Bijdrage Van Raan debat over lera­ren­tekort in basis­on­derwijs


4 juli 2017

Voorzitter. We spreken vandaag over het lerarentekort in het basisonderwijs en over de vraag hoe we dat kunnen oplossen. Dat kun je volgens de Partij voor de Dieren niet los zien van de salarissen. Het tekort kan oplopen tot 10.000 voltijdsbanen in 2025. Het gaat over docenten, die werken, waken, vormen, leren, beschermen, regelen, verzorgen en begeleiden. Het gaat over het belangrijkste onderdeel van onze toekomst, namelijk onze kinderen. Dat is onvoorstelbaar belangrijk. Ik kijk even of er kinderen op de publieke tribune zitten. Er zitten wat oudere kinderen, zie ik.

De tekorten zijn niet nieuw. Op de website van OCW staat een keur aan maatregelen die zijn genomen of worden genomen. In de Kamerbrief van 26 juni schrijven de minister en de staatssecretaris zes maatregelen op, dus zes oplossingslijnen. Wat opvalt in die Kamerbrief, is dat er geen enkele aandacht wordt besteed aan het waarom. Waarom is er zo weinig instroom en dus een tekort in de beroepsgroep, terwijl de intrinsieke beloning zo hoog is? Wat is er gebeurd in de afgelopen decennia? Die analyse ontbreekt geheel. Wij snappen ook wel dat je, als het huis in brand staat, eerst gaat blussen. En laat de bewindslieden vooral hard doorgaan met hun zes lijnen, maar we zijn het aan onszelf verplicht om begrip te hebben van de oorzaken. Graag hoor ik een reflectie van de minister. Om in onderwijstermen te spreken: waarom blijven we zitten?

De beweging POinactie vertelt ons inmiddels waar het om gaat: eerlijke salarissen en minder taken. Daarin ligt volgens ons ook de sleutel om het lerarentekort succesvol aan te pakken. De aanbevelingen voor wat er naast de Kamerbrief nog meer kan gebeuren, zijn natuurlijk voor een deel al gegeven in het verleden, zoals het afschaffen van de LA-functieschaal. Daarover gaat de motie van collega Beertema, die we zullen blijven steunen.

Dat brengt ons op wat wij zouden willen voorstellen. Dat is gebaseerd op gesprekken — noodkreten zo u wilt — met diverse leerkrachten, op een eigen ervaring van vier jaar als zijinstromer en uiteraard op de Kamerbrief, waarin de bewindslieden zes oplossingslijnen bieden.

We zouden eerst met een eenvoudige maatregel willen aansluiten op lijn … Tja, dat is het probleem met lijntjesdenken. Het verlichten van de werkdruk is geen aparte leerlijn. Op veel scholen — nu kom ik op het voorstel — moeten de leraren zelf de overblijf doen, omdat … Ja, waarom niet? Ze zijn er toch al en ze moeten toch eten. Laten we dat verplicht afschaffen en scholen de middelen geven om dat anders op te lossen. Laten we docenten een rustige lunch gunnen. Zie het als een soort rijtijdenbesluit. Zijn de bewindslieden daartoe bereid?

Dan kom ik op twee initiatieven die zouden passen in de lijn van anders organiseren en innovatieve ideeën, en die ook passen binnen de Operatie Regels Ruimen. Zijn de minister en de staatssecretaris bereid om geld beschikbaar te stellen zodat er twee groepen uit het p.o., dus uit het veld zelf, kunnen worden gefinancierd en vrijgemaakt? De eerste groep gaat bekijken welke volstrekt overbodige rapportageregels de prullenbak in kunnen. We krijgen veel voorbeelden van rapportages die moeten worden gemaakt en in systemen moeten worden ingevoerd, maar waar verder niets mee gebeurt. Maar als je ze niet maakt, staan ze garant voor een hoop heibel en stress, want de directeur vindt dat het nou eenmaal moet. Laten we die groep de "commissie snoeien" noemen. De minister en de staatssecretaris zullen dan misschien zeggen: dat kan niet, want dat hangt af van wat de inspectie voorschrijft. Daar hebben we ook aan gedacht. Er komt namelijk een tweede groep. Die gaat bekijken welke regels de inspectie wel nodig acht, maar die in de praktijk niets bijdragen aan de kwaliteit. Laten we die de "commissie inspectie van de inspectie" noemen.

