Bijdrage Van Raan debat over het Belas­tingplan 2018 (eerste en tweede termijn)


27 november 2017

Dank u wel, voorzitter.

Voorzitter. Het is goed om te horen dat de heer Bruins van de ChristenUnie zich enorm gaat inzetten en de vergroening toejuicht. Onze bijdrage voor het Belastingplan 2018 heeft namelijk als thema "Klimaatverandering, vergroen het belastingstelsel en laat de vervuiler betalen". Tijdens de klimaattop in Bonn COP23 is nog maar eens gebleken dat deze drie elementen nauw verweven zijn, waarbij breed gedeeld werd dat de klimaatverandering een van de grootste uitdagingen is waarvoor we ons gesteld zien, terwijl de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer in 2016 tot recordhoogte is gestegen, zoals de VN rapporteert. Goed dus dat Nederland de ambitie in Bonn voor de reductie van CO2-uitstoot naar boven heeft opgeschroefd naar 55% reductie.

Nou zou dit kabinet dit kabinet niet zijn als er geen voorwaarden aan zouden zitten, namelijk dat er een kopgroep moet zijn. Maar het is in ieder geval een goed teken dat de ambitie is opgeschroefd. Het is natuurlijk wel alarmerend dat het Planbureau voor de Leefomgeving rapport na rapport moet uitbrengen dat er veel meer moet gebeuren. Afgelopen vrijdag bracht het een uitgebreid rapport uit waarin het een analyse doet van de fiscale vergroeningsmogelijkheden. Daar wil ik met name mijn bijdrage op baseren.

Het leidt ook direct tot de eerste vraag aan de staatssecretaris. Is hij het met de rest van de wereld eens dat de drieslag klimaatverandering, vergroening belastingstelsel en vervuiler betaalt nauw verweven is en dat vergroening van het belastingstelsel en vervuiler betaalt substantieel kunnen bijdragen aan de CO2-reductiedoelstellingen? Graag een reactie.

Ook dit kabinet laat weer een aantal kansen liggen. De verhoging van de belasting op storten en verbranden van afval is makkelijk en tegen beperkte kosten uitvoerbaar per 2018, zoals is gebleken, maar de keuze is gedaan om het uit te stellen tot 2019. Graag een reactie daarop. De invoering van een CO2-minimumprijs in de elektriciteitssector gaat pas per 2020 in. Waarom zo laat? Het huidige kabinet is immers dan al weer bijna vertrokken. Wellicht kan de staatssecretaris de minister van Klimaat aansporen het wat eerder te doen. Graag een reactie.

Dan de onverantwoorde subsidies en vrijstellingen aan de fossiele industrie die volledig in stand blijven tot wel €14.000 per minuut. Kan de staatssecretaris daar een reactie op geven? Ik weet dat het niet zijn portefeuille is, maar de fiscaliteiten raken hem wel. De vraag die wij graag aan hem zouden willen stellen is of hij het ermee eens is dat die fossiele subsidies niet bijdragen aan de reductie van CO2.

Dan nog de heffing op de lawaaiige en vervuilende vliegtuigen, terwijl het alternatief, een vliegbelasting, pas per 2021 wordt ingevoerd volgens het regeerakkoord. Dat is pas als de andere maatregelen gefaald hebben. De vraag is dan natuurlijk of de staatssecretaris kan aangeven voor het laatste geval welke maatregelen dan precies hebben moeten falen om de vliegbelasting in te voeren. Dat is kort voor het geplande vertrek van dit kabinet.

Ik zie een vraag, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, maar toch wil ik voorstellen dat u verdergaat, als u het niet erg vindt. Laat ik eens kijken. Meneer Van Weyenberg heeft één keer geïnterrumpeerd, zie ik. Meneer Van Raan, wilt u zich er niet mee bemoeien, want anders grijpen ze elke kans om te interrumperen.

De heer Van Raan (PvdD):
Dat is waar, maar ik vertrouw op uw hand.

