Opinie: Beloofde varkens­speeltuin blijkt poppenkast


21 augustus 2007

Varkens moeten kunnen wroeten en onderzoeken om gelukkig te zijn. Dat is niet alleen de bevinding van vele dierenwelzijnsonderzoekers, maar ook van de Europese Commissie. Ongelukkige varkens bijten in elkaars staart en daarom worden staarten uit voorzorg geknipt en de tanden gevijld. In Nederland ondergaan circa 20 miljoen varkens per jaar deze pijnlijke, onverdoofde ingrepen. Mede daarom is er een Europese richtlijn die stelt dat ‘varkens permanent moeten kunnen beschikken over voldoende materiaal om te onderzoeken en mee te spelen’. Om kannibalistisch gedrag te voorkomen.

De Nederlandse overheid heeft, onder druk van de varkenshouderslobby, jarenlang niets gedaan met de deze Europese richtlijn. Zo slaafs als onze bewindslieden naar Europa wijzen om verdergaande Nederlandse dierenwelzijnseisen te voorkomen, zo zelfverzekerd werden in dit geval Europese eisen in de wind geslagen.Terwijl in andere Europese landen verplicht stro in hokken wordt gestrooid, moesten de Nederlandse varkens bijten op een oude fietsketting. De Algemene Inspectie Dienst van het ministerie van Landbouw accepteerde dat als “deugdelijk afleidingsmateriaal”. Dat het lastig wroeten, onderzoeken en spelen is met een halve meter ijzeren ketting per zes varkens in een hok van nog geen vijf m2 deed blijkbaar niet ter zake.

In 2005 is Nederland meerdere malen op de vingers getikt door Europese controleurs en moest de minister uiteindelijk toch overstag. Per 1 juli van dit jaar zouden nieuwe eisen gaan gelden om varkens een beter leven te gunnen. In de aanloop naar die datum schreven de varkenshouders, in samenwerking met de Dierenbescherming, een kunstproject uit dat met veel tam tam werd gepresenteerd. Vrolijke namen als Wroezelaar en Pig roulette en kleurrijke foto’s in de media moesten de ellende verhullen die schuil gaat achter hermetisch gesloten deuren. De speeltjes werden gepresenteerd en het publiek werd uitgenodigd te stemmen op de favoriet. Het geweten van de Nederlandse burger werd zo op handige wijze gesust want de varkens zouden voortaan een speeltuin aan afleidingsmateriaal ter beschikking krijgen. Het-moest-niet-veel-gekker-worden-in-dit-land, maar de Nederlandse boer was niets te dol om zijn varkens naar behoren te hoeden en een gelukkig leventje te bezorgen. Althans, zo leek het, in de handig aangestuurde publiciteitscampagne.

De werkelijkheid bleek weerbarstiger. Die nieuwe speeltjes komen er niet, want een varkenshouder wil de paar centen die hij op een kilo varkensvlees verdient niet uitgeven aan een speeltje voor zijn varken. Daarom hebben de meesten een plastic slang om de ketting getrokken en die vervolgens teruggehangen in het varkenshok. Een prominent CDA-kamerlid meldde het zelfs als een overwinning tegen een varkensboer tijdens een recent werkbezoek van de vaste kamercommissie landbouw.

Dat varkens hiermee niets opschieten vindt minister Verburg van Landbouw geen probleem waar zij iets aan zou moeten doen. In haar brief aan de Tweede Kamer, in antwoord op vragen van de Partij voor de Dieren, geeft ze toe dat een geplastificeerde ketting een minimale invulling van de Europese richtlijn is. Maar échte eisen stellen gaat haar te ver. Ze heeft een paar maanden geleden folders met voorbeeldspeeltjes uitgedeeld aan alle varkenshouders. Daarmee zit, volgens haar, de taak van de overheid erop. Zelfregulering is het toverwoord, handhaving en verplicht voldoen aan de regels lijken niet te passen in het vocabulaire van deze minister die hooguit lippendienst pleegt aan het welzijn van dieren.

Het is onbegrijpelijk dat in een land waar dierenwelzijn steeds hoger op de prioriteitenlijst van burgers staat, een minister de sector zo het hand boven het hoofd blijft houden. Een sector die keer op keer laat zien geen ogen en oren te hebben voor het welzijn van miljoenen varkens. Van varkenshouders die geen geld uit wil geven aan een verbetering die een paar centen kost, maar het lijden van varkens aanzienlijk vermindert. Deze sector is het op deze manier niet waard om nog langer een plek in Nederland te hebben. Dat blijkt ook uit de talloze protesten tegen de megastallen, die op het platteland zijn losgebarsten en het burgerinitiatief ‘Stop fout vlees’ van Milieudefensie. Nederland wil niet langer de grote maatschappelijke kosten van een doorgedraaide sector dragen en zelfs een slinks poppenkastspel van minister en sector kan deze waarheid niet langer verhullen. Het is zoals ex-minister Veerman vaststelde. “We importeren voer, we exporteren varkens en we blijven met de troep zitten”. En met vuile handen en een slecht geweten, althans zij die over een geweten beschikken.

Marianne Thieme, fractievoorzitter Partij voor de Dieren

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws

    Abonneer op de nieuwsbrief