Bijdrage Van Raan over de Begroting Econo­mische Zaken en Klimaat


4 november 2020

Voorzitter. Voor een minister over wie sommigen zeggen dat hij zich liever richt op techniek dan op de mens heeft hij opvallend veel bereikt. Tegen alle waarschuwingen in weet hij namelijk aardig de fossiele industrie in stand te houden. Ja, hij sluit het gasveld in Groningen versneld, en dat verdient complimenten. Zeker, bij dezen. Maar, rien ne va plus. Dat zegt de croupier in het casino wanneer je niet meer mag inzetten, als je niet meer kan gokken. Gokken is wat de minister deed met het klimaatbeleid. Rien ne va plus, want het is pijnlijk duidelijk geworden dat de kans veel te groot is dat we de klimaatdoelen niet halen, noch op het gebied van CO2-reductie, noch op het gebied van energiebesparing, noch op het gebied van hernieuwbare energie. Het Urgendadoel van 75% CO2-reductie aan het einde van dit jaar kan volgens het PBL alleen worden behaald in zeer onwaarschijnlijke situaties. In dit kader wil ik wijzen op de aangenomen motie van de Partij voor de Dieren om geen risico te nemen met het Urgendavonnis en een uiterste inspanning te leveren om het Urgendadoel te halen. Ik overweeg opnieuw een motie hierover.

Voorzitter. Van het reeds genoemde en ruim tekortschietende 49%-reductiedoel voor 2030 is al helemaal geen sprake. 34%, en misschien wat meer, als maatregelen worden doorgevoerd die nog helemaal niet concreet zijn. Het is schokkend hoe weinig "het groenste kabinet ooit" voor elkaar heeft gekregen op het gebied van klimaat voor deze generatie en voor de volgende generaties. Wat misschien nog veel erger is, is hoe de minister zich verschuilt achter het klimaatbeleid dat nog in de pijplijn zit. Laat ik de minister even wakker schudden. Dat beleid is met een reden niet meegerekend door het PBL. Het is namelijk nog veel te weinig concreet om doorgerekend te worden. Hoe kan het dat het, naar eigen zeggen groenste, kabinet zo weinig voor elkaar heeft gekregen? Waar zit hem dat in? Hoe kan het dat in Europa door Nederland wordt gepleit voor het ophogen van het klimaatdoel naar 55%, terwijl in Nederland zelf, in tegenstelling tot Denemarken, Finland en Oostenrijk, gewacht wordt totdat er overeenstemming is binnen de EU? Ik denk dat ik het antwoord daarop weet. De focus van dit kabinet ligt nog te veel op de kortetermijnbelangen in met name de fossiele industrie, de vee-industrie en de luchtvaart.

Er wordt niet gekeken naar wat wetenschappelijk gezien noodzakelijk is, maar er wordt wel gekeken wat, met inachtneming van met name de belangen van de fossiele industrie, haalbaar is. Thunberg verwoordde het scherp. Ze zei: totdat u zich gaat focussen op wat moet gebeuren in plaats van wat politiek mogelijk is, is er geen hoop. Ik zal een aantal voorbeelden geven van het wereldvreemde kortetermijnbeleid van dit kabinet. De vijftien meest vervuilende bedrijven in Nederland, die voor 86% bijdragen aan de CO2-uitstoot, dragen niet voor 86% bij aan het oplossen van de problemen waarvoor ze zelf verantwoordelijk zijn. Integendeel, de grootste vervuilers krijgen allerlei fiscale voordelen en betalen dus veel minder dan u en ik. De tuinbouw verbruikt 80% van de energie in de landbouw, maar betaalt hiervoor minder dan grootverbruikers en krijgt ook nog eens ontheffing van de opslag duurzame energiebelasting. Is de minister het ermee eens dat een gelijkere fiscale behandeling nodig is? Graag een reactie.

Voor zover wij weten, houdt 6,6% van de bedrijven die onder de besparingsplicht vallen zich voor 100% aan de belasting. Stel je voor dat slechts 6,6% van de belastingplichtigen in Nederland ook daadwerkelijk belasting zou betalen. Of dat slechts 6,6% van de vliegtuigen die zouden vertrekken, ook zou aankomen. Is de minister het ermee eens dat hij zich hier eigenlijk een beetje voor moet schamen? Ik overweeg dan ook een motie in te dienen om de decentrale overheden te helpen bij de handhaving op dit gebied. De luchtvaart wordt op deze manier de hand boven het hoofd gehouden en mag naar eigen inzicht klimaatdoelen instellen die zo gunstig mogelijk zijn voor de sector. Het reduceren van de uitstoot komt voornamelijk neer op compenseren. En dit terwijl de sector jaarlijks vrijgesteld is van het betalen van 2,45 miljard aan kerosinebelasting. Ik weet dat de minister daar formeel niet over gaat, maar voelt hij zich toch ook niet een beetje verantwoordelijk voor die sector, die zo'n impact op het klimaat heeft? Ik kom tot de vraag: is de minister het ermee eens dat zijn klimaatbeleid eigenlijk ongeloofwaardig is?

