Verkiezingsprogramma Tweede Kamer 2017

5. Milieu, klimaat en energie

Alles van waarde beschermen. Alles wat schaars is eerlijk verdelen.

 

De Partij voor de Dieren stelt als enige partij de draagkracht van de aarde voorop bij elke beleidskeuze. Wij sluiten geen compromissen over een duurzame toekomst. Wij zijn daarmee de aanjager van een ambitieuzer milieubeleid. Zuinig omgaan met de aarde mag geen holle frase zijn, het is letterlijk van levensbelang. Onze planeet voorziet ons van schone lucht, water, een gezonde bodem en de grondstoffen die we nodig hebben voor het voortbestaan van mens en dier.

Als op dit moment elke wereldburger zou consumeren zoals de gemiddelde Nederlander doet, zouden er bijna drie wereldbollen nodig zijn om daarin te voorzien. De Partij voor de Dieren staat voor een krachtig klimaat-, energie- en milieubeleid. Daar is een wereld mee te winnen. De kosten door de wereldwijde klimaatverandering kunnen worden gehalveerd als we vlees, vis en zuivel vaker laten staan en plantaardiger gaan eten. De productie van vlees in de wereld veroorzaakt 40% meer broeikasgassenuitstoot dan ál het verkeer en vervoer bij elkaar opgeteld. De Klimaatzaak, waarin de rechter de Nederlandse Staat op de vingers heeft getikt omdat deze te weinig doet tegen klimaatverandering, maakt pijnlijk duidelijk dat we snel moeten overstappen op Plan B.

Ecologische voetafdruk verkleinen.
De huidige milieuproblemen vragen om een allesomvattende aanpak: technologische oplossingen én een verandering van ons consumptiepatroon. 

  • Met een Deltaplan Duurzame consumptie stimuleert en ondersteunt de overheid de omschakeling naar duurzame consumptie op alle fronten. Het verminderen van de vlees- en zuivelconsumptie levert verreweg de meeste klimaat- en milieuwinst op en heeft daarom topprioriteit.

  • We gaan de werkelijke kosten van producten en diensten in de prijs doorberekenen, zodat ze niet meer afgewenteld worden op de gehele samenleving.

  • De overheid geeft onafhankelijke en duidelijke informatie over de impact van producten en diensten op klimaat en milieu.

  • Alle beleid, op welk gebied dan ook, wordt langs de duurzaamheidsmeetlat gelegd.

  • De overheid geeft het goede voorbeeld. De norm voor inkoop van alle producten en aanbestedingen wordt: 100% duurzaam en fair trade. Dit geldt ook voor de inkoop van voedsel, energie en bedrijfskleding.

  • Voor het midden- en kleinbedrijf wordt het gemakkelijker gemaakt om opdrachten van de overheid te krijgen.

Broeikasgassen reduceren.
Alle mooie beloften ten spijt is de uitstoot van CO2 in Nederland toegenomen in plaats van gedaald. De Partij voor de Dieren wil dat Nederland het halen van de klimaatdoelen tot prioriteit maakt en daadwerkelijk actie onderneemt. Op naar een werkelijk CO2-arme economie!

  • De regering staakt haar verzet tegen de uitspraak van de rechter in de Klimaatzaak. In plaats daarvan steekt zij haar energie in het nakomen van de verplichtingen én het realiseren van de ambities die nodig zijn om de opwarming van de aarde werkelijk te beperken tot maximaal 1,5 graad Celsius.

  • Een klimaatwet die het reduceren van broeikasgassen verplicht, treedt zo snel mogelijk in werking. Daarin is vastgelegd dat in 2020 de uitstoot van broeikasgassen 40% minder is dan in 1990, en in 2030 65% minder. In 2040 is Nederland CO2-neutraal en wordt er geen fossiele brandstof meer gebruikt.

  • Nederland wordt weer voortrekker in het maken van mondiale, bindende afspraken om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren.

  • Nederland pleit binnen Europa voor afschaffing van het mislukte handelssysteem in CO2-uitstoot (Emissions Trading System (ETS)). Daarvoor in de plaats komen bindende reductieverplichtingen.

  • Opslag van CO2 en afkoop van de reductiedoelstellingen in andere landen zijn geen duurzame oplossingen en worden niet meegeteld in het behalen van de Europese reductiedoelstellingen. 

