Opinie: Ik geloof. In seculiere politiek.


12 juni 2008

Kan een seculiere partij moreel ethische afwegingen maken, zonder dat er argwaan ontstaat over de achtergrond van die afweging? Het leek even van niet afgelopen week. Neem de Partij voor de Dieren.

Wie naar de afgelopen anderhalf jaar kijkt waarin de Partij voor de Dieren in de kamer zit, en het stemgedrag van de partij volgt, ziet dat er 4 moties in stemming gebracht zijn over abortus, 5 over homo-emancipatie en 1 over euthanasie. 10 Moties waarin de partij koos voor de meest liberaal progressieve stellingname. Geen journalist die het opviel, niemand die er een bevestiging van de seculiere stellingname van de Partij voor de Dieren in zag.

Tijdens het Fitna debat pleitten wij als enige partij voor een strikte scheiding tussen kerk en staat, omdat we niets zien in politiek die beïnvloed wordt door religieuze stellingnames. Eerder bepleitten we een dergelijke scheiding bij het debat rond de winkelsluitingstijden.

De Partij voor de Dieren hoeft daar geen erkenning voor, we zijn gewoon een seculiere partij die zich door geen enkel religieus standpunt van wie dan ook laat beïnvloeden. We maken als partij (waarin christenen, atheïsten, agnosten, moslims, hindoes en boeddhisten zonder problemen samenwerken aan een overstijgend belang) gewoon onze eigen keuzes gebaseerd op mededogen en duurzaamheid. We hebben daarbij onder onze twaalf volksvertegenwoordigers nog geen enkele vorm van interne tweespalt aangetroffen.

In het vraagstuk rond embryoselectie hebben we aangegeven zeker niet principieel tegen de selectie van embryo’s te zijn, maar wel een maatschappelijk debat te willen over de kaders van embryoselectie. Waarbij we de huidige praktijk als uitgangspunt zouden willen nemen.

Wanneer zou je wel en wanneer zou je geen embryoselectie moeten willen faciliteren als samenleving? Als het kind een grote kans heeft op een ernstige erfelijke ziekte? Als het kind een kleine kans heeft op een ernstige erfelijke ziekte? Als het kind een kleine kans heeft op een beperkte handicap? Als de ouders een jongetje willen en geen meisje? Als de ouders liever het blonde haar van moeder terugzien bij het kindje dan het rode haar van vader? Moet alles wat kan ook kunnen, was de indringende vraag die koningin Beatrix in 1990 in haar kersttoespraak stelde. Over die vraag gaat het in het debat over embryoselectie. En nu dus ook over de vraag of een seculiere partij tot ethische keuzes kan komen, zonder verdacht gemaakt te worden wegens de vermeende privé-opvattingen van de fractievoorzitter. Die nooit enige aanleiding heeft gegeven om te denken dat ze principieel tegen embryoselectie zou zijn.

Ik weet dat er tientallen andere kamerleden zijn die lid zijn van een kerk waarin de leider onfeilbaar is, waarin condoomgebruik, pilgebruik, abortus, euthanasie en homohuwelijk als onbespreekbaar worden afgewezen. En ik weet dat die politici dwingend wordt opgelegd dat ze volgens de moreel ethische overwegingen van die kerk moeten stemmen, los van de vraag of ze zich daaraan houden.

Dat is hun eigen keuze die ze gelukkig kunnen maken in een land met godsdienstvrijheid. Het zou niet mijn keuze zijn, omdat ik niet geloof in kerkvaders die een beslissende stem hebben in de moreel ethische keuzes van politici. Ik geloof in seculiere politiek en een strikte scheiding van kerk en staat.

Dat is ook de reden waarom ik voorvechters van seculiere politiek heb gevraagd de Partij voor de Dieren te ondersteunen. En dat is ook de reden waarom ik me op geen enkele wijze aangesproken voel door de gossip op dit moment over embryoselectie en de Partij voor de Dieren.

Ik kan me best voorstellen dat de seculiere meerderheid van Nederland soms allergisch reageert op de christelijke politiek van een levensbeschouwelijke minderheid die de regering vormt. Maar waarom zou je dat afreageren op seculiere partijen en hun vertegenwoordigers?

De Partij voor de Dieren is de eerste politieke partij ter wereld die niet de mens centraal stelt. En dat leidt soms tot onbegrip. En dat leidt makkelijk tot verdachtmaking of hoongelach. Maar in een land waar tolerantie en godsdienstvrijheid een groot goed zijn, past geen achterklap over vermeende vermenging van politiek en religie, die er niet is. Althans niet bij ons. Wie leidt aan religieallergie vindt in de Partij voor de Dieren geen doelwit. Wij blijven strijden voor het letterlijk tot hun recht laten komen van dieren. En wij doen dat vanuit een overstijgend belang. Het bewijs van het tegendeel hoeft door ons niet geleverd te worden.

Marianne Thieme, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer.

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief