Bijdrage Van Raan aan debat over de herstel­ope­ratie kinder­op­vang­toe­slagen


27 mei 2021

Voorzitter, dank u wel.

Als fraudeur stonden ze te boek, onterecht, hun broodnodige toeslag stopgezet, torenhoge terugvorderingen, keiharde betaaldeadlines, en géén genade. Sommigen moesten hun auto verkopen of hun huis uit. Relaties sloegen op de klippen en kinderen werden uit huis geplaatst. In sommige gevallen, in veel gevallen, in te veel gevallen valt hier niet tegenop te compenseren.

Ruimhartig compenseren is het minste wat de staatssecretaris kan doen. Dat riep iedereen vorig jaar al, maar nu gaat ze het echt doen. Dat is heel goed. Beter laat dan nooit. Het overnemen van private schulden past wat de Partij voor de Dieren betreft goed bij het idee van ruimhartig compenseren.

Ik twijfel niet aan de intenties van de staatssecretaris dat ze dit wil oplossen. Alleen bestaan er serieuze zorgen, deels al genoemd, en ik wil er nog een paar aan toevoegen.

Ten eerste lijkt het soms alsof er al opgelost wordt of al opgelost is. Er wordt in de verleden tijd en de voltooide tijd gesproken over de affaire. Voortgangsrapportages suggereren voortgang en in de zesde voortgangsrapportage gaat het over het herstellen van “wat in het verleden fout is gegaan” en “het vergoeden van de materiële en immateriële schade uit het verleden”. Ziet de staatssecretaris dat dit echt een verkeerd beeld kan scheppen en de indruk kan wekken dat het goed gaat?

Er gaan nog steeds dingen verkeerd. De klachten over de afhandeling nemen juist toe, en veel te veel ouders lijden juist door het verleden elke dag nog steeds opnieuw. Totdat alle ouders ruimhartig zijn gecompenseerd is er niets opgelost. Er bestaat niet iets zoals ‘een beetje opgelost’.

Terwijl de ouders te maken hadden met genadeloze deadlines waarop ze torenhoge bedragen moesten hebben terugbetaald, passeert de Belastingdienst zelf deadline na deadline. Dat valt niet uit te leggen. Het was de bedoeling om de ouders met 30.000 euro snel tegemoet te komen, uiterlijk vóór 1 mei. Nu hebben pas 16.000 van de 39.000 gedupeerden die een aanvraag hebben ingediend ook echt dat geld gekregen. Zij kunnen nu even vooruit.

Er zijn te veel aanvragen niet door de eerste toets gekomen. De klachten over de afhandeling nemen weer toe. Er is te veel onzekerheid. Voor veel mensen is het niet duidelijk waarom hun aanvraag is afgewezen en ze weten ook niet wat ze nu moeten doen. In te veel gevallen hebben mensen ook geen beschikking over hun dossier.

Hoe kan het dat de redenen voor de afwijzing onduidelijk zijn? Waarom weet niet iedereen wat zij of hij moet doen? Kan de staatssecretaris er ook voor zorgen dat deze mensen proactief benaderd worden met de beste optie voor in hun situatie? Ga naar de mensen toe, in plaats van dat de aanvragen naar de belastingdienst komen.

De ombudsman is bang dat de ouders die niet door de eerste toets zijn gekomen, nog heel lang moeten wachten. Ik deel deze zorg volledig. Hoe lang moeten deze ouders wachten? Kan de staatssecretaris een termijn stellen? Is dat inderdaad de eerder genoemde termijn in augustus? Graag een reactie.

De nieuwste regeling waarmee de overheid de private schuldlast van de gedupeerden overneemt krijgt nu al een ingewikkelde vorm. Hoe handig is dat voor die ouders? En hoe ‘ruimhartig’ is dat eigenlijk?

Juist doordat de staatssecretaris nu ruimhartig doch ingewikkeld aan het compenseren slaat, gaat er nog een heleboel op de belastingdienst af komen. Is de belastingdienst hier wel op ingericht? Welke wetgeving – de heer Snels stelde deze vraag ook al – heeft de staatssecretaris nodig om dat goed te laten verlopen?

