Ontwik­ke­lings­sa­men­werking


De Partij voor de Dieren heeft forse kritiek op de huidige ontwikkelingssamenwerking. We willen niet bezuinigen op de hulp aan de allerarmsten, maar juist investeren in effectieve oplossingen en leidend zijn in de internationale agenda voor ontwikkelingssamenwerking. De Partij voor de Dieren is op dit moment de enige politieke partij die de bijdrage van Nederland aan ontwikkelingssamenwerking tot minstens 1 procent van het nationaal inkomen wil verhogen. De hulp moet worden gericht op de belangen van de mensen daar en niet primair op de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. Duurzaamheid, onderwijs, gezondheid, kinderrechten en gelijke behandeling van mannen en vrouwen moeten speerpunten worden van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Prioriteit krijgen schoon drinkwater en hygiëne, goede (preventieve) gezondheidszorg, toegang tot essentiële medicijnen en anticonceptie, onderwijs, schone energie en het ondersteunen van emancipatiebewegingen. Zo wordt bijgedragen aan het remmen van de bevolkingsgroei en krijgen democratiseringsprocessen een kans.

Overconsumptie
De Westerse (over)consumptie ondermijnt de draagkracht van de aarde en de positie van mensen in de armste gebieden in de wereld. Mensen in ontwikkelingslanden worden het eerst en het hardst geraakt door uitputting van natuurlijke hulpbronnen, droogte en overstromingen. De Partij voor de Dieren vindt dat Nederland en Europa hun beleid ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking moeten beoordelen naar de gevolgen die het heeft voor mensen elders. Europese landbouw- en visserijsubsidies moeten worden afgebouwd ook omdat die de lokale markt in ontwikkelingslanden ernstig verstoren.
Visserijakkoorden tussen de EU en ontwikkelingslanden moeten worden beëindigd. Nederlandse en andere Europese vissers dienen weg te blijven uit de wateren rond andere continenten. De import van producten die ten koste gaan van de leefomgeving of die gepaard gaan met mensenrechtenschendingen moeten verboden worden.
Nederland en Europa moeten stoppen met het exporteren van afvalproducten en giftige stoffen naar ontwikkelingslanden voor verwerking. Een stevig klimaatbeleid moet ervoor zorgen dat ontwikkelingslanden niet langer hoeven op te draaien voor de gevolgen van onze luxe levensstijl.

Voedselzekerheid
Mensen in ontwikkelingslanden zijn voor hun voedsel direct afhankelijk van hun omgeving: een vruchtbare bodem, schoon water, biodiversiteit en allerlei andere noodzakelijke hulpbronnen. Om de gevolgen van klimaatverandering te bestrijden en de verwoestijning te stoppen moet Nederland zich sterk maken voor herstel van ecosystemen en helpen de bestaande natuur te beschermen.
We moeten investeren in regionale, agro-ecologische (familie)landbouw om de voedselzekerheid nu en in de toekomst te garanderen. En er moeten geen megastallen worden gebouwd uit ontwikkelingsbudget, maar duurzame landbouwsystemen die de wereld kunnen voeden zonder gevaar voor volks- en diergezondheid. De ondersteuning van kleinschalige landbouw helpt bovendien de positie van vrouwen te versterken.

  • Ontwikkelingssamenwerking

    De Partij voor de Dieren heeft forse kritiek op de huidige ontwikkelingssamenwerking. We willen niet bezuinigen op de hulp aan de allerarmsten, maar juist investeren in effectieve oplossingen en leidend zijn in de internationale agenda voor ontwikkelingssamenwerking. De Partij voor de Dieren is op dit moment de enige politieke partij die de bijdrage van Nederland aan ontwikkelingssamenwerking tot minstens 1 procent van het nationaal inkomen wil verhogen. De hulp moet worden gericht op de belangen van de mensen daar en niet primair op de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. Duurzaamheid, onderwijs, gezondheid, kinderrechten en gelijke behandeling van mannen en vrouwen moeten speerpunten worden van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Prioriteit krijgen schoon drinkwater en hygiëne, goede (preventieve) gezondheidszorg, toegang tot essentiële medicijnen en anticonceptie, onderwijs, schone energie en het ondersteunen van emancipatiebewegingen. Zo wordt bijgedragen aan het remmen van de bevolkingsgroei en krijgen democratiseringsprocessen een kans.

