Verkiezingsprogramma Tweede Kamer 2017

3. Landbouw en voedsel

Alleen een gezonde landbouw levert duurzaam voedsel.

 

Voedsel is een basisbehoefte voor ons bestaan. De totstandkoming van ons voedsel verdient dus onze volle aandacht. De Nederlandse voedselvoorziening is ernstig uit balans. Zij legt op dit moment een groot en onverantwoord beslag op de hulpbronnen en landbouwgronden wereldwijd. Dat komt onder andere door de massale import van veevoer en het gebruik van kunstmest en landbouwgif in de landbouw. De EU verstrekt miljarden euro’s aan landbouw- en visserijsubsidies. Dit veroorzaakt oneerlijke concurrentie en ontneemt boeren in ontwikkelingslanden, die geen subsidies ontvangen, een kans om hun producten voor reële prijzen te verkopen. Deze boeren zullen alle mogelijkheden moeten krijgen om op rendabele wijze voedsel te telen voor de eigen regio.

Een gezonde, duurzame landbouw is mogelijk als we de natuurlijke kringlopen herstellen en boeren een eerlijke prijs betalen voor hun producten. Ook moet er volledig inzicht komen in waar ons voedsel vandaan komt, hoe het is geproduceerd en of de prijs de kosten dekt. De voedselketen moet kort en open zijn, om gesjoemel met voedsel te voorkomen. Stunten met de prijs van vlees is ontoelaatbaar en we binden de strijd aan tegen voedselverspilling. Uiteraard komt er een einde aan de bio-industrie!

De intensieve landbouw in ons land maakt vele slachtoffers. Elk jaar worden in Nederland ruim 500 miljoen dieren geslacht na een kort en ellendig leven. Door het vele gebruik van landbouwgif verdwijnen onder meer bijen en vlinders en worden omwonenden van akkers en bollenvelden ziek. De uitstoot van broeikasgassen en ammoniak door onze enorme veestapel gaat ten koste van de natuur en draagt bij aan de opwarming van de aarde. Mes en vork zijn de belangrijkste wapens in de strijd tegen klimaatverandering, armoede, honger, dierenleed en biodiversiteitsverlies.

Bij veel boeren in Nederland staat het water tot aan de lippen: elke week moeten vijf boerenbedrijven de deuren sluiten omdat ze te weinig geld verdienen en niet mee kunnen of willen in het steeds meer en/of intensiever houden van dieren. Denk aan megastallen en de miljoenenleningen die boeren daarvoor moeten afsluiten.
Dat kan anders.

Gezond en duurzaam voedsel voor iedereen.
Onze voedselvoorziening mag niet nog verder in handen komen van monopolisten: de macht moet terug naar burger en boer. 

  • Planten- en dierenrassen mogen geen eigendom van bedrijven zijn. Octrooien op vormen van leven worden verboden. We verzetten ons tegen pogingen van bedrijven als Bayer-Monsanto en BASF om genen van planten en dieren te patenteren en zo de voedselmarkt te beheersen.

  • Nederland zet zich internationaal in voor sterk kwekersrecht voor boeren en gewasveredelaars. Er wordt flink geïnvesteerd in de ontwikkeling van biologisch weerbare plantenrassen en gewassen. 

Er wordt in de wereld meer dan genoeg voedsel verbouwd om de groeiende wereldbevolking te kunnen voeden. Maar de productie is niet duurzaam en veel voedsel wordt verspild. De grootste voedselverspilling zit in het voeren van dieren met voedsel dat ook geschikt is voor mensen. We zullen minder dierlijke en meer plantaardige producten moeten eten, in het belang van dieren, natuur en milieu, maar óók voor onze eigen gezondheid. 

  • Doorgeslagen regels over houdbaarheidsdata en uiterlijke kenmerken van voedsel passen we aan, want die werken voedselverspilling in de hand. Met goede voorlichting over het bewaren en de houdbaarheid van voedsel zorgen we dat minder voedsel in de vuilnisbak belandt.

  • In de prijs van voeding moeten alle kosten verwerkt zijn, ook de kosten om dieren, natuur en het milieu te beschermen en om de voedselveiligheid te garanderen. De kiloknaller verdwijnt uit de schappen. Voor alle producten wordt een eerlijke prijs betaald.

