Bijdrage Van Esch aan AO Discri­mi­natie


10 december 2020

Ik begin met een persoonlijk verhaal van iemand uit mijn privékring. Op een dag in oktober kwam een bejaarde vrouw in Utrecht met haar fiets ten val, waarop hij te hulp schoot. Hij is gediplomeerd EHBO’er, dus hij heeft haar gestabiliseerd en de ambulance erbij geroepen. Vervolgens komen er twee agenten op hem en de vrouw af, met de vraag of hij de veroorzaker is van het ongeval. Deze vraag werd gesteld aan het slachtoffer én aan omstanders. Aan hem werd niets gevraagd. Toen even later ook een agent te paard arriveerde, werd dezelfde vraag OPNIEUW gesteld. Terwijl hij daar de vrouw aan het ondersteunen was, en zijn jas ter bescherming onder haar been lag. Wat mij vooral trof aan zijn verhaal was het volgende, hij zei dit tegen mij: “dergelijke incidenten raken mij diep in mijn ziel…ik moet elke dag mijn integriteit bewijzen”.

Voorzitter, dit is de kern van dit debat. Er is afschuwelijk en heel zichtbaar racisme in dit land, alle verschrikkelijke verwensingen waar mensen op social media mee te maken krijgen bijvoorbeeld. Ook dat moet harder aangepakt worden dan nu het geval is. Maar wijdverbreider en minder zichtbaar zijn dit soort zaken, waarbij je als mens met een andere huidskleur het nadeel van de twijfel krijgt, je integriteit moet bewijzen. Dat is institutioneel racisme, voorzitter. De minister-president wilde deze term voor de zomer, tijdens het plenaire debat over racisme, niet gebruiken. Ik vraag de minister van BZK vandaag of zij wel bereid is de term te gebruiken, en daarmee te erkennen dat er in Nederland sprake is van institutioneel racisme. Want alleen als we dat samen erkennen, kunnen we een begin van een oplossing proberen te vinden.

Dan voorzitter het volgende. Vorige week tijdens het rondetafelgesprek over racisme, was Mitchell Esajas van The Black Archives hier in de Kamer om te vertellen over zijn belangrijke werk. Maar terwijl het gesprek bezig was, werden muurschilderingen op het pand van The Black Archives, van onder andere Anton de Kom, beklad met witte verf en afschuwelijke leuzen. Ook Kick Out Zwarte Piet kreeg dit jaar te maken met intimidatie en zelfs geweld tijdens demonstraties – ze werden bekogeld met vuurwerk, stenen en eieren. Een demonstratie kon niet doorgaan omdat de veiligheid van de demonstranten niet gegarandeerd kon worden. Voorzitter, ik vraag de minister pal te staan voor het demonstratierecht van deze activisten, racistische uitingen aan hun adres te veroordelen, en mij te vertellen waarom de veiligheid van de activisten niet gewaarborgd kan worden, ondanks dat dit een jaarlijks terugkerend probleem is.

Voorzitter, ik wil de minister danken dat zij de aanstelling van een Nationaal coördinator discriminatie en racisme in gang heeft gezet. Ik ben ook blij dat verschillende belangenorganisaties hierbij betrokken zullen gaan worden. Kan de minister toelichten of het opstellen van een actieplan met gerichte maatregelen om racisme en discriminatie structureel aan te pakken ook tot de taakomschrijving van deze coördinator zal behoren?

Mijn collega in de Eerste Kamer heeft dit jaar voorgesteld om te laten onderzoeken of excuses voor het slavernijverleden vanuit de overheid gepaard kan gaan met de erkenning van de slavernij als misdaad tegen de menselijkheid. De minister deed de toezegging dit te gaan onderzoeken. Dat was in augustus. Kan zij inmiddels al een tipje van de sluier oplichten?

Voorzitter, dan mijn laatste punt. Mijn collega Ouwehand heeft voor de zomer een motie ingediend om de gouden koets, vanwege de racistische afbeeldingen, na de restauratie niet meer in de oude hoedanigheid in te zetten bij Prinsjesdag, maar over te brengen naar een museum waar ook informatie wordt gegeven over het koloniale- en slavernij verleden van Nederland. Zij heeft op verzoek van het kabinet de motie aangehouden omdat het kabinet meer tijd wilde voor de besluitvorming. Sindsdien werd bekend dat de Gouden Koets in ieder geval in 2021 niet mee rijdt op Prinsjesdag en voor enkele maanden tentoon wordt gesteld in het Amsterdam Museum. Heel goed. Maar er zou nog geen definitief besluit zijn genomen. Kan de minister dit verhelderen? Deelt zij de mening dat de Gouden Koets een belangrijk historisch artefact is, maar geen rol meer kan spelen in officiële aangelegenheden?

Voorzitter, dankuwel.