Energie besparen en verduurzamen.
We gaan duurzame energie opwekken, dicht bij huis; dat is noodzakelijk voor het milieu en de natuur en het maakt ons minder afhankelijk van olie- en gasproducerende landen. Samen met je buren groene energie opwekken, wordt makkelijker. Bijvoorbeeld door zonnepanelen op de daken. Wat je opwekt, hoef je niet te gebruiken maar kun je delen met anderen, belastingvrij. Besparing op energieverbruik is de eerste, beste en goedkoopste stap naar een duurzaam en houdbaar energiebeleid. Door de energie die we wel gebruiken lokaal en kleinschalig op te wekken, creëren we groene banen. 

  • In 2030 bespaart Nederland 50% energie ten opzichte van 2014. Het percentage duurzame energie wordt opgehoogd naar 25% in 2020, en 60% in 2030. In 2040 zijn we zover dat alle energie duurzaam wordt opgewekt.

  • De energiemarkt wordt drastisch hervormd; er wordt paal en perk gesteld aan de nadelige effecten van de te ver doorgevoerde liberalisering.

  • Energiebedrijven worden verplicht om een jaarlijks oplopend percentage aan duurzaam opgewekte stroom te leveren. We stellen een maximum aan de uitstoot van broeikasgassen door nieuwe én bestaande energiecentrales. Dat maximum wordt periodiek omlaag bijgesteld.

  • Grootverbruikers van energie krijgen geen subsidies of belastingkorting meer.

  • De milieukosten van de productie van elektriciteit berekenen we zoveel mogelijk door in de prijs, zodat vuile energie duurder wordt en schone energie relatief goedkoop.

  • Duurzame energie krijgt voorrang op het energienetwerk, met ‘slimme energienetten’ (smart grids), die gevoed worden door groene, kleinschalig en decentraal opgewekte energie. De privacy van gebruikers en leveranciers mag daarbij niet in de knel komen.

  • Er komt een masterplan voor duurzame warmteopwekking en –distributie.

  • Nederland kiest voor strikte normen voor energieverbruik van apparaten, vervoermiddelen en datacentra en zet zich in voor een Europees energielabel dat rekening houdt met het verbruik en met de hele levenscyclus, van productie tot recycling.

  • Overheidsinvesteringen in energieonderzoek richten zich voortaan op energiebesparing en duurzame energieproductie.

  • Vrijhandelsverdragen zoals TTIP en CETA moeten gestopt worden. Deze handelsdeals liberaliseren de handel in energieproducten.

  • Zeer vervuilende fossiele brandstoffen zoals teerzandolie en schaliegas komen Europa niet meer in; Nederland gaat zich daar sterk voor maken. Bedrijven zoals Shell en BP gaan bovendien verplicht rapporteren over de klimaat- en milieu-impact van hun brandstoffen.

  • Gasgebruik wordt duurder, zodat besparen op gas gaat lonen.

  • De gaswinning in Groningen wordt zo snel mogelijk gestaakt. We bouwen zo snel mogelijk af naar een maximale winning van 12 miljard kuub per jaar. Er wordt in geen geval meer gewonnen dan 21 miljard kuub per jaar. Gasleveringscontracten aan het buitenland worden waar mogelijk opgezegd.

  • De binnenlandse vraag naar gas daalt door betere isolatie van huizen en gebouwen, en door alternatieve manieren van verwarming.

  • Schalie- en steenkoolgas blijven in de grond, de winning wordt verboden. Er komen geen vergunningen voor proefboringen. Bestaande vergunningen worden ingetrokken.

  • CO2-opslag onder Nederlandse bodem staan we niet toe, ook niet onder de Noordzee. Lege gasvelden worden niet gebruikt voor de opslag van (geïmporteerd) aardgas.

  • Geen nieuwe kolen- of kerncentrales. Bestaande centrales worden zo snel mogelijk gesloten. Stroom uit kolen- en kerncentrales mag niet het Nederlandse elektriciteitsnet op. We verzetten ons tegen de opslag van nieuw kernafval. Bestaand radioactief afval wordt op kosten van energiebedrijven adequaat opgeruimd en opgeslagen.

  • Windenergie wordt mogelijk gemaakt op locaties waar, mensen, dieren en natuur er geen of weinig hinder van ondervinden. Windparken op zee mogen geen aantoonbaar nadelige effecten hebben op het zeeleven. Zo wordt bij de bouw van windmolenparken niet geheid.

  • Mestvergisters zijn geen duurzame energiebron. Ze zorgen ervoor dat dieren jaarrond op stal moeten staan om de mest op te vangen en veroorzaken gezondheids- en veiligheidsrisico’s voor omwonenden. Nieuwe mestvergisters worden niet meer gebouwd. De subsidies op mestvergisters stoppen.

