Verkiezingsprogramma Partij voor de Dieren Tweede Kamerverkiezingen 2017
| 27
van orgaandonatie. Burgers moeten goed en evenwich-
tig geïnformeerd worden over orgaandonatie, om
zo een keuze te kunnen maken. De overheid heeft zich
de afgelopen jaren echter nauwelijks ingespannen om
orgaandonatie zorgvuldig onder de aandacht te
brengen van de burger. Dat moet anders. Er wordt
geïnvesteerd in een goede meerjarige donorcampagne
met aandacht voor zowel ontvanger als donor, en in
een betere organisatie rond het inventariseren van de
keuze van mensen.
•
De Partij voor de Dieren vindt het een inbreuk op het
zelfbeschikkingsrecht als de overheid mensen automa-
tisch als donor registreert, als zij om welke reden dan
ook nog niet kenbaar gemaakt hebben of ze dat wel of
niet willen.
•
Huisartsen worden nauwer betrokken bij voorlichting
over het doneren van organen, bloed, plasma en stam-
cellen en er wordt geïnvesteerd in een betere organisa-
tie rond orgaandonatie.
•
De Partij voor de Dieren onderschrijft het principe
dat mensen beschikken over hun eigen leven, ook als
het gaat om een stervenswens. De samenleving heeft
echter ook de verantwoordelijkheid om te voorkómen
dat mensen zichzelf als last voor anderen gaan be-
schouwen of zich niet meer welkom voelen in de
samenleving. Zo dient er meer aandacht te komen voor
herwaardering van ouderdom en het voorkomen van
eenzaamheid onder ouderen. Er komt een breed maat-
schappelijk debat over hulp bij zelfdoding, zoals ster-
venshulp aan mensen die hun leven als voltooid
beschouwen.
Goed, toegankelijk en duurzaam onderwijs voor
iedereen.
Goed en toegankelijk onderwijs vormt het fundament van
een vrije, democratische samenleving. Een samenleving
bloeit alleen als iedereen, ongeacht zijn of haar afkomst,
de kans krijgt zich te ontwikkelen en de opleiding te vol-
gen die past bij zijn of haar vermogens. Toegankelijkheid
van het onderwijs is een kernwaarde die te allen tijde
onze verdediging verdient – en sinds de afschaffing van
de basisbeurs zelfs weer moet worden bevochten.
•
De onderwerpen duurzaamheid, voedsel, natuur- en
milieueducatie en dierenwelzijn zijn de pijlers van de
omslag naar een duurzame samenleving die nog deze
generatie moet plaatsvinden. Deze kennisgebieden
worden een vast onderdeel van het lespakket op basis-
school en in het voortgezet onderwijs. In de opleiding
van leraren wordt hier adequaat aandacht aan besteed.
•
In het onderwijs komen 100% biologische schoolkan-
tines en overblijfmaaltijden. De norm wordt dat vlees
en andere dierlijke producten de uitzondering vormen
en niet standaard op het menu staan.
•
De onderwijsinspectie treedt op tegen scholen die
geen voorlichting geven over LHBTI-diversiteit. LHBTI
staat voor lesbiennes, homo- en biseksuelen, trans-
gender mensen en mensen met een intersekse-
conditie. De voorlichting wordt bovendien ook ver-
plicht op het mbo. Vaardigheden om LHBTI-acceptatie
te bevorderen worden onderdeel van docentenoplei-
dingen. Initiatieven die het onderwijs LHBTI-vriendelij-
ker maken worden gesteund.
•
Basisscholen en middelbare scholen bieden lessen in
mediawijsheid aan waarin scholieren leren om te gaan
met internet en andere media. Ook filosofie wordt op
genomen in het standaard curriculum, en er komt meer
tijd voor kunst en drama.
•
Er wordt geïnvesteerd in voldoende uren schoolzwem-
men en sportlessen voor alle leerlingen in basis- en
voortgezet onderwijs.
•
Scholen worden ondersteund bij het inrichten van een
schooltuin, zodat kinderen de kans krijgen om zelf
voedsel te telen.
Investeer in leerlingen en leraren.
Scholen moeten niet worden afgerekend op cijfers, maar
op de daadwerkelijke ontwikkeling van de leerling. De
rekentoets wordt afgeschaft en doorstromen naar een
volgende opleiding wordt makkelijker gemaakt in plaats
van moeilijker. Onderwijs moet niet alleen gericht zijn
op het ontwikkelen van cognitieve vermogens maar op
de ontplooiing van álle menselijke vermogens, inclusief
sociale, emotionele, motorische en creatieve vermogens.
•
Leraren, leerlingen en ouders krijgen veel meer autono-
mie bij het bepalen van prioriteiten. Geen onderwijs
dat gebaseerd is op standaardisatie, controle, concur-
rentie en zakelijke managementmodellen.
•
De urennormen vervallen, scholen kunnen zelf de hoe-
veelheid uren afstemmen op de exameneisen.
•
Onderwijs wordt toegesneden op de menselijke maat.
Daarbij gedijen zowel leerlingen als leraren. Fusies tot
schoolfabrieken zijn niet meer aan de orde. Het aantal
leerlingen per klas wordt verkleind. We werken toe
naar het Finse model, waarbij alle docenten universitair
geschoold zijn. Er wordt geïnvesteerd in opleiding en
bijscholing van docenten. Leraren krijgen het salaris
dat past bij de belangrijke taak die ze vervullen.
•
Duizenden kinderen zitten thuis en raken in een isole-
ment doordat is bezuinigd op passend onderwijs. We
moeten veel meer investeren in aangepaste les-
programma’s, zodat geen kind tussen wal en het schip
valt. Ook programma’s en speciaal onderwijs voor
hoogbegaafde kinderen worden ondersteund.
•
Basisscholen krijgen de vrijheid af te zien van de eind-
toets als zij op een andere manier kunnen aantonen dat
aan de eisen is voldaan.




