transport over zee en hun welzijn na aankomst in de haven, dus net zo min is geborgd als tijdens een lang transport over de weg?

De Partij voor de Dieren vindt het uiteraard een goede zaak dat de minister in EU verband pleit voor het verbieden van dieren naar niet-EU landen (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk). Maar het kan niet zo zijn dat het lot van deze dieren afhankelijk is van dit pleidooi in Brussel. Vrijwel alle Nederlandse landbouwministers en –staatssecretarissen in de afgelopen twintig jaar hebben in Europa gepleit voor het beperken van de transportuur tot maximaal acht uur. Tot op de dag van vandaag heeft dit geen resultaat gehad. Hier kunnen we niet op wachten. Niet voor niets heeft het Verenigd Koninkrijk nu gebruik gemaakt van de Brexit om direct een verbod aan te kondigen voor de export van levende dieren.[17]

Is de minister bereid om ervoor zorg te dragen dat er –in afwachting van een eventueel Europees exportverbod- geen vergunning of goedkeuring meer wordt verleend voor Nederlandse diertransporten over zee wanneer deze aankomen in havens buiten de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk)?

Stimuleren biologische landbouw

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennisgenomen van het antwoord van de minister in het Verslag van een schriftelijk overleg over de geannoteerde agenda van de Landbouw- en Visserijraad van 26 april 2021 (Kamerstuk 21501-32-1284) dat het kabinet bij het opstellen van het nationaal strategisch plan (NSP) zal bekijken hoe biologische landbouw in het NSP meegenomen kan worden om zo de groei van de biologische productie en consumptie in Nederland te stimuleren. Ook de mededeling in het BNC-fiche dat het kabinet een nationale strategie op zal stellen voor biologische productie en consumptie vinden deze leden positief. Het werd hoog tijd, nadat alle andere EU-landen hier al een nationale strategie voor hebben.

Deelt de minister het inzicht dat het stimuleren van biologische landbouw een concrete stap is in de aanpak van de grote uitdagingen waarmee (juist) de Nederlandse landbouw te maken heeft? Deze leden benadrukken dat het biologisch keurmerk boeren een verdienmodel geeft waarmee zij minder dieren kunnen houden (wat nodig is vanwege de stikstof- en de klimaatcrisis), met meer dierenwelzijn, minder vervuiling door mest en kunstmest en met veel minder landbouwgif. Zo brengt een omschakeling naar biologisch verschillende doelen in de landbouw dichterbij. Welke concrete maatregelen voor biologische productie is de minister voornemens te nemen in het NSP en in de nationale strategie? Hoe zullen deze strategieën op elkaar inwerken en elkaar versterken?

Helaas constateren deze leden ook dat de minister bij deze mededelingen nog geen concrete doelen stelt. Deze leden roepen de minister op om er niet langer in te berusten dat Nederland zo ver achterloopt qua biologische landbouw in vergelijking met andere Europese landen, en zich te committeren aan de doelstelling voor 25% biologische landbouw in 2030. De minister blijft benadrukken dat dit doel EU-breed is geformuleerd, en dus niet per land, maar deze leden blijven zich afvragen waarom Nederland, uit zichzelf, het doel overneemt en daarmee de uitdaging aangaat, in plaats van te berusten in de eeuwige achterblijvers-positie. Is de minister voornemens concrete doelen op te nemen in de nationale strategie voor biologische landbouw?

De leden van de Partij voor de Dierenfractie pleiten ervoor dat de extra kosten die boeren maken gedurende de tweejarige omschakelperiode naar een biologische bedrijfsvoering, zonder dat zij hun producten als biologisch kunnen verkopen, volledig gesubsidieerd worden uit het GLB. Deze uitgaven dienen, volgens deze leden, gecompenseerd worden met een kleiner budget voor directe inkomenssteun. Deelt de minister het inzicht dat deze maatregel de stimulering van biologische landbouw een goede impuls kan geven?


[1] Motie Ouwehand (Kamerstuk 21501-32, nr. 1175); motie Wassenberg (Kamerstuk 35570-XIV, nr. 50)

[2] https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/B-9-2019-0149_NL.html

[3] https://fytoweb.be/nl/nieuws/nieuwe-nationale-aanpak-voor-risico-evaluatie-voor-bijen

[4] https://www.trouw.nl/duurzaamheid-natuur/bayer-vangt-bot-het-verbod-op-bijengif-blijft-bestaan~b504c2e9/

[5] https://www.ombudsman.europa.eu/en/decision/nl/122313

[6] Kamerstuk 21501-32, nr. 1265

[7] https://www.testbiotech.org/en/press-release/first-application-approval-crisprcas-plants-eu

[8] https://www.euractiv.com/section/agriculture-food/opinion/new-gmos-kyriakides-gets-off-on-wrong-foot-with-biased-consultation/

[9] Kamerstuk 21501-32, nummer 1291. Motie van het lid Vestering over actief verzet tegen het Europese voorstel tot inperking van de communicatie over plantaardige voedingsmiddelen

[10] https://www.bnnvara.nl/kassa/artikelen/kippen-in-kooien-niet-meer-van-deze-tijd

[11] https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2021/04/26/herkomst-verwerkt-ei-komt-mogelijk-verplicht-op-verpakking

[12] Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, Aanhangsel van de Handelingen nr. 2951

[13] 2019D12418. Antwoord op vragen van het lid Ouwehand over het nu alweer niet nakomen van de afspraken om de sterfte van bokjes in de melkgeitenhouderij terug te dringen

[14] 2021D02643. Schriftelijke vragen van het lid Wassenberg over het verbod op verrijkte kooien voor leghennen

[15] Kamerstuk 28 286, nr. 1093

[16] 2021Z04983. Antwoord op vragen van het lid Wassenberg over het transport van duizenden Nederlandse koeien naar landen in het Midden-Oosten

[17] https://www.reuters.com/world/uk/uk-ban-live-animal-exports-slaughter-part-welfare-plan-2021-05-11/