Bijdrage Vestering aan debat over het mest­beleid


13 september 2022

Welkom terug aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Voorzitter, ik heb geen glazen bol, maar soms is de toekomst voorspellen toch echt best wel makkelijk. Je kijkt naar wat er afgesproken is, je kijkt naar hoe het gaat, en dan kan je soms best eenvoudig raden wat daar in de toekomst de consequenties van zijn.

Niet voor niets waarschuwt mijn fractie al jaren voor het eindigen van de derogatie: de mestuitzondering waardoor Nederland jarenlang meer mest uit mocht rijden en dus meer dieren kon houden. Partijen die roepen dat dit eind als een ‘klap’ komt, of een ‘verrassing’, hadden de afgelopen jaren toch echt wat beter op moeten letten.

Voor de bodem en het water is het een zegen dat er nu eindelijk een einde komt aan de derogatie. Maar dan moeten we het wel goed doen. Dus mét flankerend beleid, anders is het vragen om nieuwe problemen. Drie belangrijke punten.

Ten eerste moet de totale bemestingsnorm omlaag, dus óók voor kunstmest. Het heeft natuurlijk geen enkele zin om minder dierlijke mest te gaan gebruiken, maar dat vervolgens te vervangen door kunstmest. Ook de felste voorstanders van het behoud van derogatie noemen steeds dat het gebruik van kunstmest niet de bedoeling is, dus ik neem aan dat het aanscherpen van die norm een no-brainer is. Graag een reactie van de minister.

Ten tweede moet er een verbod komen op de uitbreiding van het areaal aan voedermaïs door melkveehouders. Mest op maïsland spoelt namelijk veel te makkelijk uit naar het water, en een voorwaarde voor de derogatie is dat niet meer dan 20% van het land maïs mag zijn. De voorganger van de minister deelt de zorg over uitbreiding van het maïsareaal en heeft zelfs aangegeven melkveehouders te willen betálen, middels een tegemoetkomingsregeling, om de komende jaren mee te blijven doen aan de derogatie, alleen om die voorwaarde over het maïsareaal in stand te houden.

Voorzitter, dat is toch de wereld op z’n kop? Als je iets wil voorkómen, en je kan het verbieden, waarom verbiedt je het dan niet?! We gaan de vervuiler toch niet betalen om te blijven vervuilen? Om aan de derogatie mee te blijven doen? Kan deze minister toezeggen dat zij geen tegemoetkomingsregeling opzet, maar dat zij in plaats daarvan uitbreiding van het maïsareaal gaat verbieden?

Ten derde is het natuurlijk uit den boze dat het mestoverschot groeit. Dat kan nooit de bedoeling zijn van het afschaffen van de derogatie. Problemen als hogere mestafzetkosten en meer stinkende mestfabrieken worden simpelweg voorkomen als we minder mest gaan produceren, met minder dieren. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat het aantal melkkoeien ten minste navenant het afbouw-pad voor de bemesting gaat krimpen? Gaat zij meer fosfaatrechten afromen bij de handel daarin, of gaat zij hiervoor bijvoorbeeld een fokbeperking instellen?

Dan de mestfraude. We weten al jaren dat hier een structurele en zware vorm van criminaliteit achter zit, en de NOS schrijft dat het gebrek aan een aanpak daarvan mede de reden is voor het verlies van de derogatie. Ik vind het stuitend dat er niet veel meer capaciteit op mestcontroles wordt gezet, zeker als je weet dat het probleem zo groot en hardnekkig is. Het lijkt soms wel alsof die mestfraude oogluikend door de overheid wordt toegestaan. Graag een reactie van de minister.

Tot slot de tovervloeren. De hoogste rechter heeft vorige week een streep gezet door 2 types zogenaamd ‘emissiearme’ stalvloeren. De werking is te onzeker. Ook hier had je geen glazen bol voor nodig, om deze uitspraak te voorspellen. De rapporten liggen er al jaren.

Sterker nog, het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat heeft van de meest-verkochte stalvloer zelfs bewust – onder druk van de fabrikant – een te rooskleurige emissiefactor vastgesteld, blijkt uit stukken van EenVandaag. Met andere woorden: het kón voor het ministerie van I&W geen verrassing zijn dat die tovervloer niet werkte zoals beloofd. Mijn vraag aan de minister van LNV is: was dit op haar ministerie ook bekend? En waarom steunde het ministerie van LNV de provincie Utrecht in het hoger beroep tegen de reeds gedane uitspraak over de sjoemelvloeren?

Hoe beoordeelt de minister het dat provincies momenteel nog steeds natuurvergunningen af kunnen geven voor staluitbreidingen op basis van technische lapmiddelen, waarvan de werking uiterst onzeker is? En wat kan de minister zeggen over de 2,7 miljard euro die indicatief begroot is uit het stikstoffonds voor staltechnieken? Het lijkt me toch niet dat we nog meer belastinggeld gaan uitgeven aan technieken die niet werken?