  • Scholen breiden hun programma’s voor gezonde maaltijden en schoolfruit uit en kopen biologisch en duurzaam in. Lesprogramma’s besteden ruim aandacht aan gezonde en duurzame voeding.

  • We stoppen met gesubsidieerde reclamecampagnes voor vlees en zuivel. De miljoenensubsidies voor promotie van landbouwproducten worden afgebouwd en tot die tijd alleen nog ingezet voor biologische en plantaardige producten.

  • Ontwikkeling van plantaardige vlees-, zuivel- en visvervangers wordt ondersteund en er komen campagnes gericht op de bevordering van een plantaardig voedingspatroon.

  • Restaurants van overheidsinstellingen serveren biologisch, regionaal geproduceerd voedsel en hebben tenminste één vlees- en visloze dag. Op de menukaart staan geen bedreigde diersoorten.

  • Voedingsmiddelen krijgen een duidelijk etiket met informatie over herkomst, dierenwelzijn, sociale omstandigheden, gezondheidsaspecten en de ecologische voetafdruk. In het geval van vlees, zuivel en eieren laat het etiket ook zien waar het dier geboren, gehouden en geslacht is.

  • Stadslandbouw wordt gestimuleerd.

  • Er komen strenge duurzaamheidscriteria voor de import van grondstoffen, zoals palmolie, soja en biomassa. 

Een gezonde voedselmarkt.

  • Het Europees Landbouwbeleid wordt grondig hervormd. De miljarden euro's kostende landbouw- en visserijsubsidies worden afgeschaft. Het budget wordt tijdelijk ingezet om boeren te helpen omschakelen naar ecologische landbouw, daarna stopt de subsidiëring.

  • Onderzoeksbudgetten voor landbouw gaan enkel naar ecologische landbouwsystemen en het herstellen van natuurlijke kringlopen.

  • De vervuiler gaat betalen: producten die gepaard gaan met milieuschade en dierenleed zoals vlees, zuivel en eieren, komen in het hoge btw-tarief, te beginnen met dierlijke producten uit de vee-industrie. Gezonde, duurzame producten zoals biologische groente en fruit stellen we vrij van btw.

  • Tussenhandelaren, supermarkten en andere retailers gaan een zogeheten eerlijke-prijs-bewijs gebruiken. Hiermee tonen zij aan dat de inkoopprijs die zij boeren bieden, voldoende is om de productiekosten te dekken, inclusief kosten die gemaakt worden om te voldoen aan de maatschappelijke eisen op het gebied van dierenwelzijn en milieu. Boeren en tuinders krijgen de mogelijkheid om zich gezamenlijk sterk te maken voor een kostendekkende prijs voor hun product. Contracten waarin een leveringsplicht ontstaat voor een niet kostendekkende prijs worden verboden. De inkoopmacht van supermarktketens en grote producenten wordt zo ingeperkt.

  • Overschotten van vlees, eieren en zuivel produceren is ontoelaatbaar. Opkoopregelingen van de overheid schaffen we daarom af. 

Gifvrije groenten.

  • Het gebruik van kunstmest en landbouwgif wordt drastisch verminderd en vervangen door ecologische alternatieven.

  • Preventief gebruik van landbouwgif wordt per direct verboden. Natuurlijke akkerranden, die de biodiversiteit bevorderen en aantrekkelijk zijn voor natuurlijke vijanden van ziektes en plagen, worden verplicht.

  • Chemische bestrijdingsmiddelen die een risico vormen voor mensen, dieren of het milieu, gaan per direct van de markt. Dit geldt in ieder geval voor neonicotinoïden, glyfosaat, het grondontsmettingsmiddel metam-natrium, een groot aantal schimmelbestrijders en voor landbouwgif en verdelgingsmiddelen die hormoonverstorend werken.

  • Zolang de landbouw nog niet gifvrij is, komt er een strikte bescherming voor omwonenden van akker- en tuinbouwbedrijven. Het is noodzakelijk dat er brede spuitvrije zones komen tussen akkers en omliggende woningen, bij scholen, kantoor-, fabrieks- en recreatieterreinen. De spuitvrije zones gelden ook rond openbare wegen, fiets- en wandelpaden en rondom plekken waar dieren verblijven, zoals weilanden.

