Bijdrage Vestering aan debat over dieren in de veehou­derij


16 november 2022

Voorzitter,

De agenda van vandaag staat vol, overvol met ontzettend belangrijke onderwerpen. Veel te veel voor een spreektijd van vier minuten. U kunt er op rekenen dat we hier bij de begrotingsbehandeling op terugkomen.

Met pijn in mijn hart beperk ik mij vandaag tot 1 onderwerp: de wet dieren. Want wat hiermee nu gebeurt, moet vandaag worden besproken. Het is tekenend voor het dierenwelzijnsbeleid van de afgelopen twintig jaar. En als de gewijzigde wet zou worden uitgevoerd, hoeven we in de toekomst ook niet jaar na jaar weer over dezelfde ellende te blijven praten.

Wat gebeurt hier? De minister wil een door de Tweede en Eerste Kamer goedgekeurde wetswijziging aan de kant schuiven. In plaats daarvan mag de agro industrie de wet herschrijven.

En dit met een heel bijzondere list. Na anderhalf jaar vertraging zal de minister de wet eindelijk ondertekenen, maar intussen komt hij met een wetswijziging die het amendement zal laten vervallen nog voordat het in werking treedt. In plaats daarvan mogen sectorpartijen aan tafel bepalen wat er gebeurt, wanneer en hoe. Om deze afspraken vervolgens vast te leggen in lagere regelgeving waar de Kamer nauwelijks meer iets over te zeggen heeft.

Voorzitter, dat is schoffering van het parlement. De Kamer wordt als medewetgever aan de kant geschoven.

En het is bovenal buitengewoon harteloos naar de dieren.

Twintig jaar lang hebben landbouwministers de bal bij de agrosector gelegd. Zijn er mooie beloften gedaan aan dieren, maar is ingezet op sectorplannen, afspraken, convenanten. Uitstellen, afschuiven en niets doen.

Neem de plannen om de biggensterfte terug te dringen, of de afspraken om te stoppen met het afknippen of afbranden van biggenstaarten. Neem de aanpak van stalbranden. Het leverde allemaal niets op.

Jaren zijn verloren gegaan toen de minister liever de vee industrie zelf de kans gaf om met de nodige verbeteringen te komen.

Dat minister Adema nu onze wetswijziging wil laten herschrijven door diezelfde vee-industrie, in plaats van de Kamers, is onacceptabel en harteloos naar dieren. De minister beloont hiermee de sector voor hun niet geleverde verbeteringen en laat de dieren stikken.

Eerder zagen we al dat alles uit de kast werd getrokken om verwarring te zaaien over dit amendement, die overigens regelde wat 20 jaar geleden al door verschillende Kabinetten aan de dieren werd beloofd. Maar nu de Kamers de belofte uitvoeren en in de Wet hebben gezet zouden ineens huisdieren niet meer veilig zijn volgens de minister.

En nu wordt het volgende trucje uit de kast gehaald. Het nieuwe artikel zou een open norm bevatten en daardoor lastig te handhaven. Wat een onzin, voorzitter, de hele wet dieren is een open norm. Als de minister van mening was dat de wetswijziging onduidelijk en totaal onuitvoerbaar was, waarom is dit niet aan de Eerste Kamer meegegeven voordat zij hiermee instemde? Dit is de werkwijze in dit democratisch huis.

Kan de minister bevestigen dat de Landsadvocaat heeft geconstateerd dat het amendement “eigenlijk wel duidelijk” was?

Als het de minister te doen was om helderheid over de reikwijdte van het amendement, waarom is er niet gekozen voor een nadere duiding of afbakening in een algemene maatregel van bestuur of een regeling?

Waarom is dit artikel niet meegenomen in het traject dat nu loopt waarbij een aantal van de vele open normen die de wet dieren kent nader wordt uitgewerkt?

Of ging het de minister misschien tóch om het beperken van de gevolgen voor de veehouderij?

Want uit mailwisselingen op het ministerie die via de WOB zijn opgevraagd blijkt dat de discussie vaak daar over ging.

Op zich sluit dit aan op de LNV-ambitie, schreef een medewerker, maar.. “Praktijk is dat echter de meeste houderijsystemen niet zijn aangepast aan de behoefte van het dier.”[5]

Het amendement zou verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Voor de veehouders ja, voor de dieren was het goed nieuws. Eindelijk, want een ambtenaar schrijft:

“Veel houderijsystemen benadelen immers het welzijn en/of de gezondheid van dieren.”[6]

En dat klopt, voorzitter.

Dat blijkt ook weer uit de meegestuurde ‘quick-scan’ van de Universiteit Utrecht. Zelfs aan de meest basale behoeften wordt in veel gevallen niet voldaan. Rusten, moedergedrag, zooggedrag, voldoende eten. Dezelfde conclusies als Wageningen eerder al trok.

Het is om je kapot te schamen.

Laat deze minister nu eens met een plan van aanpak komen om te voldoend aan deze nieuwe wetgeving. Want: de wet van de Kamers blijft staan. En dan is het prima om over de verdere invulling voorstellen te bespreken met de Kamer. En de sector te helpen bij de uitvoering.

Dieren wachten al twintig jaar tot de regering haar beloften nakomt. De Tweede en Eerste Kamer hebben de wet aangepast. Voer dit uit.

Stop met telkens weer die kleine stapjes. Steeds maar weer een paar (centi)metertjes leefruimte erbij, kleine aanpassingen, zodat er een sterretje op het vlees kan.

Terwijl je weet dat dit niet genoeg is.

De Universiteit Utrecht schrijft niet voor niets dat bij diergericht ontwerpen bestaande systemen buiten beschouwing worden gelaten. Neemt de minister dit ter harte?

Hier zit niemand op te wachten. Boeren niet, de maatschappij niet, de belastingbetaler niet. En zeker de dieren niet.