Bijdrage Van Raan over de wijziging Wet verbod op kolen bij elek­tri­ci­teits­pro­ductie


12 mei 2021

Na jarenlang te weinig doen vraagt de staat van het klimaat nu om radicale maatregelen. Het drastisch omlaag brengen van de uitstoot van schadelijke broeikasgassen op de zeer korte termijn hoort daarbij. Het zal u vast niet verbazen dat het idee van een forse beperking op kolenverbranding de Partij voor de Dieren enorm aanspreekt.

Uiteraard moeten we voorkomen dat het middel erger is dan de kwaal, dat zal de minister met ons eens zijn.

En daar zit nou net het probleem; dat is nog niet uit te sluiten met deze wet. Hierover wil ik het vanavond hebben met de minister.

Behalve dat de lat weer te laag wordt gelegd, er werd al aan gerefereerd door de PvdA, is de reductiebeperking tijdelijk. Na een opmerking van de Raad van State geldt de reductiebeperking tot en met 2024, in plaats van tot en met 2023. Dat is één jaar verschil zonder duidelijke uitleg. Structureel is er wéér niets geregeld. Waar is het jaar 2024 op gebaseerd? Waarom loopt die beperking niet tot aan het verbod op kolen in 2030? Is de minister bereid om de productiebeperking alsnog door te trekken tot 2030?

Met probleemverschuiving ga je klimaatverandering niet te lijf. De minister schrijft: “Dit wetsvoorstel beperkt de elektriciteitsopwekking met behulp van kolen tot 35%, maar laat een andere aanwending van de productie-installaties onverlet.”

En daar zit precies het probleem. Fijn dat de minister dat zelf zo helder markeert.

De uitstoot door de verbranding van kolen mag dan wel omlaag gaan, maar elke rendementsdenkende kolencentrale stapt natuurlijk gewoon over op biomassa. Wat zou de minister doen als hij een rendementsdenkende kolencentrale was?

Ook hier geeft de minister zelf het antwoord: “Productie uit biomassa telt niet mee voor de voorgestelde productiebeperking voor kolen. De centrales kunnen in de praktijk dus meer elektriciteit produceren dan de voorgestelde productiebeperking, als dit met biomassa of andere alternatieven wordt opgewekt.”

Het probleem. Verbranden van biomassa is –volgens de berekeningen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zelf nóg vervuilender dan kolen, een factor 1.15 om precies te zijn.

Alleen inderdaad, hier gebeurt iets bijzonders, collega Kops wees er al op, er gebeurt iets magisch… Die uitstoot van biomassa wordt niet meegeteld, niet omdat die er niet zou zijn, maar omdat Europa aldus besloten heeft.

De Europese Academie van wetenschappelijke academies schreef in 2018 al dat de huidige manier van berekenen onjuist en zeer risicovol is. We hebben daar vaak vragen over gesteld.

Klopt het, dat de uitstoot van biomassa, helemaal niet gemeten wordt?

Hoe kan hij dan uitsluiten, dat er straks juist méér wordt uitgestoten, door biomassa, dan er wordt gereduceerd door de kolenbeperking?

Het beste zou zijn als hij beter ging luisteren naar de wetenschap, maar daar lijkt het niet op, is hij dan op zijn minst bereid de CO2 uitstoot van biomassa te meten? En zo nee, waarom niet?

Als alle kolencentrales helemaal overstappen op biomassa, hoeveel biomassa gaan ze dan uitstoten? Kan de minister in het afbouwpad voor biomassa dat hij heeft toegezegd, rekening houden met de toename van biomassa door de productiebeperking op kolen, terwijl hij eigenlijk een afbouwpad aan het maken is? Wanneer kan de Kamer dit afbouwpad verwachten?

De minister schrijft dat met de extra stimulering van biomassa niet op de korte termijn, die hij voor ogen heeft, de gewenste CO2-reductie kan worden bereikt. Aangezien de bijstook van biomassa alleen maar tot een hogere CO2-uistoot leidt, kan ik dit alleen maar onderschrijven.

Hij schrijft ook dat hij biomassa ook niet extra gaat subsidiëren. Maar de subsidies die al zijn verstrekt, kunnen wel verlengd worden na 2024? Dat is een bedrag van 9,5 miljard euro.