  • Alle landbouwgif dat nu op de markt is, wordt opnieuw getoetst aan flink aangescherpte criteria, waarbij het voorzorgsbeginsel leidend is. Hiervoor worden geen dierproeven uitgevoerd. Alleen middelen die aantoonbaar veilig zijn voor mensen, dieren en milieu mogen op de markt blijven.

  • De instanties die de toelating van bestrijdingsmiddelen en genetisch gemanipuleerde gewassen beoordelen, worden volledig onafhankelijk en transparant. De innige banden met de chemische industrie worden verbroken. Studies die producenten zelf leveren, zijn niet langer voldoende. De adviezen van de Europese voedselveiligheidsautoriteit en onderliggende studies zijn openbaar, toegankelijk en voldoen aan de hoogste normen van onafhankelijkheid. Studies op basis waarvan is besloten middelen toe te laten, worden met terugwerkende kracht openbaar zodat onafhankelijke wetenschappers de toelating kunnen beoordelen.

  • Er komt een deltaplan om de bodemvruchtbaarheid te herstellen.

  • Landbouwopleidingen gaan veel meer aandacht besteden aan duurzame, ecologische landbouw.

  • De tuinbouw werkt fossielvrij door het gebruik van zonne-energie en aardwarmte in gesloten kassystemen. Het lozen van vervuild water wordt verboden.

Gentechvrij.
De Partij voor de Dieren is vanuit het voorzorgsbeginsel sterk tegenstander van genetische manipulatie van gewassen. We maken ons sterk voor een gentechvrij Nederland en Europa. Gentechsoja en -maïs hebben het gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen doen toenemen. Genetische manipulatie vormt bovendien een bedreiging voor de gangbare en biologische teelt omdat de gemanipuleerde gewassen zich kunnen mengen met niet genetisch gemanipuleerde gewassen. Daarmee wordt het voor consumenten onmogelijk een vrije keuze te maken voor gentechvrije producten. Nederland verklaart zich gentechvrij: de teelt en import van genetisch gemanipuleerde gewassen wordt verboden. 

  • Zolang een algeheel import- en teeltverbod nog niet is gerealiseerd willen we dat Europese lidstaten en regio’s zelf de mogelijkheid krijgen om de teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen te verbieden.

  • Er komt verplichte etikettering voor vlees, zuivel en eieren afkomstig van dieren die zijn gevoed met genetisch gemanipuleerde gewassen. Op producten waarin gentechingrediënten zijn verwerkt, wordt dit duidelijk vermeld op de voorkant van het product of de verpakking.

  • Veredeling van planten mag niet ten koste gaan van mens, dier, natuur, gezondheid, voedselzekerheid, keuzevrijheid en de positie van kleine boeren. Geknutsel aan genen moet altijd onder de gentechregels vallen.

  • Het genetisch manipuleren en klonen van dieren is ethisch onaanvaardbaar en brengt ernstig dierenleed met zich mee. Nederland maakt zich sterk voor een importverbod op gekloonde en genetisch gemanipuleerde dieren, hun nakomelingen en de producten die van deze dieren worden gemaakt. Nederland zet zich actief in voor een wereldwijd traceersysteem om de handel in gekloonde dieren te kunnen controleren.

Vee-industrie afschaffen.
De huidige gangbare veehouderij is onhoudbaar. We houden zoveel dieren voor vlees, zuivel en eieren dat geen milieu-, natuur- of dierenwelzijnsmaatregel is opgewassen tegen alle problemen die dit met zich meebrengt. Megastallen, volksgezondheid en dierenwelzijn gaan niet samen. Daarom moet er een einde komen aan de bio-industrie. In plaats daarvan komt de focus te liggen op de akker- en tuinbouw.

  • Een duidelijk stappenplan moet zorgen voor een snelle omschakeling naar een diervriendelijke en duurzame landbouw. Het aantal gehouden dieren wordt met 70% verlaagd.

  • Weidegang wordt verplicht. Melkveehouders mogen niet meer koeien hebben dan ze grond hebben om te kunnen beweiden.

  • Er komt een maximum aan de hoeveelheid melk die maximaal per hectare geproduceerd mag worden. De effecten op dierenwelzijn en het milieu zijn hierbij het uitgangspunt.

  • Vestiging en ontwikkeling van megastallen worden verboden. Tussen stallen en de huizen van omwonenden wordt een afstand van minimaal 2.000 meter aangehouden.

  • Brandveiligheidsregels voor nieuwe én bestaande stallen en dierverblijven worden veel strenger.

