Inbreng PvdD SO Duurzaam Vervoer


7 mei 2020

Het aanpakken van de klimaatcrisis heeft voor de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren de hoogste prioriteit. Het verduurzamen van de manier waarop we ons verplaatsen is daar een belangrijk onderdeel van. De transitie moet echter wel resulteren in een écht duurzame toekomst en dat betekent dat er breder gekeken moet worden dan het simpelweg vervangen van fossiele vervoersmiddelen door een duurzame variant. Als we massaal overstappen op elektrische scooters maar daardoor de fiets laten staan is dat geen verduurzaming. Als we de fossiele auto de deur uit doen en een elektrische aanschaffen is dat winst maar de trein pakken is nog altijd duurzamer. Echt duurzaam vervoer betekent voor de Partij voor de Dieren dan ook dat de transitie moet inzetten op een krimp van de luchtvaart en het autogebruik en het realiseren van meer OV en deelvervoer. De leden zijn van mening dat dit besef nog onvoldoende zichtbaar is in de regeringsinzet.

Dat blijkt ook uit de brief van de staatssecretaris over haar batterijenstrategie waarin ze schrijft over de batterijen die nodig zijn bij het vervangen van fossiel aangedreven auto’s door elektrische auto’s. In de brief wordt slechts in een bijzin gesproken over de beschikbaarheid van de benodigde grondstoffen en de impact van de wijze waarop deze gewonnen worden op mens, milieu en natuur. Daar zou volgens de staatssecretaris ‘aandacht voor nodig zijn’.
De leden vragen de staatssecretaris waarom zij de impact van de inzet op batterijen qua beschikbaarheid, arbeidsomstandigheden en duurzaamheid niet als randvoorwaarden voor haar inzet ziet? Zeker gegeven het feit dat haar ministerie wel bekend is met de rechtvaardige grenzen die deze randvoorwaarden aangeven. Zo ontving het ministerie een rapport van Metabolic, de Universiteit Leiden en Copper 8 over de metaalvraag van elektrisch vervoer. Uit dat rapport bleek dat het Nederlandse redelijke deel aan kritieke metalen kan leiden tot ongeveer 1 miljoen elektrische auto’s in 2030. Kan de staatssecretaris aangeven hoe zij dan toch komt het doel van 1,9 miljoen elektrische auto’s in 2030? Waar komen de kritieke metalen voor die andere 900.000 auto’s vandaan? En hoe gaat de staatssecretaris garanderen dat de winning van alle benodigde grondstoffen op een verantwoorde manier gebeurd aangezien veel van de auto’s in het buitenland geproduceerd worden?

Kan de staatssecretaris ingaan op de, in de woorden van de opstellers, meest effectieve aanbeveling van het rapport namelijk om te komen tot minder voertuigen? Kan de staatssecretaris aangeven op welke wijze haar inzet gericht is op het reduceren van het aantal auto’s en het radicaal vergroten van de capaciteit van bijvoorbeeld het (internationaal) spoor? Kan de staatssecretaris aangeven waarom er niet besloten is een harde doelstelling op te nemen voor de te realiseren afname van fossiele voertuigen? En spreekt de staatssecretaris ook de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan op het feit dat de hoeveelheid auto’s de komende jaren niet zal groeien en een uitbreiding van het aantal kilometers asfalt dus onnodig is? Zo nee, waarom niet?

Bij de verduurzaming van het vervoer wordt door de regering ook stevig ingezet op biobrandstof. De leden van de Partij voor de Dieren zijn zeer kritisch over de inzet van biobrandstoffen. Zij vragen de staatssecretaris allereerst waarom het Duurzaamheidskader Biomassa, beloofd in maart, nog altijd niet aan de Kamer gezonden is. Kan de staatssecretaris dit zo snel als mogelijk aan de Kamer sturen? En kan de staatssecretaris aangeven hoe zij tot een inzet en een plafond voor de inzet van biobrandstoffen komt zonder inzicht in de beschikbaarheid en de duurzaamheid ervan?

Kan de staatssecretaris aangeven waarom zij blijft inzetten op het gebruik van biobrandstoffen uit voedselgewassen aangezien de verbanding ervan meer CO2uitstoot produceert dan fossiele brandstof en het verbouwen ervan gepaard gaat met de grootschalige vernietiging van natuur, mensenrechtenschendingen en verdringing van echte voedselproductie? Zelfs de Europese Unie geeft nu aan dat deze brandstoffen niet meer meetellen voor het bepalen van het percentage duurzame energie.

Houdt de staatssecretaris overigens vast aan de afspraak dat de inzet van biobrandstoffen uit voedsel en voedergewassen in ieder geval niet hoger zal zijn dan het niveau van 2020? Wordt dit, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord, in wetgeving verankerd?

In de brief van de staatssecretaris over de batterijenstrategie geeft ze aan dat het onderwerp ‘Herkomst grondstoffen’ bij het ministerie van Buitenlandse Zaken komt te liggen. Kan de staatssecretaris aangeven of er met het ministerie van Buitenlandse Zaken ook gecommuniceerd wordt over de herkomst van biobrandstoffen en de vernietigende effecten die het gebruik daarvan in Nederland in het buitenland heeft? Kan de staatssecretaris bevestigen dat het klopt dat het gebruik van frituurvet en dierlijke vetten nu al berust op de import van deze grondstoffen uit 70 verschillende landen? Is bekend wat de effecten zijn van het benutten van deze grondstoffen uit die landen? Welk perspectief op verduurzaming hebben die andere landen hierdoor? Bent u met de leden van de Partij voor de Dieren van mening dat het grootschalige gebruik in Nederland van dierlijke vetten en frituurvet ertoe zal leiden dat in andere landen gebruik gemaakt zal gaan worden van biobrandstoffen op basis van palmolie en soja. Brandstoffen die wij hier in Nederland onwenselijk vinden.
Wat zou volgens de staatssecretaris een realistisch maximum zijn voor het gebruik van frituurvet en dierlijke vetten op basis van de beschikbaarheid daarvan in Nederland?

Kan de staatssecretaris ook aangeven of zij het inzetten op het grootschalig gebruik van dierlijke vetten een verantwoorde keuze vind aangezien al jaren duidelijk is dat de veestapel drastisch zal moeten krimpen? Acht de minister het wenselijk dat mensen die graag willen verduurzamen via deze weg vaak onbewust een bijdrage leveren aan een verdienmodel gebaseerd op dierenleed?

Voor de leden van de fractie van de Partij voor de Dieren is duidelijk dat voor het echt verduurzamen van de mobiliteit er nog een fundamentele stap gezet moet worden in de kabinetsinzet. Het polderen aan de klimaattafels heeft geleid tot een aanpak gebaseerd op het marginaal verduurzamen van de bestaande mobiliteit. Mobiliteit van de eind 20ste eeuw maar dan met een ‘groener’ randje. De negatieve impact daarvan uit het zicht geschoven naar het buitenland, zowel bij de inzet op elektrische auto’s als op biobrandstoffen. De negatieve gevolgen verschuiven naar het buitenland of toekomstige generaties biedt echter geen echt duurzame oplossing en dwingt ons tot fundamentelere keuzes. De leden hopen dat de staatssecretaris die blijk geeft over die kennis te bezitten deze ook aanwend om te komen tot een daadwerkelijk toekomstbestendig en duurzaam vervoerssysteem.