Verkiezingsprogramma Partij voor de Dieren Tweede Kamerverkiezingen 2017
| 35
•
De Europese Centrale Bank (ECB) is ondemocratisch
en onttrekt zich aan iedere parlementaire controle,
maar neemt wel beslissingen die verregaande verde-
lingseffecten hebben. Belangen van crediteuren mogen
niet langer voor die van debiteuren gaan, en prijsstabi-
liteit niet boven werkgelegenheid en duurzaamheid.
Nationale parlementen moeten inzage krijgen in de
interne notulen en bestuurders van de ECB ter verant-
woording kunnen roepen.
Verantwoorde handel.
Mensen- en dierenrechten, natuur en duurzaamheid gaan
voor economische kortetermijnbelangen. De Partij voor
de Dieren is tegen vrijhandelsakkoorden zoals CETA en
TTIP, omdat deze deals de democratie ondermijnen en
grote negatieve gevolgen hebben voor mens, milieu,
dierenwelzijn en volksgezondheid. Zo beperken ze de
keuzevrijheid en privacy van consumenten. Ook bedrei-
gen ze de ontplooiingskansen van minderbedeelden en
kwetsbaren. Ontwikkelingslanden dragen vaak de lasten
van de wereldvrijhandel, maar delen niet mee in de
lusten. We willen de positie van ontwikkelingslanden in
de wereldhandel sterk verbeteren en de wereldeconomie
meer regionaliseren.
•
De EU en Nederland sluiten geen nieuwe vrijhandelsak-
koorden meer af. Ook worden geen (associatie)akkoor-
den meer gesloten (zoals het akkoord met Oekraïne)
die landen vrije(re) markttoegang tot de EU bieden.
De onderhandelingen met onder andere de Verenigde
Staten, Mercosur (zes grote landen in Zuid-Amerika)
en Japan worden gestaakt. Ook komt er geen Trade in
Services Agreement (TiSA).
•
Als er toch vrijhandelsverdragen worden afgesloten
door de EU, moeten lidstaten daarover altijd het laatste
woord hebben. Er zal dan een bindend referendum
worden georganiseerd.
•
Vrijhandelsakkoorden als TTIP en CETA geven bedrij-
ven het recht om landen voor een speciale, vaak
private, rechtbank te dagen als democratisch tot stand
gekomen regels van dat land de vrijhandel beperken.
Wij wijzen deze investeringsgeschillenbeslechting af.
Zulke systemen (zoals ISDS en/of ICS) mogen nooit
deel uitmaken van vrijhandelsverdragen.
•
Bestaande vrijhandelsakkoorden en associatieakkoor-
den waarin Nederland partner is, worden herzien.
Ook de vele bilaterale belasting- en investeringsverdra-
gen die Nederland heeft gesloten worden doorgelicht
op hun effecten voor milieu en het ontstaan van be-
lastingconcurrentie tussen landen om bedrijven aan te
trekken ten laste van de burger.
•
Belastingontduiking wordt aangepakt, te beginnen in
Nederland en in nauwe samenwerking met andere
lidstaten. Ontwikkelingslanden worden geholpen om
de belastingen te ontvangen waar ze recht op hebben.
Nederland verplicht bedrijven tot transparantie over de
belastingen die zij betalen.
•
Producten die in Nederland of de EU worden ingevoerd
voldoen minimaal aan dezelfde milieu- en dierenwel-
zijnseisen als producten die hier geproduceerd wor-
den. Ook moet minimaal de Universele Verklaring
van de Rechten van de Mens zijn gerespecteerd in het
arbeidsproces. Producenten in ontwikkelingslanden
krijgen hulp om aan deze eisen te voldoen.
•
Nederland gaat producten weren die zijn geprodu-
ceerd ten koste van mensen, dieren of milieu en maakt
zich er in Brussel hard voor dat lidstaten dat onderling
ook kunnen doen met onethische producten als
ganzen- en eendenlever (foie gras) uit Frankrijk,
Spanje, Bulgarije en Hongarije.
•
De export van veehouderijsystemen en producten die
in Nederland zelf niet zijn toegestaan, wordt verboden.
•
Ontwikkelingslanden moeten kapitaalcontroles kunnen
instellen, om te voorkomen dat buitenlandse investeer-
ders hun kapitaal plotseling kunnen terugtrekken, met
alle ontwrichtende gevolgen van dien.
•
Nederland maakt zich sterk voor wijziging van de voor-
waarden van de Wereldhandelsorganisatie waarbij
maatschappelijke waarden bepalend worden. Import-
verboden voor producten zoals legbatterijen, bont en
teerzandolie moeten mogelijk worden.
•
Ontwikkelingslanden krijgen meer invloed op het
beleid van het Internationaal Monetair Fonds en de
Wereldbank. Oververtegenwoordiging van Europa
wordt beëindigd. We willen dat deze instellingen trans-
parant en democratisch worden.
Investeren in ontwikkelingssamenwerking
.
De westerse consumptie en productie overschrijden de
draagkracht van de aarde en ondermijnen de positie van
mensen in arme gebieden in de wereld. Zij worden het
eerst en het hardst geraakt door uitputting van natuur-
lijke hulpbronnen, droogte en overstromingen. De Partij
voor de Dieren wil dat Nederland investeert in effectieve
oplossingen. Duurzaamheid, onderwijs, gezondheid,
kinderrechten, de ontwikkeling van lokale productieke-
tens (niet gericht op export) en gelijke behandeling van
mannen en vrouwen zijn daarbij de speerpunten.
•
Eén procent van ons bruto nationaal inkomen wordt
besteed aan ontwikkelingshulp.
•
De hulp wordt gericht op de belangen van de mensen
daar en niet op de belangen van het Nederlandse
bedrijfsleven. De positie van de arme bevolking wordt
versterkt, vooral de leefsituatie van vrouwen en kinderen.
•
Prioriteit krijgen schoon drinkwater en hygiëne, goede
(preventieve) gezondheidszorg, toegang tot essentiële
medicijnen en anticonceptie, onderwijs, schone ener-