  • Sprinklerinstallaties zijn verplicht en de dieren moeten in geval van brand de stal kunnen ontvluchten.

  • De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit gaat actief toezien op de aanwezigheid van brandveiligheidsregels bij stallen en dierenverblijven. Uiterlijk in 2021 dienen alle stallen en dierenverblijven aan de nieuwe brandveiligheidsregels te voldoen.

Ruimte voor natuurlijk gedrag.
Daar waar dieren worden gehouden, dient het recht op natuurlijk gedrag wettelijk vastgelegd te worden. Kippen horen een stofbad te kunnen nemen, varkens moeten kunnen wroeten en koeien en geiten horen in de wei.

  • Alle dieren in de veehouderij krijgen het recht op vrije uitloop en hebben buiten ook voldoende schuilmogelijkheden.

  • In de stal beschikken dieren over voldoende ruimte, stro en afleidingsmateriaal.

  • Koeien worden gehuisvest in familiekuddes. Kalfjes worden niet langer meteen na de geboorte weggehaald, maar mogen opgroeien bij hun moeder in de wei en de melk drinken die voor hen bedoeld is.

  • De productie van blank kalfsvlees wordt verboden. Het is onaanvaardbaar dat kalveren voor dit vlees welbewust ziek gemaakt worden met een ijzerarm dieet.

  • Kraamboxen waarin zeugen tussen stangen staan, worden verboden. Zeugen krijgen de gelegenheid te nestelen en hun biggetjes te verzorgen.

  • Nieuwe stalsystemen worden eerst getoetst op dierenwelzijns- en milieueffecten voordat ze in de praktijk mogen worden gebruikt. Bestaande stallen krijgen zo’n toets met terugwerkende kracht.

  • Geen ingrepen meer als het castreren van biggen, het couperen van staarten, en het onthoornen van koeien en geiten.

  • Nederland maakt zich in de EU sterk voor een verbod op de productie van foie gras (ganzen- of eendenlever) en stelt een handels- en importverbod in voor deze producten. 

Geen plofdieren.
Veel dieren zijn zo ver doorgefokt dat ze in een paar weken kunnen worden vetgemest. Dit zorgt voor ernstige welzijnsproblemen. Een dierwaardig bestaan betekent ook dat dieren zich op natuurlijke wijze kunnen voortplanten.

  • Het fokken op extreem snelle groei, zoals bij kippen en varkens, en op extreme productie, zoals bij melkkoeien, wordt verboden. Plofkippen die door hun pootjes zakken en dikbilkoeien die niet natuurlijk kunnen bevallen behoren tot het verleden.

  • Geen (vaak pijnlijke) voortplantingsmethoden bij dieren zoals embryospoeling, embryotransplantatie en hormonale vruchtbaarheidsbehandelingen. Geen toestemming voor de ontwikkeling van nieuwe voortplantingsmethoden als deze de lichamelijke integriteit en het welzijn van dieren aantasten.

  • De (achterhaalde) Europese identificatieregels die het oormerken van dieren verplichten, verdwijnen. Zolang deze regels nog gelden, krijgen gewetensbezwaarden een ontheffing van de oormerkplicht.

Aanpak leed in slachthuizen en tijdens diertransporten.
Het aantal dieren dat voor consumptie wordt gefokt en gedood moet fors verminderen. Dieren worden zo min mogelijk vervoerd, en áls ze vervoerd en geslacht worden, moeten ze daar zo min mogelijk leed en stress bij ondervinden. 

  • Veemarkten worden verboden.

  • Diertransporten duren niet langer dan twee uur. Op warme dagen (dat wil zeggen: bij temperaturen van 25 graden Celsius of meer) mogen dieren niet op transport worden gezet. Er komt veel strengere controle en handhaving van de Nederlandse en Europese transportregels.

  • Transporten van levende dieren naar landen buiten de Europese Unie, zoals Turkije, zijn niet langer toegestaan. Aan import en doorvoer via de EU van dieren vanuit bijvoorbeeld de Verenigde Staten naar Azië komt een einde.

  • Slachtmethoden die ernstig leed veroorzaken, zoals de waterbadmethode bij kippen en CO2-verdoving bij varkens, schaffen we direct af.