Deze twee groepen uit het onderwijs zelf geven wij iets wat al lang geleden lijkt te zijn vervangen door rapportages, administratie, management en tussenlagen, namelijk vertrouwen. Het vertrouwen dat het beter zal gaan en de werkdruk zal afnemen als scholen het zelf mogen regelen. Dat betekent dat de uitkomsten van beide commissies bindend moeten zijn.

Geef dat vertrouwen. Dat en een veel betere beloning is wat er gevraagd wordt. Waarom dat niet gegeven? Het zou dan zomaar zo kunnen zijn dat een beroep dat gedreven wordt door intrinsieke motivatie, dat goed betaald wordt en goed geregeld is, die tienduizenden aantrekt.

(…)

De heer Van Raan (PvdD):
Is mevrouw Beertema ... Mevrouw Becker, excuses. Is mevrouw Becker het met mij eens over het volgende? Als de werkdruk met, laten we zeggen, 15% verminderd wordt en mevrouw Becker niet voor een loonsverlaging van 15% gaat pleiten, dan is dat toch in principe een salarisverhoging?

Mevrouw Becker (VVD):
Nou, nee, eigenlijk niet. Ik denk daar hardop over na. Ik denk dat het probleem van de werkdruk een apart probleem is en dat we niet kunnen zeggen: als de werkdruk nou maar naar beneden gaat, hebben we geen behoefte meer aan een verbeterd carrièreperspectief. Het zijn twee dingen en we moeten ze allebei aanpakken. We moeten de werkdruk terugdringen, waar het kabinet hard mee bezig is met Operatie Regels Ruimen; ik ben benieuwd hoe het staat met Operatie Regels Ruimen 2.0. Daarnaast moet er carrièreperspectief zijn. Dat kan ook betekenen dat er gerichte investeringen kunnen komen in het salaris. We kunnen daar vandaag natuurlijk niet op vooruitlopen, want er wordt geformeerd, maar het is wat mij betreft en-en.

De heer Van Raan (PvdD):
Maar als de werkdruk niet wordt verlaagd door taken te laten vallen en die weggevallen taken door anderen worden vervuld, en als de docenten die deze taken niet meer hoeven te vervullen hetzelfde salaris blijven verdienen, dan spreek je toch de facto van een salarisverhoging? Dat kan niet anders. Of moeten we nog een keer samen de rekentoets maken?

Mevrouw Becker (VVD):
Misschien hebben de heer Van Raan en ik een andere definitie van werkdruk. Volgens mij gaat het niet zozeer om het verminderen van taken, maar om het wegnemen van bijvoorbeeld de administratieve rompslomp waar heel veel docenten onder gebukt gaan en de vraag of je extra ondersteuning in de klas kunt organiseren, dus dat er extra handjes komen voor leraren zodat ze kunnen toekomen aan waarvoor ze aangenomen zijn: lesgeven. Dat zit hem dus niet in minder taken, maar wel in op een andere manier werkdruk tegengaan.

Beantwoording bewindspersonen
De heer Van Raan vroeg een reactie op zijn plan voor twee commissies. De ene moest geen inspectietoezicht meer hebben en de ander moest van binnenuit werken. Ik vind dat heel spannend, maar dat zijn dingen die we op dit moment al doen. Er loopt een pilot voor regelluwe scholen. Zij mogen zelf aangeven welke regels zij buiten beschouwing willen laten. Met het vernieuwde toezicht gaan wij veel meer uit van de kracht van scholen zelf. We laten hen hun eigen visie en kwaliteitsstandaarden bepalen. Ik vind dat belangrijk, want het zet aan tot nadenken. Alleen dat gesprek op scholen is al heel belangrijk.

In het kader van de werkdruk stelde de heer Van Raan ook de vraag hoe het zit met leraren die verplicht de overblijf moeten doen. Even heel helder: scholen zijn verplicht om tussentijdse opvang te treffen als ouders daarom vragen. Ik zie op heel veel scholen dat dit gedaan wordt door opvangmedewerkers of vrijwillige opvangkrachten. De medezeggenschapsraad heeft een adviesfunctie als scholen dit vaststellen of wijzigen. Mocht de school dit advies niet opvolgen, dan kan de medezeggenschapsraad naar de geschillencommissie stappen. Bij de vormgeving van de tussentijdse opvang, de overblijf, moet ook het personeelsdeel altijd instemmen met hoe dat gebeurt. Laat ik heel helder zijn: ik vind de tussentijdse opvang niet de kerntaak van leerkrachten. Als het personeel het zelf wil opvangen dan is dat aan hen. Ze kunnen daar zelf toe besluiten. Ik vind het echter ook niet gek dat scholen naar vrijwilligers, ouders of professionele organisaties kijken om dat te regelen.

