Ecocen­trale economie


Onze idealen

  • Vervuiling en schaarse grondstoffen worden veel zwaarder belast. Dat betekent onder meer een forse CO2-belasting, een progressieve vliegbelasting en een belasting op dierlijke eiwitten. De subsidies voor de fossiele industrie worden afgeschaft.
  • Werken wordt daarentegen aanzienlijk minder belast. Het laagste tarief voor de inkomstenbelasting wordt verlaagd. Het minimumloon wordt fors verhoogd en de positie van de werknemers op de arbeidsmarkt wordt versterkt. Door een verlaging van de werkgeverslasten voor kleine bedrijven, wordt het aantrekkelijker gemaakt om mensen in dienst te nemen.
  • Productie wordt primair gericht op een regionale markt. De btw op waardevolle productie en diensten wordt afgeschaft. Lokaal ondernemerschap wordt gestimuleerd. Om oneerlijke concurrentie tegen te gaan, komt er een belasting voor grote internetwinkelbedrijven.
  • Ons pensioengeld wordt niet meer geïnvesteerd in de fossiele en de bio-industrie. Banken worden opgesplitst in nuts- en zakenbanken.
  • Een basisinkomen kan onder de juiste randvoorwaarden inkomenszekerheid bieden en de positie van werknemers richting werkgevers versterken. Er komt een grote pilot naar het basisinkomen.
  • Het bruto binnenlands product (bbp) is geen geschikte indicator voor onze welvaart en ons welzijn en is geen doel op zich. Wij gaan welvaart en welzijn anders meten.
  • Toegang tot contant geld wordt gewaarborgd. Er wordt gezorgd dat de snelheid van verdwijning van contant geld uit de omloop vertraagd wordt en het percentage van contant geld dat in omloop is mag niet onder een bepaald minimum komen.

We leven in een tijd waarin we met steeds minder menskracht alles kunnen produceren en organiseren wat we nodig hebben. Dit biedt in potentie een geweldige kans om meer tijd in andere dingen te steken, zoals zorg voor elkaar en voor de natuur, persoonlijke ontwikkeling, innovatie, sport, kunst, et cetera. Maar de wijze waarop we de economie nu hebben georganiseerd, zit deze kansen in de weg: mensen moeten steeds harder en langer werken, in plaats van minder. Productie en consumptie moeten maar blijven groeien, los van de vraag of mensen daar behoefte aan hebben. Werk blijft duur door hoge belastingen. Grondstoffen daarentegen zijn spotgoedkoop, terwijl ze schaars, schadelijk en eindig zijn.

Alles maar kunnen produceren wat we nodig denken te hebben heeft ook grote schaduwkanten. De samenleving is erdoor uit balans geraakt. We hebben meer spullen dan ooit, maar met hetzelfde gemak gooien we die spullen ook weer in de afvalbak. Regelmatig nieuwe kleren of een nieuwe telefoon kopen zijn doodnormaal geworden. Bovendien heeft die productiedrift eraan bijgedragen dat we de grenzen van wat de planeet aankan, overschreden hebben.

De coronacrisis is een keerpunt. De pandemie liet zien dat overheden, wanneer het er echt om spant, radicaal in de economie kunnen ingrijpen. De crisis heeft bovendien velen doen inzien dat immateriële waarden als vriendschap, liefde, zorg voor naasten, een goede gezondheid en tijd voor elkaar veel waardevoller zijn dan het hebben van steeds meer spullen.

De Partij voor de Dieren heeft een samenleving voor ogen die onthaast en ontspult, waarbij de waarde van het werk dat gedaan wordt ook tot uitdrukking komt in echte bestaanszekerheid.

Daarvoor moet het belasting- en beloningsstelsel radicaal op de schop en wordt het minimumloon met veertig procent verhoogd. De Partij voor de Dieren wil belasten wat schaars of schadelijk is, en ontzien wat waardevol is. Dat betekent dat we de belasting op vervuilende activiteiten en het gebruik van eindige grondstoffen fors meer gaan belasten, maar de belasting op arbeid juist flink gaan verlagen. Zo verminderen we milieudruk en creëren we met groene banen enorm veel duurzame werkgelegenheid.

Het standpunt Ecocentrale economie is onderdeel van: Economische systeemverandering

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer