Verkiezingsprogramma Partij voor de Dieren Tweede Kamerverkiezingen 2017
| 15
welzijnsproblemen. Een dierwaardig bestaan betekent
ook dat dieren zich op natuurlijke wijze kunnen voort-
planten.
•
Het fokken op extreem snelle groei, zoals bij kippen en
varkens, en op extreme productie, zoals bij melk-
koeien, wordt verboden. Plofkippen die door hun
pootjes zakken en dikbilkoeien die niet natuurlijk kun-
nen bevallen behoren tot het verleden.
•
Geen (vaak pijnlijke) voortplantingsmethoden bij dieren
zoals embryospoeling, embryotransplantatie en hormo-
nale vruchtbaarheidsbehandelingen. Geen toestem-
ming voor de ontwikkeling van nieuwe voortplantings-
methoden als deze de lichamelijke integriteit en het
welzijn van dieren aantasten.
•
De (achterhaalde) Europese identificatieregels die het
oormerken van dieren verplichten, verdwijnen. Zolang
deze regels nog gelden, krijgen gewetensbezwaarden
een ontheffing van de oormerkplicht.
Aanpak leed in slachthuizen en tijdens diertransporten.
Het aantal dieren dat voor consumptie wordt gefokt
en gedood moet fors verminderen. Dieren worden zo
min mogelijk vervoerd, en áls ze vervoerd en geslacht
worden, moeten ze daar zo min mogelijk leed en stress
bij ondervinden.
•
Veemarkten worden verboden.
•
Diertransporten duren niet langer dan twee uur. Op
warme dagen (dat wil zeggen: bij temperaturen van 25
graden Celsius of meer) mogen dieren niet op trans-
port worden gezet. Er komt veel strengere controle en
handhaving van de Nederlandse en Europese trans-
portregels.
•
Transporten van levende dieren naar landen buiten de
Europese Unie, zoals Turkije, zijn niet langer toege-
staan. Aan import en doorvoer via de EU van dieren
vanuit bijvoorbeeld de Verenigde Staten naar Azië
komt een einde.
•
Slachtmethoden die ernstig leed veroorzaken, zoals
de waterbadmethode bij kippen en CO
2
-verdoving bij
varkens, schaffen we direct af.
•
Het verbod op onverdoofd slachten gaat zonder
uitzondering gelden. Er komt een Nederlands en Euro-
pees import- en handelsverbod op vlees van onver-
doofd geslachte dieren. Zolang er nog onverdoofd
geslacht wordt, geldt verplichte etikettering.
•
Stallen en slachterijen krijgen permanent cameratoe-
zicht. Veetransportwagens krijgen een GPS-volg-
systeem, ongeacht de lengte van het transport.
•
De controle op alle schakels in de veehouderij wordt
opgevoerd en komt in handen van de overheid in plaats
van de sector zelf. De Nederlandse Voedsel- en Waren-
autoriteit (NVWA) krijgt meer budget en meer toezicht-
houders. De NVWA legt bij overtredingen direct
boetes op en maakt de controlegegevens openbaar,
evenals het antibioticaregister in de veehouderij.
•
Op vlees, zuivel en eieren komt een duidelijk etiket dat
laat zien waar het betrokken dier geboren is, gehouden
is en – in geval van vlees – geslacht is.
Gezondheid van mensen en dieren voorop.
Door regionalisering, het uitbannen van langeafstands-
transporten en het inkrimpen van de veehouderij vermin-
deren we de kans op de uitbraak van dierziekten.
•
Bij uitbraken van niet-dodelijke dierziekten wordt de
norm dat dieren kunnen uitzieken en herstellen. Zieke
dieren mogen niet om louter economische redenen
worden gedood.
•
Er komen strikte regels voor antibioticagebruik in de
veehouderij. De preventieve toediening van antibiotica
stopt.
•
Het ministerie van Volksgezondheid krijgt de regie
bij het aanpakken van een uitbraak van (mogelijk) voor
mensen besmettelijke dierziekten (zoönosen).
Natuurlijke kringlopen herstellen.
In een duurzame landbouw zijn de kringlopen gesloten
en is er geen afval meer.
•
We stoppen met het importeren van soja en maïs voor
veevoer uit landen buiten de EU. In plaats daarvan
wordt duurzaam veevoer via regionale teelt geprodu-
ceerd.
•
De mestproductie van de dieren uit de Nederlandse
veehouderij wordt afgestemd op wat we verantwoord
op onze akkers kunnen gebruiken. Hierdoor zal de
veestapel fors moeten krimpen.
•
Het injecteren van mest wordt verboden, het gebruik
van kunstmest gaat tot het verleden behoren.
•
Geen subsidies meer voor mestvergisters en geen
nieuwe mestvergisters. Mestvergisters zijn niet
diervriendelijk: de dieren moeten worden opgehokt
om de mest te kunnen opvangen. Ze zijn niet duurzaam
en zorgen bovendien voor (gezondheids)risico’s en
grote overlast voor omwonenden.
Visvangsten beperken.
De Nederlandse visserij is medeverantwoordelijk voor de
structurele overbevissing in de Europese wateren. Maar
liefst 88% van de vissoorten is overbevist en 30% kan
zich waarschijnlijk niet meer herstellen. Nederlandse vis-
sers plunderen – met Europese subsidies – zeeën buiten
Europa, zoals voor de kust van Afrika. De grootste traw-
lers ter wereld zijn in Nederlandse handen. De schepen
(boomkorren) vernietigen met sleepnetten de zeebodem.
•
Visserijsubsidies worden per direct afgeschaft.
•
Het voorzorgsbeginsel wordt leidend in het visserij-
beleid. Dit houdt in dat het maximum dat gevist mag




