Voorkom pande­mieën: verklein de kans op zoönose-uitbraken


Onze idealen

  • Het aantal dieren in de vee-industrie gaat met minstens 75% omlaag. Diertransporten mogen maximaal twee uur duren om het risico op het ontstaan en verspreiden van zoönosen zo klein mogelijk te maken.
  • Dieren die diep in de bossen leven komen door massale ontbossing plots in aanraking met mensen, waarbij onbekende ziekten overgedragen kunnen worden. Nederland stopt met het importeren van producten waar grootschalige ontbossing voor wordt gepleegd.
  • De verandering van het klimaat en de biodiversiteitscrisis brengen de wereld uit balans. Zoönosen en de snelle verspreiding daarvan zijn één van de vele symptomen. Door het veranderende klimaat verspreiden exotische ziektes zich ook via bijvoorbeeld insecten sneller over de wereld. In het belang van onze eigen gezondheid zetten we alles op alles om de opwarming van de Aarde te beperken tot maximaal 1,5 graad celcius, en stoppen we de verwoesting van de natuur.
  • Ook dieren uit het wild kunnen onbekende ziekten bij zich dragen. Nederland is een spil in de handel in exotische dieren. De aanpak van deze malafide handel op bijvoorbeeld Schiphol en in de Rotterdamse haven krijgt prioriteit.
  • Nederland deelt internationaal actief kennis om de preventie- en zorginfrastructuur wereldwijd te verbeteren.
  • Er komt voldoende capaciteit en expertise bij de ministeries van Volksgezondheid en Landbouw op het dossier zoönosen.

COVID-19 is een zoönose: een infectieziekte die overspringt van dier op mens. Wetenschappers waarschuwen hier al langer voor: 75% van de nieuwe infectieziekten die de gezondheid van de mens bedreigen, is een zoönose. De manier waarop we met dieren omgaan vormt dus een groot risico. Nederland heeft de twijfelachtige eer het meest veedichte land ter wereld te zijn. De grote stallen met duizenden dieren dicht op elkaar vormen een ware snelkookpan voor virusmutaties. Wat de impact van zo’n virus kan zijn liet de corona-uitbraak zien, die zich vanuit China van mens tot mens over de hele wereld verspreidde. De twee grote Europese uitbraken van zoönosen vonden allebei plaats in Nederland: de vogelgriep in 2003, en de Q-koorts tussen 2007 en 2010 waarbij omwonenden van geitenstallen overleden of ernstig chronisch ziek werden. Nederland was toen niet voorbereid, en de overheid faalde om de volksgezondheid te beschermen. De belangen van de geitenboeren werden te zwaar meegewogen, en daardoor kon de Q-koorts zich verspreiden, met alle gevolgen van dien. De volksgezondheid had hier voorrang moeten hebben.

Dankzij een aangenomen voorstel van de Partij voor de Dieren krijgt de minister van Volksgezondheid, en niet die van Landbouw voortaan de regie over de preventie en bestrijding van dierziekten. Maar zolang we het aantal gehouden dieren niet omlaag brengen, blijft de Nederlandse veehouderij een tikkende tijdbom voor een zoönosepandemie. Volgens viroloog Ron Fouchier van het Erasmus MC zijn we slechts enkele stappen verwijderd van een mutatie van het vogelgriepvirus die bij mens-tot-mensbesmetting tot een nieuwe pandemie kan leiden. De Partij voor de Dieren waarschuwt hier al voor sinds 2006.

Hoe kunnen we zo’n nieuwe, mogelijk nog ernstigere, epidemie voorkomen? De kans op een zoönose-uitbraak, daalt wanneer we de natuur met rust laten, en wanneer we stoppen met dieren op elkaar proppen in stallen waarin virussen alle ruimte hebben om te muteren. In een groene, gezonde maatschappij met ruimte voor natuur, maar zonder bio-industrie, is de kans op pandemieën veel kleiner.

Het standpunt Voorkom pandemieën: verklein de kans op zoönose-uitbraken is onderdeel van: Een gezonde samenleving waarin welzijn voorop staat