De heer Van Raan (PvdD):
Misschien is de staatssecretaris dan bereid om de Kamer te informeren over de vraag of dit een groot probleem is. Ik hoor alleen maar dat dit een groot probleem is; dat heb ik zelf ook ervaren. De staatssecretaris geeft aan dat scholen er zelf over gaan en dat als docenten niet instemmen zij het niet hoeven te doen. Dat is niet helemaal met elkaar te rijmen. Is de staatssecretaris bereid om daar eens informatie over aan de Kamer te verstrekken?

Staatssecretaris Dekker:
Dat kunnen we volgens mij licht doen. Dan ga ik te rade bij de werkgevers en de vakbonden. Ik kom daarop terug bij de voortgangsrapportage Lerarenagenda.
(…)

Minister Bussemaker:
U had het over de pabo en dat is wel een algemene opleiding. We maken dat programma ook op maat, want het hangt ervan af welke deficiënties je hebt. Als je van de havo komt, kan het zijn dat je geen deficiëntie hebt. Als je het goede keuzeprogramma hebt gevolgd op de havo, dan heb je alles. Als je van het mbo komt, heb je al vaker een deficiëntie. We beginnen nu extra vroeg. We begeleiden ze nu vanaf het begin van bijvoorbeeld de mbo-opleiding voor onderwijsassistente, in wat ze nog moeten doen om goed op de pabo te komen. In het mbo hebben we keuzedelen ingevoerd. Dat zijn allemaal manieren om zo goed mogelijk beslagen ten ijs te komen op het moment dat je begint. Als er dan toch nog wat is, dan kan een pabo je daarin begeleiden, zeker in het eerste jaar. Daarna is er nog de mogelijkheid om, als het echt niet lukt, een bindend studieadvies te geven.

De heer Van Raan (PvdD):
Dank aan mevrouw Westerveld dat zij dit ter sprake brengt. Ik moest namelijk even aan mezelf denken. Dat doe ik graag en vaak. Toen ik mijn docentenopleiding startte, had ik voor het vak economie aardig wat deficiënties, maar dat kon opgelost worden tijdens de studie. Mijn vraag aan de minister is dan ook: als dat bij de lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs kan, waarom dan niet bij de pabo?

Minister Bussemaker:
Omdat we hebben vastgesteld dat die deficiënties op een gegeven moment zo groot zijn dat ze niet meer weggewerkt kunnen worden. De pabo heeft vier jaar om iemand startbekwaam te maken. Als je zegt dat je ergens nog onvoldoende goed in bent, dan kun je een ondersteuningstraject doorlopen. Mevrouw Westerveld vroeg of dat dan kosteloos is. Laat ik die vraag ook gelijk beantwoorden: ja, die ondersteuningstrajecten zijn kosteloos. Je moet ze dus wel doen, maar daar zijn geen extra vouchers voor nodig. We kunnen die begeleiding zo goed mogelijk maken. Ook als er in het eerste jaar sprake is van twijfel, kun je dan naar de pabo. Dan moet je het wel in het eerste jaar laten zien. Stel, je moet bijvoorbeeld nog een rekentoets doen, op het niveau van groep 8+. Studenten mogen dan drie pogingen doen om die toets te halen. Het is aan de pabo's hoe zij de studenten hierin ondersteunen, net als bij de overige toetsen tijdens de opleiding. Maar de deficiënties moeten dus zodanig zijn dat de pabo's niet zo veel moeten wegwerken dat ze niet aan de wezenlijke onderdelen van de opleiding toekomen. Dat besluit hebben we een paar jaar geleden ook met brede steun van de Kamer genomen. Met mij valt over alles te praten als het gaat om de vraag hoe we aankomend studenten daar nog beter bij kunnen begeleiden. Maar als we het imago van de leraren, ook die in het basisonderwijs, echt willen verbeteren, dan moeten we hoge eisen blijven stellen aan de studenten aan de pabo.

De heer Van Raan (PvdD):
Dan stel ik vast dat dat inderdaad precies hetzelfde is als bij de lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs. Als er niets gedaan wordt aan de basisdeficiënties, dan kom je er ook niet op. Dat is dus inderdaad hetzelfde.