Veel ouders hebben natuurlijk al geen vertrouwen meer in de Belastingdienst. Hoe slim is het dan om de compensatie via de Belastingdienst te laten lopen?

De impact op de levens van mensen is echt onvoorstelbaar. Het voorbeeld over deurwaarders die op de stoep staan is heel vreemd. Is er nu niets te verzinnen waardoor deurwaarders niet meer naar de gedupeerden gaan, maar standaard naar de belastingdienst? Graag een reactie daarop.

De vraag is of er met ruimhartig compenseren genoegdoening kan worden verkregen. Deelt de staatssecretaris deze vraag? Wat is haar antwoord daarop? Wanneer is het wat haar betreft genoeg? Wanneer is het afdoende? Zou een vorm van levenslange, onvoorwaardelijke bijstand daarbij kunnen helpen? Graag een reactie.

Voorzitter, dank u wel.

Interruptie:

De voorzitter:

Maar meneer Van Raan had nog een vraag.

De heer Van Raan (PvdD):

Ja, en die vraag stel ik nu omdat we het nu over het onderwerp heling hebben. Daar zijn belangrijke vragen over gesteld. De vraag die ik zou willen stellen, is: ziet de staatssecretaris dat die heling weleens heel lang kan duren en van geval tot geval kan verschillen? Die heling kan in sommige gevallen misschien wel levenslang duren. Daar moet bijstand worden verleend. Het is maatwerk. Ik zou graag een toezegging van de staatssecretaris willen ontvangen over het vormgeven van het helingstraject, met daarin de bestuurlijke lenigheid ingebouwd dat dat misschien wel 10, 20 of 30 jaar gaat duren. Het lijkt alsof we nu -- ik zeg niet dat het zo is, maar zo lijkt het -- een soort proces aan het opstellen zijn waarbij we denken: nou ja, we hebben nog een helingsproject, maar dan moet het wel klaar zijn. Het zou goed zijn als we die mindset hier niet bij hebben. Het zou helpen als de staatssecretaris kan toezeggen dat dat helingstraject in de steigers wordt gezet met een in principe onbeperkte duur. Is zij daartoe bereid?

Staatssecretaris Van Huffelen:

In mijn introductie probeerde ik juist aan te geven dat ik denk dat dat helingsproces voor sommige ouders echt tijd nodig heeft. Het is denk ik terecht om te zeggen dat sommige ouders die hierdoor zijn getroffen, los van wat er fout is gegaan bij het thema van de toeslagen, ook andere problemen hadden, bijvoorbeeld op het gebied van werk, geestelijke gezondheid of financiën. Ik denk dus dat dat heel erg nodig is. Dat is precies de afspraak die ik met de gemeenten heb gemaakt: neem contact op met de ouders, ga naast hen staan, kijk wat er nodig is op alle leefgebieden waarop de gemeente hulp kan bieden, bijvoorbeeld op het gebied van werk, wonen of financiën, maar zeker ook op het gebied van zorg, geestelijke gezondheidszorg en kinderen. Hoelang dat precies moet duren, kan ik ook niet overzien, maar ik heb wel gevraagd aan gemeenten om alles te doen wat nodig is.

Hoe dat precies bestuurlijk moet worden vormgegeven, vind ik een beetje een lastige vraag. Met de gemeenten zetten we steeds stapjes; zij zijn ermee aan de slag om die ouders te helpen. Of de ouders uiteindelijk ook kunnen worden ondersteund vanuit de meer normale dienstverlening van gemeenten, om het zo maar te zeggen, of dat dat altijd gekoppeld moet zijn aan de toeslagenproblematiek, weet ik niet. Maar de intentie is om te zorgen dat mensen een nieuwe start kunnen maken en hen daar heel goed bij te ondersteunen.

De voorzitter:

De heer Van Raan, een korte vervolgvraag.