De voorzitter:
Ja. Meneer Van Weyenberg, kort graag.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik snap uw worsteling met de agenda, voorzitter, dus ik zal het heel kort houden.

Ik begrijp de vraag van de collega niet helemaal. Volgens mij staat dit helder in het regeerakkoord. We kijken naar een heffing op het lawaai van vliegtuigen, en bekijken of we daar in Europa afspraken over kunnen maken. En als dat niet lukt, dan zullen we die desnoods zelf invoeren via de btw. Ik vind het eerlijk gezegd wel mooi. We gaan eerst kijken of we eindelijk eens de kerosine kunnen gaan belasten in Europees verband, maar we zeggen nu al: als dat niet lukt, gaan we het toch doen. Dat is toch een schitterend voorbeeld van iets eerst internationaal proberen te doen, maar je eigen verantwoordelijkheid te nemen als dat niet lukt? Ik begrijp de verwarring dus niet helemaal.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik begrijp de vraag wel. Je zou zo'n houding van "we doen eerst dit en als het niet lukt, gaan we dat doen" kunnen aannemen. Maar dit onderwerp, vliegtuigen en de vervuiling door de luchtvaart, waarover net weer een rapport is verschenen, is nu eenmaal dermate groot dat we helemaal niet de luxe hebben om te kunnen wachten in plaats van het meteen aan te pakken. Daar komt het volgende bij. Wij lezen in het regeerakkoord dat hier pas mee wordt begonnen als dit kabinet, volgens de planning, alweer bijna weggaat.

De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik heb een vrij nauwe ervaring met deze paragraaf, en ik lees die zo. Daar staat dat we die heffing altijd in 2021 invoeren; ze is dan dus gewoon ingevoerd door dit kabinet. Maar we hebben nog liever dat we die kerosine in Europa eindelijk een keer gaan belasten, dus dat we daar btw over gaan heffen. Maar volgens mij zijn wij hierin bondgenoten. Dat is eigenlijk de oproep die ik wil doen, voorzitter.

De heer Van Raan (PvdD):
Fijn dat de heer Van Weyenberg zo snel tevreden is met wat het kabinet doet. Wij zeggen dat er geen enkele reden is om dit niet nu al te doen. Laten we het dan ook nu doen, want het is niet zo dat we nog heel veel tijd hebben.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Van Raan (PvdD):
Dank.

In het regeerakkoord is gesteld dat vervuilend gedrag wordt beprijsd. Dat zien we eigenlijk nauwelijks terug in het Belastingplan. Grootverbruikers, die ook nog eens de meeste CO2 uitstoten, krijgen door de tariferingstructuur energiebelastingvoordelen. Kijkend naar de eerste en de laatste schijf belastingtarieven voor gas, zie ik daar een factor 20 tussen zitten. En voor elektriciteit zelfs een factor 191! Zou je de tarieven gelijk willen trekken en tegelijkertijd de belastingopbrengst neutraal willen houden voor elektriciteit, dan zou dat betekenen dat de grootste gebruikers 100 keer meer energiebelasting per kilowattuur moeten betalen. Dat geeft aan hoe groot het verschil is tussen wat de kleinverbruikers betalen en hoe groot de voordelen zijn die de grootverbruikers hebben. Daarbij wordt in het Belastingplan 2018 ook nog eens de vrijstelling voor de grootverbruikers in stand gehouden. Waarom is dat? Misschien een reflectie daarop.

Eigenlijk wordt het nog erger. Uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving uit 2016 blijkt bovendien dat huishoudens en kleine bedrijven in termen van energieverbruik meer dan twee keer zo veel betalen voor aardgas en elektriciteit als de door hen veroorzaakte milieuschade, terwijl de grootverbruikers tot wel vijf keer minder betalen dan de door hen veroorzaakte milieuschade. Tata Steel, Shell en DSM betalen relatief het minst, de lagere inkomens relatief het meest. Waarom zouden de gezinnen sponsor moeten zijn van het grootbedrijf, staatssecretaris? Graag een heldere reactie, die mogelijk iets verder gaat dan "het is een afgewogen pakket" of "het is nou eenmaal een totaalpakket, waaraan je niet kan rommelen omdat anders alles in elkaar stort". Deze staatssecretaris kan er vast een beter antwoord op geven.