En daar komt bij een nieuwe subsidie, namelijk subsidies voor het ter beschikking stellen van flexibel vermogen. Kan hij er in ieder geval voor zorgen dat gebruik van biomassa wordt uitgesloten van deze nieuwe subsidie?

Voorzitter, dan andere zaken.

Door de productiebeperking verwacht het kabinet elektriciteit te moeten importeren, maar de minister is niet voornemens om garanties van oorsprong aan te schaffen. Waarom wil de minister niet weten waar die importenergie vandaan komt? Is het kabinet wel voornemens om alleen duurzame elektriciteit te importeren? Of is het gewoon wat het goedkoopste is?

Dan de uitstootrechten. Door de productiebeperking hebben centrales een deel van de uitstootrechten niet meer nodig. Wat gebeurt er met die uitstootrechten? Een aandeel blijft verhandelbaar. Kan de minister uitsluiten dat onze uitstoot door onze productiebeperking naar een ander land verhuist?

Net doen alsof je iets doet, maar eigenlijk niets doen – dat is eigenlijk erger dan niets doen, omdat de ramp zich zo in stilte kan voltrekken.

Als de minister écht iets wil doen voor het klimaat, waarom schaft hij dan niet ook gewoon de vrijstelling op kolenbelasting af? Het was al onbegrijpelijk dat hij hem in 2016 invoerde. Als je iets wil ontmoedigen, dan ga je het toch niet stimuleren? Hoe kijkt de minister hier tegenaan? Is hij bereid deze alsnog af te schaffen?

En als hij dat niet is, kan hij dan in ieder geval op grond van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet stukken met de Kamer delen waaruit blijkt dat de vrijstelling op kolen bijdraagt aan de klimaatopgave?

Dan de nadeelcompensatie: Hoe verhoudt de vrijstelling op kolenbelasting, die de belastingbetaler sinds 2016 per jaar ongeveer 90 miljoen heeft gekost, zich tot de nadeelcompensatie? Wordt dit meegenomen in de berekening van de vergoeding? Waaruit is de minister van plan om de nadeelcompensatie te betalen? In welke begrotingsposten kunnen we die straks terugvinden of de reservering daarvan?

En waarom wordt er überhaupt nadeelcompensatie betaald? Bedrijven konden allang weten dat investeren in kolen onverantwoord was - collega van de PvdA wees daar al op – ik overweeg een motie op dit punt.

Voorzitter , ik sluit af.

De werkelijkheid verandert snel en het kabinet lijkt wéér achter de feiten aan te lopen.

De recente uitspraak van het Duitse Constitionele Hof over de klimaatwet daar, belooft weinig goeds voor de klimaatwet hier en laat zien dat we een nieuwe klimaatzaak niet kunnen uitsluiten.

Te lang niks doen of te laat begonnen zijn, zoals de voorganger van deze minister, Eric Wiebes, uiteindelijk ruiterlijk heeft toegegeven – we zijn te laat begonnen, we hebben te weinig gedaan – kan voor de volgende generatie leiden tot zeer verregaande inperking van democratische rechten om het vege lijf te redden. Dat is de reden voor het Duitse Hof om aanvullende maatregel te eisen. Dat is de reden waarom Duitsland aanscherpt

Straks moet het nóg radicaler, waardoor het nóg vervelender wordt allemaal, en nóg veel duurder.

Dat is de reden waarom deze wet – die voorsorteert op meer biomassa, dus meer uitstoot –aangepast zou moeten worden.

“De maatregel past in het patroon waarbij het Nederlandse energiebeleid een stelselmatig gebrek vertoont aan stabiliteit en voorspelbaarheid. Deze wet draagt daarmee bij aan het verslechteren van het investeringsklimaat in Nederland.”

Het hadden zomaar mijn woorden kunnen zijn, maar het zijn de woorden van RWE.

En we geven RWE gelijk. Bedrijven weten niet waar ze aan toe zijn en dat houdt de energietransitie onnodig op.

De uitstoot nu daalt alleen maar door een rekentruc. Het is veel voor de hand liggender om alle uitstoot een stuk duurder te maken en om de belastingvrijstellingen voor fossiel uit het belastingstelsel te halen.

Dat zouden ook meteen een paar éénduidige signalen naar bedrijven zijn.

Dank u wel.