Minister Bussemaker:
Met dien verstande dat we bij de pabo de afgelopen jaren bewust een aantal eisen verhoogd hebben, omdat de uitval enorm groot was en er klachten waren over de pabo's. Bovendien viel een heel groot deel van degenen die wel afstudeerden in het begin van hun carrière al heel snel uit, omdat ze eigenlijk niet goed voorbereid waren op het werk als juf of meester op een basisschool. Kortom, we doen er alles aan om dit goed te begeleiden.

Laat ik in dit kader ook nog zeggen dat we specifieke acties ondernemen om mbo'ers, van wie er de laatste tijd veel afhaakten, te interesseren voor de pabo. Ik heb aan de grote steden Rotterdam, Amsterdam en Den Haag het akkoord gegeven voor een aanvullende pilot, die specifieke ondersteuning biedt aan mbo'ers voor wie goed voorbereid naar de pabo gaan niet het vanzelfsprekende traject is. Dan gaat het met name om mbo-studenten uit opleidingen anders dan die tot onderwijsassistent.
(…)

Minister Bussemaker:

De heer Van Raan vroeg wat wij allemaal al gedaan hebben. Volgens mij hebben we daar voldoende over gezegd. Ik zeg er wel bij: een en ander heeft dus ook wel tijd nodig. Dit zijn geen oplossingen waarbij je als je een wet tekent of een regeling maakt, onmiddellijk in een jaar verandering ziet. Vandaar dat we naar mijn idee vooral in moeten blijven zetten op de ingezette weg en moeten leren van initiatieven die wel goed en die minder goed gaan.

Tweede termijn

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter. Dank aan de bewindslieden voor de beantwoording van de vragen. Ook dank voor de kleine toezegging om het onderzoek naar overblijven op papier te zetten.

De bijdrage van de Partij voor de Dieren ging met name over vertrouwen en het geven van meer instrumenten aan de docenten zelf, meer zeggenschap en meer inspraak. Dat werd niet opgevolgd. Vandaar twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het gebrek aan tijd in het primair onderwijs nijpend is;

overwegende dat leerkrachten in het primair onderwijs zelf de beste garantie bieden voor kwaliteit en inzicht hebben in wat wel en wat niet werkt;

verzoekt de regering, een commissie inspectie van de inspectie uit het primair onderwijs samen te stellen en deze commissie alle mogelijkheden te geven om de knelpunten in het onderwijs met betrekking tot de onderwijsinspectie in kaart te brengen;

verzoekt de regering, de genoemde commissie ruimhartig te faciliteren;

verzoekt de regering tevens, de aanbevelingen van de commissie bindend te verklaren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 272 (27923).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ons onderwijs gebukt gaat onder grote regeldruk en beperkte middelen en menskracht;

constaterende dat het gebrek aan tijd in het primair onderwijs nijpend is;

overwegende dat leerkrachten in het primair onderwijs zelf de beste garantie bieden voor kwaliteit en inzicht hebben in wat wel en niet werkt;

verzoekt de regering, een commissie snoeien uit het primair onderwijs samen te stellen en deze commissie alle mogelijkheden te geven om de knelpunten in het onderwijs met betrekking tot hun werkzaamheden in kaart te brengen;

verzoekt de regering tevens, de genoemde commissie ruimhartig te faciliteren;

verzoekt de regering voorts, de aanbevelingen van de commissie bindend te verklaren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan, Van Brenk en Beertema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Staatssecretaris Dekker:
Voorzitter. De heer Van Raan en mevrouw Van Brenk hebben op stuk nr. 272 een motie ingediend over een soort inspectie op de inspectie. Ik zou dat echt willen ontraden. De inspectie heeft onlangs nog haar hele werkwijze geëvalueerd. Er is verder nieuw inspectietoezicht gekomen. Volgens mij heeft de inspectie dan ook helemaal geen inspecteur op haar eigen handelingswijze nodig. Ze is juist zelf heel erg bereid om te veranderen. Het leidt dus alleen maar tot een hoop extra papier en een hoop extra werk en daarom ontraad ik de motie.

Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 273 van Van Raan, Van Brenk en Beertema, want snoeien in de echte wet- en regelgeving doen wij zelf al met de regeldrukagenda. Voor wat de scholen daaraan kunnen doen, hebben we de Operatie Ruimen Regels, die binnenkort een vervolg krijgt. Ik ontraad de motie.