  • Het verbod op onverdoofd slachten gaat zonder uitzondering gelden. Er komt een Nederlands en Europees import- en handelsverbod op vlees van onverdoofd geslachte dieren. Zolang er nog onverdoofd geslacht wordt, geldt verplichte etikettering.

  • Stallen en slachterijen krijgen permanent cameratoezicht. Veetransportwagens krijgen een GPS-volgsysteem, ongeacht de lengte van het transport .

  • De controle op alle schakels in de veehouderij wordt opgevoerd en komt in handen van de overheid in plaats van de sector zelf. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) krijgt meer budget en meer toezichthouders. De NVWA legt bij overtredingen direct boetes op en maakt de controlegegevens openbaar, evenals het antibioticaregister in de veehouderij.

  • Op vlees, zuivel en eieren komt een duidelijk etiket dat laat zien waar het betrokken dier geboren is, gehouden is en – in geval van vlees – geslacht is.

Gezondheid van mensen en dieren voorop.
Door regionalisering, het uitbannen van langeafstandstransporten en het inkrimpen van de veehouderij verminderen we de kans op de uitbraak van dierziekten. 

  • Bij uitbraken van niet-dodelijke dierziekten wordt de norm dat dieren kunnen uitzieken en herstellen. Zieke dieren mogen niet om louter economische redenen worden gedood.

  • Er komen strikte regels voor antibioticagebruik in de veehouderij. De preventieve toediening van antibiotica stopt.

  • Het ministerie van Volksgezondheid krijgt de regie bij het aanpakken van een uitbraak van (mogelijk) voor mensen besmettelijke dierziekten (zoönosen).

Natuurlijke kringlopen herstellen.
In een duurzame landbouw zijn de kringlopen gesloten en is er geen afval meer. 

  • We stoppen met het importeren van soja en maïs voor veevoer uit landen buiten de EU. In plaats daarvan wordt duurzaam veevoer via regionale teelt geproduceerd.

  • De mestproductie van de dieren uit de Nederlandse veehouderij wordt afgestemd op wat we verantwoord op onze akkers kunnen gebruiken. Hierdoor zal de veestapel fors moeten krimpen.

  • Het injecteren van mest wordt verboden, het gebruik van kunstmest gaat tot het verleden behoren.

  • Geen subsidies meer voor mestvergisters en geen nieuwe mestvergisters. Mestvergisters zijn niet diervriendelijk: de dieren moeten worden opgehokt om de mest te kunnen opvangen. Ze zijn niet duurzaam en zorgen bovendien voor (gezondheids)risico’s en grote overlast voor omwonenden.

Visvangsten beperken.
De Nederlandse visserij is medeverantwoordelijk voor de structurele overbevissing in de Europese wateren. Maar liefst 88% van de vissoorten is overbevist en 30% kan zich waarschijnlijk niet meer herstellen. Nederlandse vissers plunderen – met Europese subsidies – zeeën buiten Europa, zoals voor de kust van Afrika. De grootste trawlers ter wereld zijn in Nederlandse handen. De schepen (boomkorren) vernietigen met sleepnetten de zeebodem. 

  • Visserijsubsidies worden per direct afgeschaft.

  • Het voorzorgsbeginsel wordt leidend in het visserijbeleid. Dit houdt in dat het maximum dat gevist mag worden (vangstquota) niet hoger wordt vastgesteld dan onafhankelijke mariene biologen verantwoord vinden. En als wetenschappelijke gegevens niet beschikbaar zijn, wordt er niet gevist, of worden flinke veiligheidsmarges ingebouwd met vangstquota op een zeer laag niveau.

  • Ecosystemen en vissoorten die er slecht aan toe zijn, krijgen de kans zich te herstellen door instelling van een totaalverbod voor de visserij. Voor de kwetsbaarste soorten als paling, kabeljauw en tonijn wordt onmiddellijk een vangstverbod ingesteld.

  • Aan destructieve visserijtechnieken willen we een einde maken. Monstertrawlers, diepzeevisserij en schepen die met sleepnetten de zeebodem verwoesten, worden onder Nederlandse vlag verboden.

  • Nederland bouwt de overcapaciteit van de vissersvloot in hoog tempo af. De vangstcapaciteit van de Europese vissersvloot mag niet groter zijn dan de ecosystemen in de Europese wateren kunnen dragen.

