Bijdrage Van Esch aan AO Water


22 juni 2020

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Dank u, voorzitter. Misschien kan ik mij heel praktisch naar aanleiding van deze interruptie meteen aansluiten bij de al gemaakte opmerkingen van SP en GroenLinks over de grootverbruikers en de oneerlijke belasting die daarin zit. Laten we daar snel een einde aan maken.

Ook de Partij voor de Dieren zal vandaag, zoals velen al gedaan hebben, vooral ingaan op het urgente probleem droogte, want wie had dat in ons waterland gedacht. Maar iemand die nu nog denkt dat we rustig aan kunnen doen met het bestrijden van de klimaatverandering, nodig ik uit om op de zandgronden te gaan kijken hoe het er voorstaat, hoe de natuur daar verpietert. We zitten in het derde extreme droogtejaar op rij en het is hoog tijd om over te gaan op een echt structurele aanpak. Niet alleen door erger te voorkomen, maar ook door ons aan te passen, zodat het water dat er valt, veel beter vast kan worden gehouden, bijvoorbeeld door meer natuur te creëren en het grondpeil nu echt een keer te gaan verhogen.

Voorzitter. We moeten dat ook gaan doen als het sommige gevestigde belangen niet zo goed zou uitkomen. Want hoe kan het dat we dit jaar de natste maand februari in de hele geschiedenis hadden -- 142 mm neerslag, terwijl er gemiddeld 55 mm valt -- en we vervolgens toch nog eind mei te maken krijgen met het droogste voorjaar ooit? Ik zou willen zeggen: laat dat even bezinken, maar dat is precies wat neerslag in ons land niet kan doen: bezinken, want water wordt zo snel mogelijk afgevoerd. Het grondwaterpeil wordt voor de landbouw kunstmatig laag gehouden. Ons land ligt vol drainagebuizen. Het afvoeren van al dat water is niet alleen schadelijk voor omliggende natuurgebieden, die te maken krijgen met die verdroging. Het is ook gewoon erg onlogisch. Waarom voeren we die regen van februari zo snel mogelijk af, om vervolgens in mei weer extreem te moeten gaan oppompen? Deelt de minister dat het tijd is om echt serieuze stappen te zetten om op z'n minst dit proces te stoppen? Durft de minister daarbij ook de boerenlobby te trotseren? Want in de kranten lazen we dat de LTO boos was dat drinkwaterbedrijf Vitens meer water had opgepompt om aan de behoefte van de inwoners te voldoen.

Voorzitter. Boos waren ze, terwijl het hele land ingericht is om ten koste van de natuur de waterbehoefte van boeren als prioriteit te hanteren, terwijl ze grootverbruikers zijn van grondwater, oppervlaktewater én leidingwater. Terwijl er boeren zijn die illegale putten slaan, en als ze dan schade ondervinden omdat een drinkwaterbedrijf ook water moet hebben, dan krijgen ze ook nog een schadevergoeding. Dit gebeurt alleen als je zelf het beleid mag schrijven. En wat blijkt: dat doen ze dus ook. Ik had de vraag gesteld of de minister kan bevestigen dat het Deltaplan agrarisch waterbeheer door de boeren is geschreven, maar het CDA heeft mij net al antwoord daarop gegeven. Is de minister bereid om beleid te gaan maken dat uitgaat van alle belangen? Want wat zou zij ervan vinden als bijvoorbeeld de natuurorganisaties het waterbeleid zouden opstellen?

Waarom stelt de minister niet gewoon kaders waarbinnen boeren kunnen ondernemen, bijvoorbeeld door vast te leggen hoeveel waterputten er mogen zijn, hoeveel water daar uit mag komen, en door daar streng op toe te zien? En ja, daar zou dan misschien wat ons betreft wel een wetswijziging voor nodig zijn, maar het kan niet zo zijn dat er in dit land illegale waterputten worden geslagen en we geen idee hebben hoeveel dat er zijn en hoeveel water daaruit onttrokken wordt. Klopt het bijvoorbeeld dat er bij een controle vorig jaar twee keer zo veel putten bleken te zijn dan bekend en vergund? Kan de minister aangeven waarom bij dat soort controles dan geen boetes uitgedeeld worden? Het kan namelijk wat ons betreft niet langer op deze manier doorgaan.

Dan over naar de waterkwaliteit. De minister zegt nu dat we goed op weg zijn met het verbeteren van die waterkwaliteit, terwijl zij weet dat we over zeven jaar de doelen niet gaan halen. Anderen hadden het daar ook al over. Ik wil de minister echt oproepen om niet zo snel op te geven en alles op alles te zetten om die doelen wel te gaan halen. Ook hierbij blijken de boeren en hun lobby-macht het grootste obstakel. Nutriënten en landbouwgif zijn de grootste obstakels om de doelen te halen. De Partij voor de Dieren wil dat deze minister bij haar collega van LNV duidelijk gaat maken dat we zonder radicale omslag in de landbouw in de knauw komen met onze waterkwaliteitsdoelen.

Hoe gaat deze minister ervoor zorgen dat LNV zowel bij de herbezinning op het mestbeleid als bij het uitvoeringsprogramma van de Toekomstvisie gewasbeschermingsmiddelen 2030 -- beide worden momenteel herschreven -- de belangen van een goede waterkwaliteit nadrukkelijk gaat meenemen? Beide beleidsdocumenten zouden ook moeten helpen om de doelen uit de Kaderrichtlijn Water te gaan halen. Ze moeten dat niet tegenwerken, zeg ik daar maar meteen bij. Daarnaast zorgt de stikstofaanpak dat boeren voortaan de mest moeten aanlengen met water, maar met een aanlenging verdwijnt er nog geen stikstof. Dan bekruipen mij dus alweer twee belangrijke vragen. Waar komt al dat water dan vandaan en hoezo heb je een stikstofreductie als je iets aanlengt? Dat kan alleen als daardoor planten meer water opnemen of als er minder nutriënten in het water uitspoelen. Ik hoor het liefst van de minister dat dat natuurlijk niet het geval is en dat er niet méér nitraat de al overbelaste wateren ingespoeld gaat worden. Ik ben daar niet gerust op.

De voorzitter:

Mevrouw Van Esch, daarmee bent u aan het einde gekomen van uw spreektijd.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Ik wil nog één zin uitspreken, namelijk dat ik mij aansluit bij alle opmerking over geborgde zetels waarin werd gezegd: laten we daar zo snel mogelijk een einde aan maken.

Dat was het, voorzitter.