10
|
Verkiezingsprogramma Partij voor de Dieren Tweede Kamerverkiezingen 2017
Pak dierenmishandeling harder aan.
De Partij voor de Dieren wil dat dierenmishandeling en
-verwaarlozing hard worden aangepakt. Voor dieren-
beulen is de pakkans nu te klein en de straffen zijn laag.
Er zijn te weinig mogelijkheden om dierenbeulen te
vervolgen.
•
Er komen meer dierenpolitieagenten met voldoende
bevoegdheden voor de opsporing en aanhouding van
dierenbeulen.
•
De wet wordt aangepast zodat verwaarloosde en
mishandelde dieren sneller in beslag kunnen worden
genomen.
•
Politie en Justitie geven meer prioriteit aan dierenmis-
handeling en -verwaarlozing en er komt een officier
van justitie voor Dieraangelegenheden.
•
Er komen strengere straffen en hogere boetes voor
dierenmishandeling en -verwaarlozing. Wie dieren
mishandelt, mag geen dieren meer houden. Het opleg-
gen van een levenslang houdverbod wordt mogelijk
voor mensen en bedrijven die keer op keer dieren mis-
handelen of verwaarlozen.
•
Doorverkoop van in beslag genomen dieren aan de
handel of voor de slacht wordt verboden.
•
Hulpverleners bij huiselijk geweld worden getraind
in het herkennen van dierenmishandeling en
-verwaarlozing.
Ruimte voor dieren, niet voor jagers.
De Partij voor de Dieren wil dat in het wild levende dieren
zoveel mogelijk met rust worden gelaten. In ons kleine
landje wordt de leefruimte van deze dieren steeds verder
ingeperkt. Nu dieren noodgedwongen vaker in de buurt
van mensen leven, wordt al te gemakkelijk beweerd dat
ze overlast veroorzaken. De dieren worden bestreden
met de zwaarste middelen, vaak zonder enig ander resul-
taat dan de dood van talloze dieren.
De hobbyjacht, vaak uitgevoerd onder het mom van
populatiebeheer, moet stoppen. Elk jaar worden twee
miljoen dieren doodgeschoten en nog eens talloze dieren
aangeschoten. Jonge dieren blijven moederloos achter,
partnerverbanden worden wreed verstoord en groepshië-
rarchie en populatiedynamiek worden letterlijk aan flar-
den geschoten. De jacht zorgt voor overpopulatie, want
door het wegvallen van grote aantallen dieren worden
het jaar daarna ter compensatie meer jongen geboren.
Het uitzetten en bijvoederen van dieren verstoort het
natuurlijk evenwicht.
•
De intrinsieke waarde en bescherming van in het wild
levende dieren zijn voortaan uitgangspunt van beleid.
•
In het wild levende dieren worden niet gedood. Alleen
bij dringende redenen, bijvoorbeeld als een dier ernstig
lijdt of de volksgezondheid wordt bedreigd, kan een
uitzondering gemaakt worden. Die beslissing komt in
handen van de overheid na raadpleging van onafhanke-
lijke deskundigen, evenals de verantwoordelijkheid
voor een juiste, professionele uitvoering. Het doden
van in het wild levende dieren door hobbyisten wordt
verboden.
•
Het vangen van dieren uit het wild en de illegale jacht
worden aangepakt met meer veldtoezicht en strengere
straffen.
•
Buitengewone opsporingsambtenaren en andere jacht-
toezichthouders mogen niet in dienst zijn bij de jacht-
houders op wie ze toezicht moeten uitoefenen.
•
Het organiseren van jachttoerisme in binnen- en
buitenland wordt verboden, evenals het adverteren
voor deze activiteiten.
•
Faunabeheereenheden worden afgeschaft.
•
Dieren mogen niet worden verstoord tijdens kwetsbare
periodes zoals de draag-, rui-, broed- en zoogtijd.
•
De overheid regelt de zorg voor in het wild levende
dieren die gewond zijn geraakt. De overheid helpt
opvangcentra voor deze dieren zowel financieel als om
verder te professionaliseren.
Preventie in plaats van bestrijding.
Jaarlijks worden tientallen miljoenen euro’s uitgegeven
aan zinloze en wrede bestrijding van zogenaamde ‘scha-
delijke dieren’, zoals ganzen, vossen en muskusratten.
Ganzen worden op grote schaal vergast en jaarlijks ster-
ven zo’n 100.000 muskusratten een zinloze en gruwelijke
dood in een klem of verdrinkingsval. We moeten slimme,
effectieve en diervriendelijke methoden ontwikkelen en
inzetten om schade te voorkomen.
•
Afschotvergunningen worden alleen door de landelijke
overheid afgegeven, niet door provincies.
•
Het vergassen van in het wild levende dieren, waar-
onder ganzen, wordt verboden.
•
Geen subsidie meer voor het gedogen van overwinte-
rende ganzen en smienten. In plaats daarvan worden
de dieren met niet-dodelijke middelen uit de produc-
tiegras- en wintertarwevelden geweerd, en gelokt naar
aantrekkelijk gemaakte gebieden zoals waterrijke
natuurterreinen, met klaver ingezaaide dijken en onge-
bruikte stroken langs onverharde wegen.
•
Rond vliegvelden worden geen landbouwgewassen
verbouwd die ganzen aantrekken, maar weides met
zonnepanelen of gewassen die voor ganzen onaantrek-
kelijk zijn.
•
Boeren krijgen alleen schadevergoeding als ze dier-
vriendelijke methoden hebben gebruikt om schade te
beperken en die niet hebben geholpen.
•
De bestrijding van muskusratten wordt gestopt. Het
geld dat hierdoor beschikbaar komt wordt besteed aan
preventie en versterkte dijkbewaking.
•
Er komen deugdelijke afrasteringen van wegen en




