Bijdrage Van Esch aan debat over toezicht en hand­having


13 april 2022

Dank, voorzitter.

De rapporten over de slechte staat van het toezicht en handhaving stelsel liggen er al een tijdje. Wachten kon en kan echt niet meer.

Zeker gezien we de afgelopen tijd weer verschillende milieuovertredingen voorbij hebben zien komen, waaruit de noodzaak blijkt om toezicht en handhaving snel op orde te brengen.

De asfaltfabriek in Nijmegen stoot meer dan 17 keer teveel schadelijke stoffen uit en de asfaltfabriek in Den Bosch zelfs 54 (!) keer teveel.

De Westerschelde is zwaar vervuild met plastickorrels afkomstig van onder andere chemiereus Dow Chemical in Terneuzen.

En biomassacentrale Veolia stoot vier keer teveel ammoniak uit.

De leefomgeving wordt op allerlei manieren ziek gemaakt: water, bodem en lucht raken vervuild.

Mensen en dieren worden hier ziek van.

Alleen al in de directe omgeving van Tata Steel komt longkanker tot 51 procent vaker voor dan in de rest van Nederland.

Voorzitter, vandaag is het de Nederlandse Overshoot Day – de dag waarop we de natuurlijke grondstoffencapaciteit van de aarde voor het betreffende jaar overschrijden.

Alles wat we de rest van het jaar consumeren doen we ten laste van komende generaties.

In dit kader is het ook belangrijk om het te hebben over de fundamentele vraag wélke activiteiten we überhaupt willen vergunnen.

Is de staatsecretaris bereid om vergunningen te herzien en geen ziekmakende vergunningen meer uit te geven, zoals bijvoorbeeld voor het lozen van microplastics of de uitstoot van schadelijke stoffen?

En als er dan een keuze is gemaakt over welke activiteiten we wél willen vergunnen, dan is het vervolgens van belang dat toezicht en handhaving daarop goed geregeld is.

Daarvoor is het van groot belang dat de aanbevelingen van de commissie Van Aartsen snel worden uitgevoerd.

Voor de meeste aanbevelingen trekt de staatssecretaris twee jaar uit.

Maar, met de slag om de arm dat het eventueel langer kan duren als er wijziging van wet- en regelgeving nodig is.

Mijn vraag aan de staatssecretaris: er is inmiddels juridisch onderzoek gedaan, dus er is nu toch bekend welke wijzigingen er nodig zijn?

Het lijkt mij dan vooral zaak om de benodigde wijzigingen zo snel mogelijk naar de Kamer te sturen, zodat de aanbevelingen binnen maximaal twee jaar kunnen worden uitgevoerd.

Graag een toezegging.

Daarnaast moeten de aanbevelingen ook integraal worden opgepakt.

Van Weyenberg gaf bij aanbeveling 9 aan dat hij inzette op een gedeeltelijke opvolging van de voorstellen van de commissie Van Aartsen.

Wat gaat de staatssecretaris dan niet doen, wat wel wordt aanbevolen?

En hoe wordt toezicht en handhaving meegenomen in de bindende maatwerkafspraken die het kabinet gaat maken met de grote uitstoters?

Over grote uitstoters gesproken. Uit het nieuws blijkt dat omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied niet over de juiste instrumenten beschikte om het ZZS-reductieplan van Tata Steel goed te kunnen beoordelen. Een 'landelijk toetsingskader' om de ZZS-plannen van bedrijven te kunnen controleren, zou ontbreken. Daarom hebben ze zelf maar een kader gemaakt.

Hoe kan het dat omgevingsdiensten niet over de instrumenten beschikken die zij nodig hebben om hun taken uit te voeren?

En is de staatssecretaris bereid om een dergelijk kader op te stellen in samenspraak met de omgevingsdiensten?

Ook blijkt dat voor de meeste ZZS nog geen maximaal toelaatbaar risico is vastgesteld, ondanks dat dit cruciaal is om Tata aan de normen uit de vergunning te kunnen houden.

Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat dit wel zo snel mogelijk worden vastgelegd?

In de brief van afgelopen vrijdag is te lezen dat voor de zomer een programmaplan wordt gestuurd.

Wat moet ik me hier precies bij voorstellen?

Ook is te lezen dat de Strategische Milieukamer een formele positie krijgt.

Wat heeft dit precies voor consequenties en hoe verhoudt dit zich tot de aanbevelingen van Van Aartsen?