Bestuur draagt Esther Ouwehand voor als lijst­trekker


18 juni 2020

Esther Ouwehand is door het partijbestuur van de Partij voor de Dieren voorgedragen als lijsttrekker voor de komende Tweede Kamerverkiezingen.

Ruud van der Velden, interim-voorzitter van de Partij voor de Dieren: “Wij zijn heel blij dat we met deze sterke lijsttrekker de verkiezingen in kunnen. Esther Ouwehand heeft bewezen de Partij voor de Dieren uitstekend te vertegenwoordigen in de Tweede Kamer. Na het vertrek van Marianne Thieme uit de Tweede Kamer in oktober vorig jaar heeft zij het fractievoorzitterschap en partijleiderschap op overtuigende wijze overgenomen. Recent wist zij bijvoorbeeld met een breed gesteunde motie de Nederlandse steun voor het Mercosurverdrag van tafel te krijgen. Ook kreeg Esther een Kamermeerderheid achter zich om de verantwoordelijkheid bij de bestrijding van besmettelijke dierziekten te verplaatsen van het ministerie van Landbouw naar het ministerie van Volksgezondheid.”

Esther Ouwehand maakte in 2006 tegelijk met Marianne Thieme haar entree in de Tweede Kamer. Zij is onbetwist oppositieleider op dossiers als veehouderij, stikstofcrisis, landbouwgif en in de strijd tegen vrijhandelsverdragen maakt zij zich sterk voor een radicaal ander economisch model waarin vervuilers niet langer gesubsidieerd worden, maar moeten boeten voor milieu-onvriendelijk gedrag. Geheel in lijn met de ingezette koers van de afgelopen jaren gelooft Ouwehand niet in ecomodernistische oplossingen die moeten leiden tot een terugkeer naar business as usual, en bestrijdt zij het concept van oneindige economische groei op een aarde die niet meegroeit.

Op het verkiezingscongres in november wordt Ouwehands kandidatuur voor het lijsttrekkerschap voorgelegd aan de partijleden. De kandidatencommissie buigt zich deze zomer over het opstellen van een conceptkandidatenlijst.

Van der Velden: “In de peilingen staan we stabiel op 5 tot 6 zetels, een groei in zetels bij de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer is een realistische verwachting. Temeer daar steeds meer mensen zien dat de manier waarop wij met onze aarde en al haar bewoners omgaan niet langer houdbaar is. De coronacrisis zou een keerpunt in denken en beleid moeten vormen. Niet in woorden, maar in daden.”