De heer Van Raan (PvdD):

Dank voor het antwoord en dank voor de intentie, maar ik denk dat we met z'n allen hier wel wat meer kunnen doen. Ik waardeer dan ook de bijdrage van de heer Nijboer, die zegt: het zijn juist de zwaksten die het ergst getroffen zijn en dat zijn de moeilijkste gevallen. Nogmaals, op allerlei andere gebieden zetten we hele, bestuurlijke constructen op om op langere termijn zaken te doen. Denk aan de energietransitie, regionale energiestrategieën en allerlei andere langdurige trajecten. Ik denk dat we het aan de ouders verschuldigd zijn om dat goed in de steigers te zetten. De staatssecretaris moet daar ook echt een inspanning leveren en een toezegging doen. Zet dat goed in de steigers, deel dat met de Kamer en deel dat vooral ook met de ouders, zodat die geruststelling krijgen. Bij de één duurt dat een maand en bij de ander 30 jaar, maar ze moeten in ieder geval weten: de overheid gaat mij daarin helpen en daar is een langetermijnplan voor. Wil de staatssecretaris in ieder geval toezeggen dat ze de contouren van zo'n idee of plan op papier zet en naar ons stuurt? Dan kunnen we daarover oordelen.

Staatssecretaris Van Huffelen:

Wat ik zou kunnen doen ... Nogmaals, we hebben niet een ander beeld van wat er zou moeten gebeuren of nodig zou moeten zijn. Ik heb de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en alle gemeenten heel nauw betrokken bij deze hersteloperatie. Ik ben heel erg dankbaar dat zij daar hard aan werken. Zij zijn ook lid van de ministeriële commissie waarin we al deze problematiek bespreken. Ik denk dus dat het goed is dat ik het vooral met hen opneem om te kijken hoe zij denken dat dat het beste kan. Nogmaals, het is onze bedoeling om het leven van ouders echt weer op de rit te zetten en ze daarbij te helpen. Dat varieert. Gemiddeld genomen zegt ongeveer een derde van de ouders waar gemeenten contact mee opnemen: ik heb hulp nodig. Twee derde zegt: als ik gecompenseerd ben, is het prima en ben ik oké. Maar een derde van de ouders zegt dat ze wel ondersteuning en hulp nodig hebben op verschillende gebieden. Ik denk dat uw punt is dat we ze niet op een goeie dag los moeten laten als ze nog niet genoeg zijn geholpen. Ik snap dat, maar daar ga ik graag met de gemeenten over zitten, om te kijken hoe we dat dan precies invulling kunnen geven. Maar het is niet mijn intentie om te zeggen: het is na een halfjaar klaar en dan moet iedereen het gedaan hebben. Ik denk namelijk dat dat voor sommige ouders inderdaad onvoldoende is.

De voorzitter:

Heel kort, meneer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):

Wederom: de intentie is hetzelfde en de bedoeling is hetzelfde. De staatssecretaris gaat met de gemeenten praten. Maar wat ik ten minste zou willen is een toezegging van de staatssecretaris -- ik zit niet te wachten om weer een motie in te dienen -- voor een plan met de contouren, zodat we weten waar we aan toe zijn en het niet versplinterd is waardoor de ene gemeente iets anders doet dan de andere. Er is echt behoefte aan centrale regie daarin en dat moet van de staatssecretaris komen. Ik doel op een helingsstrategie die in principe uitgaat van de langere termijn. Ik wil niet zeggen oneindigheid, want daar doen we hier niet aan. Dat zou gewoon heel fijn zijn. En dat bespaart ook weer een motie.

De voorzitter:

Ik zag nog twee vingers, maar ik had gezegd dat we nog twee vragen zouden doen en dan naar de blokjes zouden gaan. Waarschijnlijk komen daarin een heleboel van de onderwerpen die de staatssecretaris in de introductie heeft gedaan, zo meteen nog terug. Ik ga het dus toch even zo doen.

De heer Van Raan (PvdD):

Ik krijg nog graag een reactie van de staatssecretaris.