Voorzitter. Verbonden met de focus op de korte termijn is het feit dat er geen rekening wordt gehouden met de post onvoorziene kosten. Daar heb ik al vaker over gesproken, over de zogenaamde onverwachte klimaattegenvallers. Telkens weer blijkt dat de klimaatcrisis zich sneller ontvouwt dan ooit voor mogelijk werd gehouden en dat de gevolgen ook groter zijn dan gedacht. Ik denk aan nieuwsberichten als "oceanen warmen 40% sneller op dan gedacht", "klimaatverandering versnelt", "permafrost 70 jaar eerder ontdooid", "warmste september ooit", "warmterecord novembernacht", "aanhoudende hittegolven boven de poolcirkel". Rien ne va plus. Ik vraag de minister waarom hij zo graag aan de verkeerde kant van de geschiedenis wil staan.

Daarover gesproken: de foute kant van de geschiedenis is een mooi bruggetje naar biomassa. Ik zie dat de minister al aan het nadenken is, want hij grijpt nu naar zijn hoofd. Hij zal zich afvragen wat ik bedoel, maar ik zal dit toelichten. Er wordt een desastreus beleid gevoerd ten aanzien van houtige biomassa, een brandstof die niet bijdraagt aan het oplossen van het klimaatprobleem, maar het juist verergert. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. In de afgelopen vier jaar lijkt het wel of de minister het beleid expres op zijn beloop heeft gelaten, met nog een onderzoek hier, een rapport daar, om vervolgens duidelijke conclusies weer uit te stellen. En dat terwijl de onrust in de samenleving daarover groeit en ook de onrust in de coalitie groeit. Maar toch zet de minister zijn oude beleid door en tilt hij beslissingen over de verkiezingen. Zo zadelt de minister het volgende kabinet op met zijn biomassacentrales, net zoals hij ook de volgende generatie opzadelt met zijn klimaatbeleid en met name de gevolgen daarvan. De minister houdt tot nu toe liever vast aan de boekhoudkundige schijnwerkelijkheid die stelt dat houtige biomassa CO2-neutraal is.

Ik heb nu een vraag die eigenlijk gemakkelijk met een ja of nee te beantwoorden is. Denkt de minister zelf, los van boekhouders in Europa en wat die voorschrijven, als hij zich baseert op zijn eigen waarnemingen, zijn eigen observaties en redeneringen en zijn cognitieve vermogens, dat houtige biomassa als brandstof voor centrales op de schaal die hij wil toepassen CO2-neutraal is, mede gezien het feit dat een boom pas na 50 jaar weer terug is gegroeid? Nu ligt het misschien voor de hand dat de minister gaat antwoorden: het gaat er niet om wat ik denk. Dat zou een antwoord kunnen zijn. Maar in dit geval gaat het er nu juist wél om. Want ik meen bijna zeker te weten dat de minister zelf ook wel doorheeft dat biomassa niet CO2-neutraal is.

Ik heb verder de volgende vragen aan de minister. Kent de minister de brandbrief van 70 bewonersorganisaties, wetenschappers en buitenlandse ngo's die gisteren in De Telegraaf verscheen? Kan hij daarop reageren? Kan hij aangeven of kolencentrales open mogen blijven als zij voor 100% op een andere brandstof dan kolen draaien? En zouden de centrales bij 100% stook van houtige biomassa een nieuwe SDE-subsidie voor het stoken van houtige biomassa kunnen aanvragen?

Voorzitter, ik ga afronden. De minister en ik zijn van een leeftijd dat wij waarschijnlijk de ergste gevolgen van de klimaatverandering zelf niet meer meemaken. Maar wij zijn wel van de generatie die medeverantwoordelijk is voor de enorme toename van de CO2-uitstoot in de afgelopen 40 jaar. En wij zijn ook van de laatste generatie die daar nog iets aan kunnen doen.

In de drie voorgaande begrotingen heb ik wel de overtuiging gekregen dat de minister zijn taak op het vlak van economische zaken serieus heeft genomen, maar eerlijk gezegd geldt dat niet voor zijn taak als klimaatminister. Hij heef het Urgendadoel niet gehaald, hij heeft de energietransitiedoelen niet gehaald en het 2030-doel niet gehaald. We moeten helaas concluderen dat de afgelopen jaren verloren jaren zijn geweest. De dupe daarvan zijn niet alleen de toekomstige generaties, maar ook de kwetsbare samenlevingen elders, die de gevolgen nu al hard voelen. Dit verwijt ik de minister. De Partij voor de Dieren wil de minister eraan herinneren waarom we dit doen, waarom we ons nu inzetten voor de reductie van CO2. Dat is niet voor een biomassaboekhouding in Europa. Het is niet voor de windcijfers van de industrie. Het is voor het lijfsbehoud van onszelf.

Voorzitter. We zullen meerdere moties en amendementen indienen die er bijvoorbeeld voor zullen zorgen dat financiële prikkels ten behoeve van de fossiele economie worden afgebouwd. Ze zullen bijvoorbeeld de energiebesparing makkelijker maken en het verbranden van bomen een halt toeroepen. We zullen tot slot een voorstel doen voor een uniforme CO2-heffing.

Voorzitter, dank u wel.