  • Er komt een strikte naleving van bestaande afspraken om schadelijke visserijpraktijken tegen te gaan. Het verbod op het dumpen van gevangen vis op zee wordt streng gehandhaafd, onder andere via camera’s of toezicht aan boord. Vissersboten van reders die zich niet aan de regels houden gaan aan de ketting.

  • Bijvangsten worden fors verminderd door een verbod op niet-selectieve visserijmethoden.

Voorkomen leed.

  • De Partij voor de Dieren wil een verbod op alle vangst- en dodingsmethoden die gepaard gaan met langdurig lijden en eindigen in een onverdoofde slacht. Zo maken vissen die in netten terechtkomen of via haken (longlines) worden gevangen, een gruwelijke doodsstrijd door.

  • We willen af van de staand wantvisserij. In deze staande netten komen onder andere bruinvissen vast te zitten, waardoor ze verdrinken.

  • Het levend koken van dieren zoals kreeften, krabben en garnalen wordt verboden.

Geen viskwekerijen: vee-industrie in het water.
Viskwekerijen vormen een nieuwe vee-industrie en lossen bovendien het probleem van de overbevissing niet op: veel gekweekte vissen worden gevoerd met wild gevangen vis. Ze zijn niet duurzaam en verre van diervriendelijk.

  • De Partij voor de Dieren wil dat er geen toestemming meer wordt verleend aan nieuwe viskwekerijen.

  • Bestaande viskwekerijen worden met terugwerkende kracht onafhankelijk getoetst op dierenwelzijn en duurzaamheid. Viskwekerijen die deze toets niet doorstaan, worden gesaneerd.

  • De huidige vangst- en dodingsmethoden in viskwekerijen worden onderzocht en beoordeeld op het lijden van de vissen. Er komt een verplichting voor dodingsmethoden die lijden tot een minimum beperken. 

Duurzame, regionale landbouw voor een rechtvaardige wereld.
De Partij voor de Dieren wil een landbouwbeleid dat ontwikkelingslanden geen schade berokkent. Wij maken ons sterk voor een regionalisering van de landbouw. De wijze waarop de westerse mens consumeert en produceert, heeft directe invloed op het leven van mensen en dieren in andere landen. In hun jacht naar goedkoop voedsel en biobrandstoffen maken westerse landen zich steeds vaker schuldig aan landroof in ontwikkelingslanden.

  • Europese landbouw- en visserijsubsidies worden afgebouwd. Dat geeft boeren in ontwikkelingslanden weer eerlijke kansen.

  • Visserijakkoorden tussen de Europese Unie en andere landen zijn roofakkoorden en gaan van tafel of worden opgezegd.

  • Landbouw wordt buiten vrijhandelsverdragen als TTIP en CETA gehouden.

  • De milieu- en dierenwelzijnseisen waaraan onze boeren moeten voldoen, dienen ook te gelden voor producten die geïmporteerd worden van buiten de Europese Unie.

  • Nederland dringt er bij de Wereldhandelsorganisatie op aan om dierenwelzijn te erkennen als criterium om import van dieronvriendelijke producten te weren (non-trade concern).

  • Nederland stopt met het stimuleren en exporteren van systemen en producten voor industriële landbouw zoals slachterijen, megastallen, kunstmest, landbouwgif en genetisch gemanipuleerde gewassen. In plaats daarvan wordt geïnvesteerd in regionale, agro-ecologische voedselvoorziening en in regionale infrastructuur.

  • Alle exportsubsidies en budgetten voor exportpromotie verdwijnen. Zo kan dumping van goedkope, gesubsidieerde landbouwproducten op de markten van ontwikkelingslanden worden tegengegaan.

  • Grote buitenlandse bedrijven krijgen vaak toestemming van (corrupte) regimes in ontwikkelingslanden om landbouwgronden te huren of te kopen. Die gronden zijn echter veelal van lokale boerenfamilies. De Partij voor de Dieren wil dat Nederland zich in internationaal verband sterk maakt tegen deze landroof. Investeringen in land en grond behoren te voldoen aan de criteria van de VN-mensenrechtenrapporteur voor het Recht op voedsel.

  • We stoppen met de import van producten die ten koste gaan van de leefomgeving elders of die gepaard gaan met schendingen van mensenrechten en dierenwelzijn.

  • We zetten in op de regionale productie van veevoer, zodat de massale importen van soja en maïs voor veevoer gestopt kunnen worden. Zo zetten we een rem op de kap van het regenwoud.