  • Er komen duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen. Zolang aan deze criteria niet is voldaan, worden er geen biobrandstoffen geïmporteerd. Verplichte bijmenging stopt per direct, evenals de import van hout en palmolie voor energieproductie.

Duurzaam bouwen en wonen.
In en om onze woning kunnen we meer energie opwekken dan we gebruiken. Dat levert milieuwinst en een lagere energierekening op.

  • Vanaf 2018 bouwen we alle gebouwen tenminste energieneutraal: zij produceren minstens zo veel energie als ze verbruiken. Ook bestaande gebouwen en woonhuizen worden in hoog tempo energieneutraal gemaakt. Vanaf 2025 brengt de nieuwe bebouwde wijk meer energie op dan verbruikt wordt. Nieuwe wijken worden gasvrij.

  • Energierenovaties worden aangemoedigd door toepassing van het lage btw-tarief.

  • Zelf opgewekte elektriciteit moet je terug kunnen leveren aan het net, voor de prijs die je zelf betaalt voor stroom. Belastingvrij!

  • Bewonerscollectieven mogen opgewekte energie onderling uitwisselen, zonder hiervoor belasting te betalen. Hierdoor kunnen hele wijken samen energie opwekken en delen. De overheid stimuleert buurtbatterijen. Er komt een fiscaal aantrekkelijke regeling voor decentrale energienetwerken.

  • Woningcorporaties worden verplicht om jaarlijks een deel van hun woningbestand te isoleren.

  • De onroerendezaakbelasting (ozb) wordt gedifferentieerd naar energielabel en energieverbruik.

  • Onnodige verlichting, zoals in kantoren na sluitingstijd, wordt tegengegaan, net als het openzetten van winkeldeuren terwijl het buiten koud is. Er komt een verplicht energielabel voor alle kantoorruimtes. Overheidsgebouwen hebben het energielabel A of worden zodanig aangepast dat zij hieraan gaan voldoen.

  • Zonnepanelen op gebouwen, langs snelwegen en rondom vliegvelden worden de norm. 

Zuinig met grondstoffen.
Grondstoffen zijn schaars en de winning ervan gaat vaak gepaard met milieuvervuiling en schendingen van mensenrechten. We moeten zuinig omspringen met grondstoffen en ze hergebruiken en terugwinnen uit bestaande producten.

  • Er komt een Grondstoffenwet met bindende verplichtingen. In 2030 moet het gebruik van grondstoffen zijn gehalveerd en worden alle grondstoffen hergebruikt.

  • Grote bedrijven gaan een grondstoffenboekhouding bijhouden en maken hun uitstoot van broeikasgassen inzichtelijk.

  • Nieuwe producten worden ontworpen volgens strenge duurzaamheidseisen, zodat deze producten lang meegaan, te repareren zijn en de materialen eenvoudig hergebruikt kunnen worden. Bijvoorbeeld met een statiegeldsysteem voor elektronica en witgoed.

  • Fiscale maatregelen bevorderen het delen van apparaten en auto’s met anderen. Het bezit van vervuilende apparaten wordt onaantrekkelijker gemaakt.

  • Het plastic in zeeën, meren en oceanen gaan we met een actieplan te lijf. Met onder meer een verbod op microplastics in cosmetica, wettelijke doelstellingen voor vermindering van zwerfafval en regels voor kleding- en wasmachinefabrikanten om vrijkomen van synthetische vezels in het water tegen te gaan.

  • Statiegeld blijft behouden en wordt uitgebreid tot frisdrankblikjes, wegwerpbekers en kleine (plastic) flesjes.

  • We beëindigen het storten en verbranden van afval en verbeteren de afvalinzameling. Nieuwe producten moeten voor een groot deel uit gerecyclede materialen bestaan.

  • Geen ongevraagde huis-aan-huisverspreiding van drukwerk meer. De regel wordt: je ontvangt geen folders of krantjes, tenzij je daar met een sticker op je brievenbus om vraagt.

Schone lucht en schoon water.

  • De kwaliteitsnormen voor lucht, bodem en water worden op basis van het voorzorgsbeginsel vastgesteld en zo snel mogelijk gehaald.

  • De normen voor luchtkwaliteit in openbare gebouwen, met name scholen, worden gecontroleerd en gehandhaafd.