De huidige keuzes zijn in onze ogen dus niet uit te leggen. Het omgekeerde is wel steeds beter uit te leggen, namelijk: hoe meer je vervuilt, hoe meer je betaalt, zowel absoluut als relatief. Het moge duidelijk zijn dat naast belastingvoordelen, zoals de verlaging van de vennootschapsbelasting waar deze Kamer veel over gesproken heeft, grote bedrijven ook enorme energiebelastingvoordelen hebben. Dat is misschien mooi in het nauwere economische domein, maar is de staatssecretaris het met ons eens dat de huidige tariefstructuur niet leidt tot een vermindering van CO2, en dat het "de vervuiler betaalt"-principe — laat ik het zo maar formuleren — in de huidige tariefstructuur minder goed is toegepast? En zo nee, hoe denkt hij dan fiscale middelen in te zetten om de klimaat- en CO2-doelstellingen van dit kabinet wél te halen? Het kan natuurlijk ook dat hij zegt: dat vind ik eigenlijk geen taak voor mij; ik wacht op de opdrachten van mijn collega's. Graag een reactie.

Voorzitter. Het regeerakkoord maakt een goede stap om de tarieven van elektriciteit en aardgas beter in balans te brengen in verhouding tot de CO2-uitstoot, maar dat is alleen voor de eerste schijf en niet voor de andere schijven. Waarom is dat? Het is heel raar dat de regering vergeten is dat toe te passen. Dat, of ze is gewoon bang voor grootverbruikers van aardgas, die hier nadeel van ondervinden.

Het is ook vreemd dat de energiebelasting gebaseerd is op gas of elektriciteit. Vanuit een milieuperspectief zijn elektriciteit en aardgas immers geen homogene producten. Je weet niet hoe ze gewonnen zijn, of hoe ze zijn opgewekt. De veroorzaakte milieuschade in termen van CO2 per eenheid is afhankelijk van de wijze waarop elektriciteit wordt opgewekt of aardgas wordt gewonnen. Dat noemen we de inputgrondslag.

Voorzitter. Hoe meer je gebruikt, hoe minder je betaalt. Het is niet duidelijk hoe de energie is opgewekt. We stellen dus twee dingen voor. Als het streven van dit kabinet is dat de vervuiler betaalt — we denken eigenlijk dat een en ander samen moet kunnen vallen — ligt het voor de hand om naar een progressieve energiebelasting en een inputgrondslag te gaan. Is de staatssecretaris dat met ons eens? Het hoeft niet morgen en we hoeven er ook niet de hele nacht over te debatteren, maar is de staatssecretaris het met ons eens dat dit wel twee goede maatregelen zijn en dat je hier ook naartoe moet om echt te vergroenen? Daarbij zou het ook nog een goede maatregel kunnen zijn om de groene bedrijven, groot of klein, een beloning te geven in de vorm van een korting naarmate ze schonere energie op basis van input gebruiken. Graag een reactie.

Voorzitter. Dan over de btw. De algemene btw-verhoging die het kabinet voorstelt werkt verstorend, zoals het PBL-rapport van afgelopen vrijdag stelt. Deze leidt tot zogeheten marktfalen, omdat zowel vervuilende als niet-vervuilende producten en sectoren over één kam worden geschoren. Is de staatssecretaris het eens met deze redenering van het PBL? In termen van de doelen van het kabinet voor het klimaat en CO2 werkt het dus marktverstorend. Deelt de staatssecretaris de redenering van het PBL en zo nee, waarom niet? Als hij die wel deelt, waarom vallen gezonde producten als groente en fruit dan onder dezelfde tariefstelling als vervuilende en ongezonde producten als vlees en zuivel? Graag een reactie.