    Overconsumptie
    De Westerse (over)consumptie ondermijnt de draagkracht van de aarde en de positie van mensen in de armste gebieden in de wereld. Mensen in ontwikkelingslanden worden het eerst en het hardst geraakt door uitputting van natuurlijke hulpbronnen, droogte en overstromingen. De Partij voor de Dieren vindt dat Nederland en Europa hun beleid ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking moeten beoordelen naar de gevolgen die het heeft voor mensen elders. Europese landbouw- en visserijsubsidies moeten worden afgebouwd ook omdat die de lokale markt in ontwikkelingslanden ernstig verstoren.
    Visserijakkoorden tussen de EU en ontwikkelingslanden moeten worden beëindigd. Nederlandse en andere Europese vissers dienen weg te blijven uit de wateren rond andere continenten. De import van producten die ten koste gaan van de leefomgeving of die gepaard gaan met mensenrechtenschendingen moeten verboden worden.
    Nederland en Europa moeten stoppen met het exporteren van afvalproducten en giftige stoffen naar ontwikkelingslanden voor verwerking. Een stevig klimaatbeleid moet ervoor zorgen dat ontwikkelingslanden niet langer hoeven op te draaien voor de gevolgen van onze luxe levensstijl.

    Voedselzekerheid
    Mensen in ontwikkelingslanden zijn voor hun voedsel direct afhankelijk van hun omgeving: een vruchtbare bodem, schoon water, biodiversiteit en allerlei andere noodzakelijke hulpbronnen. Om de gevolgen van klimaatverandering te bestrijden en de verwoestijning te stoppen moet Nederland zich sterk maken voor herstel van ecosystemen en helpen de bestaande natuur te beschermen.
    We moeten investeren in regionale, agro-ecologische (familie)landbouw om de voedselzekerheid nu en in de toekomst te garanderen. En er moeten geen megastallen worden gebouwd uit ontwikkelingsbudget, maar duurzame landbouwsystemen die de wereld kunnen voeden zonder gevaar voor volks- en diergezondheid. De ondersteuning van kleinschalige landbouw helpt bovendien de positie van vrouwen te versterken.

    Meer informatie
  • Bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking

    De Partij voor de Dieren heeft forse kritiek op de huidige ontwikkelingssamenwerking. We willen niet bezuinigen op de hulp aan de allerarmsten, maar juist investeren in effectieve oplossingen en leidend zijn in de internationale agenda voor ontwikkelingssamenwerking.

    Ontwikkelingssamenwerking onder dit kabinet betekent echter bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking en het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking is omgedoopt tot het ministerie van Hulp is Handel.

    Daarnaast proberen we opkomende economieën niet te behoeden voor onze fouten uit het verleden. Integendeel, we exporteren onze fouten in de onbedwingbare behoefte naar economische groei en geld.

    De Partij voor de Dieren wil de bijdrage van Nederland aan ontwikkelingssamenwerking tot minstens 1 procent van het nationaal inkomen verhogen. Het is nu 0,7 procent van het nationaal inkomen. Dat is 30 tot 40 procent meer dan de andere partijen die claimen mededogen hoog in het vaandel te hebben staan. De hulp moet worden gericht op de belangen van de mensen daar en niet primair op de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven.

    Meer informatie
  • Oorzaken vluchtelingencrisis wegnemen

    Door in te zetten op het beperken van de consumptie van materialen, water, energie en land, zorgen we ervoor dat onze voetafdruk niet langer ten koste gaat van mens, dier en milieu elders. Het is ongepast en onhoudbaar dat de CO2-uitstoot van diverse Nederlandse sectoren nog steeds toeneemt en daarmee een voorschot neemt op het welzijn en de welvaart van toekomstige generaties (hier en elders).

    We moeten inzetten op het regionaliseren van de handel, waardoor ontwikkelingslanden mogelijkheden krijgen hun lokale economie en markten te ontwikkelen. Belastingwetgeving en belastingverdragen moeten zo herzien worden dat ontwikkelingslanden niet meer miljarden aan inkomsten mislopen via belastingontwijking door multinationals. Europese landbouw- en visserijsubsidies moeten worden afgebouwd. Dat geeft boeren in ontwikkelingslanden nieuwe kansen. Nederland moet stoppen met de import van producten die ten koste gaan van de leefomgeving elders of die gepaard gaan met schendingen van mensenrechten of dierenwelzijn. Visserijakkoorden tussen de EU en derde landen zijn roofakkoorden en moeten worden ontbonden. Alle bestaande exportsubsidies en budgetten voor exportpromotie moeten verdwijnen en er moeten geen producten meer gedumpt worden in ontwikkelingslanden

    Meer informatie

Het standpunt Ontwikkelingssamenwerking is onderdeel van: Ontwikkelingssamenwerking