  • Oppervlaktewatervervuiling door medicijnresten wordt teruggedrongen; er komt aparte zuivering van afvalwater uit ziekenhuizen en verpleeghuizen.

  • Hormoonverstorende stoffen in onder andere voedselverpakkingen, speelgoed en landbouwgif worden verboden. 

Slimmer vervoer en transport.
De Partij voor de Dieren wil ruim baan voor de voetganger, voor de fiets en voor duurzaam, efficiënt en comfortabel openbaar vervoer. 

  • Woon-werkverkeer met de auto wordt teruggedrongen, flex- en thuiswerken wordt gestimuleerd. Fiscale stimulering van fietsen blijft behouden, de woon-werkaftrek voor auto’s wordt afgebouwd, waarbij rekening wordt gehouden met bewoners in dunbevolkte gebieden.

  • Er wordt gewerkt aan verduurzaming van goederenvervoer door de stad om stadsinfarcten tegen te gaan.

  • Volledig elektrische auto’s en auto’s die op waterstof rijden worden fiscaal aantrekkelijker. In 2025 worden er geen nieuwe auto’s met verbrandingsmotoren meer verkocht.

  • Meer asfalt lost de fileproblematiek niet op, maar zorgt voor een toename van autogebruik en daarmee voor een verdere stijging van de uitstoot van broeikasgassen en fijnstof. Daarom geen nieuwe wegen en geen verbreding van bestaande wegen, anders dan om milieuvervuilende knelpunten op te heffen of de verkeersveiligheid te bevorderen. Dat betekent ook dat de verbreding van de A27, de Rijnlandroute, Ringweg Groningen, de Rotterdamse Baan en de Blankenburgtunnel niet doorgaan.

  • Automobilisten die weinig kilometers of buiten de spits rijden gaan minder belasting betalen dan mensen die veel autokilometers maken. Een uitzondering voor deze kilometerbeprijzing geldt voor mensen die in dunbevolkte gebieden wonen. Daar wordt fors geïnvesteerd in beter openbaar vervoer zodat mensen minder afhankelijk worden van de auto. De nieuwe beprijzing gaat gepaard met strikte privacywaarborgen. Er komt een investeringsfonds voor het ontwikkelen van duurzame mobiliteit van personen en goederen op grote schaal. Innovatie en het uitrollen van een gemeenschappelijke infrastructuur wordt betaald uit onder meer de opbrengsten van de kilometerbeprijzing voor de auto.

  • We investeren in veilige fietspaden en in (nieuwe) fietssnelwegen. Bestaande fietspaden worden goed onderhouden. Verkeerslichten worden zo afgesteld dat fietsers en het openbaar vervoer eerder groen licht krijgen en voorrang bij regen.

  • Vanuit elke woonkern zijn de onderwijs- en zorginstellingen en de overheidsdiensten met het openbaar vervoer goed bereikbaar, ook voor mensen met een lichamelijke beperking. Het openbaar vervoer wordt betrouwbaar, betaalbaar en toegankelijk, ook op het platteland.

  • Treinstations worden beter toegankelijk gemaakt voor ouderen, mensen met een beperking en fietsers, met voldoende en veilige fietsenstallingen. Het OV-fietssysteem wordt ingevoerd op alle treinstations en alle belangrijke OV-knooppunten.

  • Reizen met de trein moet comfortabel zijn en aansluiten bij de behoeften van de (zakelijke) reiziger. Het aantal treinen wordt uitgebreid. Op alle knooppuntstations komen vergader- en werkfaciliteiten. In elk treinstel zijn wc’s, stopcontacten en internet.

  • Duurzaam personen- en goederenvervoer over water wordt gestimuleerd, inclusief veerverbindingen .

  • Nederland zet in op betrouwbare, betaalbare, emissiearme en snelle openbaarvervoersverbindingen in Europa, met directe verbindingen tussen belangrijke steden. Het vliegverkeer binnen Europa wordt daarmee teruggedrongen.

  • De maximumsnelheid op autosnelwegen wordt teruggebracht naar 120 km per uur en op ringwegen maximaal 80 km per uur.

  • Gemeenten en provincies die een milieuzone instellen kunnen op actieve ondersteuning rekenen. In het centrum geldt een maximumsnelheid van 30 km per uur. In natuurgebieden gelden nachtelijke snelheidsbeperkingen in het belang van de veiligheid van mens en dier.

  • De overheid ondersteunt de ontwikkeling van waterstofaangedreven tractoren voor de landbouw.