Voorzitter. Goed gedrag moet beloond worden en vervuilend gedrag ontmoedigd. Daarom moet je met de btw juist differentiëren. Het is in onze ogen een ongelooflijk gemiste kans dat dit nu niet het geval is. Nogmaals, nu worden groente en fruit net zo veel duurder als vlees, zuivel, treinkaartjes en kaartjes voor cultuur, waaronder die voor concerten. Maar er is zo veel mogelijk. U weet — misschien niet, maar dan vertel ik het u — dat de Partij voor de Dieren zich er in het verleden altijd voor heeft ingezet om groente en fruit vrijgesteld te krijgen van btw. We blijven daar ook op hameren. Maar dat is een Europese aangelegenheid. Is de staatssecretaris bereid om daarvoor te knokken in Europa? Graag een reactie.

Voorzitter. Op dit punt. Binnen de Europese btw-richtlijn is het mogelijk om een extra tweede laag btw-tarief in te voeren. Dat kan gewoon. Een vier- of vijftal landen in Europa heeft dit al gedaan. Dan krijg je een tweede laag tarief. Dat kan een minimum hebben van 5%. Dat is vastgelegd in de Europese richtlijn. Mocht de vrijstelling voor groente en fruit niet lukken, is de staatssecretaris dan bereid om een tweede laag tarief van 5% te introduceren en daar groente en fruit in te stoppen? Dat is dus een directe vraag en ik ben benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Ik kom tot een afronding. De vleesproductie heeft een onevenredig groot marktfalen in zich, omdat de vervuilingskosten niet in de prijs zitten. Er is daarbij sprake van tussen de 11% en 14% van de totale CO2-uitstoot, nog los van de schandalen en het dierenleed. Is de staatssecretaris het met ons eens dat dit marktfalen ook verkleind kan worden met behulp van beprijzing? Door de consumptie van vlees in het normale 21%-btw-tarief onder te brengen is de berekende opbrengst — dat hebben wij niet berekend maar dat is berekend in een amendement, wat de "amendementendienst" heeft gedaan voor ons, waarvoor dank — 1,2 miljard euro, die kan worden aangewend voor veel doeleinden, zoals voor de dekking van de verlaging van de btw op groente en fruit en op hersteldiensten. Allerlei goede doelen kunnen daarmee gediend worden.

Naast het verkrijgen van opbrengsten is sturen van gedrag het doel van belastingheffing. Uw premier heeft dat vele malen uitgesproken. Vergroening en de vervuiler laten betalen zijn van buitengewoon groot belang. Dus sturen op gedrag is naar onze mening ook van wezenlijk belang om de klimaatverandering aan te pakken. Onze voorstellen brengen de maatschappelijke kosten van vervuiling in rekening bij de veroorzakers daarvan en niet bij de gemiddelde belastingbetaler. Dat is eerlijk en helderder en draagt direct bij aan een positieve gedragsverandering. Louter voordelen dus, en daar wachten we op. Uiteindelijk is het concurrerender en eerlijker waardoor niet de financiële winst op korte termijn van bedrijven vooropstaat, maar de maatschappelijke en duurzame winst voor iedereen. Als we het daar vandaag over eens kunnen worden, is er veel bereikt.

Dank u wel, voorzitter.

22 november 2018 tweede termijn:

Voorzitter, dank u wel. Dank aan de staatssecretaris. Hij heeft niet al onze zestien vragen beantwoord, maar wel de meeste en ook een paar van de belangrijkste. Het belangrijkst is dat het thema vergroening, dat wil zeggen de drieslag klimaatverandering, vergroening en "vervuiler betaalt", ook zijn aandacht heeft. Dus dank daarvoor.

Ik ga proberen een omgekeerde filibuster te doen, namelijk in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk zeggen. Ik heb namelijk zeven moties. De twee amendementen heb ik gisteren al toegelicht.