16
|
Verkiezingsprogramma Partij voor de Dieren Tweede Kamerverkiezingen 2017
worden (vangstquota) niet hoger wordt vastgesteld
dan onafhankelijke mariene biologen verantwoord
vinden. En als wetenschappelijke gegevens niet
beschikbaar zijn, wordt er niet gevist, of worden flinke
veiligheidsmarges ingebouwd met vangstquota op een
zeer laag niveau.
•
Ecosystemen en vissoorten die er slecht aan toe zijn,
krijgen de kans zich te herstellen door instelling van
een totaalverbod voor de visserij. Voor de kwetsbaar-
ste soorten als paling, kabeljauw en tonijn wordt
onmiddellijk een vangstverbod ingesteld.
•
Aan destructieve visserijtechnieken willen we een ein-
de maken. Monstertrawlers, diepzeevisserij en schepen
die met sleepnetten de zeebodem verwoesten, worden
onder Nederlandse vlag verboden.
•
Nederland bouwt de overcapaciteit van de vissersvloot
in hoog tempo af. De vangstcapaciteit van de Europese
vissersvloot mag niet groter zijn dan de ecosystemen in
de Europese wateren kunnen dragen.
•
Er komt een strikte naleving van bestaande afspraken
om schadelijke visserijpraktijken tegen te gaan. Het
verbod op het dumpen van gevangen vis op zee wordt
streng gehandhaafd, onder andere via camera’s of
toezicht aan boord. Vissersboten van reders die zich
niet aan de regels houden gaan aan de ketting.
•
Bijvangsten worden fors verminderd door een verbod
op niet-selectieve visserijmethoden.
Voorkomen leed.
•
De Partij voor de Dieren wil een verbod op alle vangst-
en dodingsmethoden die gepaard gaan met langdurig
lijden en eindigen in een onverdoofde slacht. Zo maken
vissen die in netten terechtkomen of via haken (longlines)
worden gevangen, een gruwelijke doodsstrijd door.
•
We willen af van de staand wantvisserij. In deze
staande netten komen onder andere bruinvissen vast te
zitten, waardoor ze verdrinken.
•
Het levend koken van dieren zoals kreeften, krabben
en garnalen wordt verboden.
Geen viskwekerijen: vee-industrie in het water.
Viskwekerijen vormen een nieuwe vee-industrie en lossen
bovendien het probleem van de overbevissing niet op: veel
gekweekte vissen worden gevoerd met wild gevangen vis.
Ze zijn niet duurzaam en verre van diervriendelijk.
•
De Partij voor de Dieren wil dat er geen toestemming
meer wordt verleend aan nieuwe viskwekerijen.
•
Bestaande viskwekerijen worden met terugwerkende
kracht onafhankelijk getoetst op dierenwelzijn en duur-
zaamheid. Viskwekerijen die deze toets niet doorstaan,
worden gesaneerd.
•
De huidige vangst- en dodingsmethoden in viskweke-
rijen worden onderzocht en beoordeeld op het lijden
van de vissen. Er komt een verplichting voor dodings-
methoden die lijden tot een minimum beperken.
Duurzame, regionale landbouw voor een rechtvaardige
wereld.
De Partij voor de Dieren wil een landbouwbeleid dat ont-
wikkelingslanden geen schade berokkent. Wij maken ons
sterk voor een regionalisering van de landbouw. De wijze
waarop de westerse mens consumeert en produceert,
heeft directe invloed op het leven van mensen en dieren
in andere landen. In hun jacht naar goedkoop voedsel
en biobrandstoffen maken westerse landen zich steeds
vaker schuldig aan landroof in ontwikkelingslanden.
•
Europese landbouw- en visserijsubsidies worden afge-
bouwd. Dat geeft boeren in ontwikkelingslanden weer
eerlijke kansen.
•
Visserijakkoorden tussen de Europese Unie en andere
landen zijn roofakkoorden en gaan van tafel of worden
opgezegd.
•
Landbouw wordt buiten vrijhandelsverdragen als TTIP
en CETA gehouden.
•
De milieu- en dierenwelzijnseisen waaraan onze boeren
moeten voldoen, dienen ook te gelden voor producten
die geïmporteerd worden van buiten de Europese Unie.
•
Nederland dringt er bij de Wereldhandelsorganisatie
op aan om dierenwelzijn te erkennen als criterium om
import van dieronvriendelijke producten te weren
(non-trade concern).
•
Nederland stopt met het stimuleren en exporteren van
systemen en producten voor industriële landbouw zo-
als slachterijen, megastallen, kunstmest, landbouwgif
en genetisch gemanipuleerde gewassen. In plaats
daarvan wordt geïnvesteerd in regionale, agro-ecologi-
sche voedselvoorziening en in regionale infrastructuur.
•
Alle exportsubsidies en budgetten voor exportpromotie
verdwijnen. Zo kan dumping van goedkope, gesubsidi-
eerde landbouwproducten op de markten van ontwik-
kelingslanden worden tegengegaan.
•
Grote buitenlandse bedrijven krijgen vaak toestemming
van (corrupte) regimes in ontwikkelingslanden om land-
bouwgronden te huren of te kopen. Die gronden zijn
echter veelal van lokale boerenfamilies. De Partij voor
de Dieren wil dat Nederland zich in internationaal ver-
band sterk maakt tegen deze landroof. Investeringen in
land en grond behoren te voldoen aan de criteria van de
VN-mensenrechtenrapporteur voor het Recht op voedsel.
•
We stoppen met de import van producten die ten koste
gaan van de leefomgeving elders of die gepaard gaan
met schendingen van mensenrechten en dierenwelzijn.
•
We zetten in op de regionale productie van veevoer,
zodat de massale importen van soja en maïs voor vee-
voer gestopt kunnen worden. Zo zetten we een rem op
de kap van het regenwoud.