  • Nederland investeert niet in de uitbreiding van luchthavens. Schiphol, Luchthaven Lelystad, Groningen Airport, Eelde en Maastricht Aachen Airport worden niet verder uitgebreid. Vliegveld Twente wordt niet aangelegd.

  • Belastingvoordelen voor het vliegverkeer, zoals vrijstellingen van btw en accijnzen, worden afgeschaft. De werkelijke kosten van reizen moeten in de prijs worden doorberekend: de vervuiler betaalt. Op vluchten naar en vanuit Europa wordt een CO2-belasting geheven.

Ruimte voor ruimte.
Open ruimte in Nederland is schaars. De ruimte die er is moeten we koesteren. Het belang van een groene, schone leefomgeving voor mens en dier staat in alle ruimtelijke plannen voorop. 

  • Ons drinkwater en het milieu moeten we beschermen: ook daarom wordt de opslag van kernafval en CO2 onder de grond niet toegestaan.

  • Wanneer de kwaliteit van de leefomgeving in het geding komt, worden vergunningaanvragen voor bouwplannen afgewezen.

  • Er komt een omgevingswet waarin de bescherming van onze volksgezondheid, het milieu en het landschap voorop staat.

  • Controles en handhaving bij fabrieken en bedrijven die een risico vormen voor volksgezondheid en leefomgeving worden geïntensiveerd en niet langer tevoren aangekondigd. Overtredingen worden direct beboet.

  • Binnenstedelijk bouwen wordt de norm. Bedrijventerreinen verloederen door veel leegstaande panden. Deze panden worden herontwikkeld en gerenoveerd; nieuwbouw van kantoren en bedrijfshallen en aanleg van nieuwe terreinen worden tegengegaan. Lege kantoorpanden een andere functie te geven, zoals wonen, wordt makkelijker. Bij leegstand van kantoor- en winkelpanden geldt niet langer een verlaagde OZB-belasting.

  • Braakliggende terreinen worden actief ter beschikking gesteld voor stadslandbouw, natuurontwikkeling en collectief beheerde parken en natuurspeelplaatsen. Terreinen die nog niet worden benut, worden ingericht als bijen- en vlinderveldjes. Omwonenden worden actief betrokken. Dit geldt met name ook voor de vele honderden hectares ‘overtollige gronden’ in overheidsbezit. Het Rijk en de Provincies zullen deze niet langer vervreemden, maar extensief en bloemrijk beheren.

Internationaal

Hulpbronnen eerlijk delen.

  • De overheid gaat strenger controleren of bedrijven (multinationals) zich aan nationale en internationale standaarden houden met een speciaal daarvoor aangestelde toezichthouder.

  • Er worden harde duurzaamheidseisen gesteld aan de import en winning van al onze grondstoffen. Deze gelden niet alleen voor de importeurs van de grondstoffen maar ook voor alle vervaardigde producten en halffabricaten.

  • Grote bedrijven geven verplicht inzicht in de herkomst van de materialen die zij gebruiken en de omstandigheden in de productieketen. Ze publiceren jaarlijks een winst- en verliesrekening voor mens, dier, omgeving en klimaat.

  • Nederland stopt met het exporteren van afvalproducten en giftige stoffen naar ontwikkelingslanden om deze daar goedkoop te laten verwerken.

  • Exportkredieten van de overheid worden zeer streng beoordeeld op de gevolgen van het project voor mens, dier en milieu. 

Internationaal milieubeleid.

  • De Partij voor de Dieren wil in toekomstige klimaat-, milieu- en natuurverdragen concrete tussendoelen opnemen, waarover landen verantwoording afleggen. Internationale verdragen en afspraken over milieu, klimaat, biodiversiteit, mensenrechten en maatschappelijk verantwoord ondernemen worden zo snel mogelijk omgezet in bindende regels, zowel op het niveau van de EU als op dat van de lidstaten.

  • Nederland maakt zich sterk voor de oprichting van een Internationaal Milieugerechtshof dat milieuconflicten kan beslechten en overtredingen bestraft.

  • Het internationaal Strafhof krijgt de mogelijkheid om bedrijven of landen die zich schuldig maken aan ecocide te vervolgen. Ecocide is grootschalige beschadiging, vernietiging of verlies van ecosystemen in een bepaald gebied. Deze nieuwe taak zou ook kunnen worden ondergebracht bij het op te richten Internationale Milieugerechtshof.

  • We zorgen voor een goed werkende klachtenregistratie en -afhandeling van milieudelicten en bieden slachtoffers hulp om hun recht te halen.