Bijdrage Partij voor de Dieren Begroting LNV 2010 Thieme


1 december 2009


Voorzitter,

Er is alle aanleiding om in tijden van crisis vooruit te kijken. Niet te denken in vastgeroeste structuren van onmogelijkheden, maar de crisis als kans te benutten. Helaas is het kabinet daaraan nog nauwelijks toegekomen. Ik wil u vandaag meenemen naar een andere wereld die te realiseren is binnen afzienbare tijd. Een wereld waarin iedereen op aarde genoeg te eten kan hebben. Een wereld die geen voorschot meer neemt op de toekomst van onze kleinkinderen, maar die netjes zijn eigen rekeningen betaald. Die de reproductiecapaciteit van de aarde respecteert en afziet van roofbouw. Of dat nu is vanuit overwegingen van rentmeesterschap, solidariteit, duurzaamheid of mededogen. Een wereld waarin mens en dier met respect behandeld worden. Waarin het bevredigen van de lekkere trek van de ene helft van de wereldbevolking niet ten koste gaat van de dagelijkse maaltijd van de andere helft. Waar de onbalans tussen overgewicht en honger wordt bestreden met alle middelen die we ter beschikking hebben. Ik wil u graag laten zien dat het kan. Wie zou een beter rolmodel zijn voor zulke ambities dan onze eigen minister van Landbouw? Zij droomt immers van een mooiere wereld waar niemand honger hoeft te lijden. “Leven van het land, geven om de natuur” is haar inspiratie, “verduurzamen is een werkwoord” is haar motto, een duurzamer samenleving haar einddoel. Prachtige woorden, die nu echt omgezet zullen moeten worden in daden. De route om te komen tot het realiseren van onze gedeelde idealen van een schone en eerlijke wereld moet helder worden en mag niet vertroebeld worden door economische korte-termijn doelstellingen. Toen de slavernij en de kinderarbeid werden afgeschaft, is in de aanloop daarvan vooral heel veel gedacht in onmogelijkheden. Toen vrouwen rechten kregen en buitenshuis gingen werken werd economische rampspoed voorspeld. We staan opnieuw aan de vooravond van grote doorbraken. En opnieuw steigert de gevestigde orde als gevolg van koudwatervrees. Ik geef vandaag de speech weer die minister Verburg zou kunnen houden over tien jaar, als ambassadeur voor wereldwijde voedselzekerheid. Immers, Jacques Diouf, Directeur Generaal van de FAO, heeft de minister gevraagd om met Nederland een trekkersrol te vervullen in het realiseren van wereldwijde voedselzekerheid.

De Partij voor de Dieren feliciteert de minister met deze belangrijke uitdaging, en wenst haar daar oprecht veel succes en wijsheid bij. De speech van voedselambassadrice Verburg zou als volgt kunnen beginnen….

Dames en Heren,
Ik heet u allen welkom bij de World Summit on Food Security van 2019. Mijn naam is Gerda Verburg en ik ben uw voorzitter tijdens deze allerlaatste bijeenkomst over wereldwijde voedselzekerheid. Een historisch moment. Dankzij de ingrijpende veranderingen van het afgelopen decennium hebben we na honderden jaren eindelijk de honger de wereld uit kunnen bannen. Ik wil u vandaag graag vertellen over hoe we dat bereikt hebben in tien jaar van doorpakken. Een periode van over onze eigen schaduw heenkijken. Van niet langer de korte termijn economische belangen centraal stellen, maar aandacht geven aan wat echt van waarde is: schone lucht, schoon water, biodiversiteit, kortom respect voor alles wat leeft.

Tien jaar geleden ben ik gevraagd door Jacques Diouf, toenmalig Directeur Generaal van de FAO, om met Nederland een prominente rol te spelen in het realiseren van wereldwijde voedselzekerheid. Ik was op dat moment minister van Landbouw, en zette me in om de belangen van met name de Nederlandse veehouderij te behartigen, binnen het Nederlandse beleid maar ook internationaal. Nederland specialiseerde zich op dat moment in de intensieve landbouw. Het waren de hoogtijdagen van wat toen de vee-industrie heette.

In Nederland leefden op dat moment aanzienlijk veel meer landbouwdieren dan mensen. We hielden 12,2 miljoen varkens, bijna 4 miljoen koeien, zo’n 97 miljoen kippen en anderhalf miljoen geiten en schapen. Ook waren er nog nertsenfokkers en werden er konijnen en kalkoenen in de intensieve veehouderij vetgemest. Bijna 500 miljoen dieren per jaar die na een kort en ellendig leven geslacht werden, veelal voor de export. Mijn ambtsvoorganger was één van de eersten die zei: het systeem is vastgelopen. We importeren grote hoeveelheden veevoer, we exporteren grote hoeveelheden dierlijke producten en met de rommel blijven we zitten. We hielden elk jaar 70 miljard kilo mest over, 4000 kg per Nederlander.
We waren de slager en de melkboer van Europa, maar we sloegen letterlijk een drekfiguur. Waar Koning Midas alles wat hij aanraakte in goud veranderde, zo voelde ik mij koningin Minas.
Naar de afkorting van het Mineralen Aangiftesysteem. Een koningin die alles wat ze aanraakte in stront zag veranderen. Zelfs het leven van Koning Midas was verkieslijker dan dat. Ik realiseerde me dat er een paradigmaverandering noodzakelijk was. Ik wilde niet langer horen tot de ontkenners van de klimaatproblemen die de veehouderij veroorzaakte. Australische onderzoekers deden op dat moment onderzoek naar methoden om schapen minder te laten boeren om het klimaat te redden, maar het werd me allengs duidelijk dat we moeten werken aan boeren met minder schapen! Een transitie naar een meer plantaardige samenleving met een regionale productie en consumptie.
De vraag om me in te zetten voor wereldwijde voedselzekerheid heeft me doen inzien dat ik niet langer alleen aan mijn eigen achterban kon denken. Want hoe duurzaam is het om 80% van het landbouwareaal en bijna 50% van de wereldgraanoogst in te zetten voor vlees- en melkproductie – uiteindelijk toch een zeer inefficiënt proces – terwijl er meer dan een miljard mensen elke avond met honger naar bed gaan? Ik moest die vraag steeds vaker aan mezelf stellen. Ik wil u wel vertellen dat dit een moeilijk proces is geweest. Ik heb veel fouten gemaakt en wil u dat ruiterlijk toegeven.

Ik begon bijvoorbeeld aan mijn taak om voedselzekerheid te bewerkstelligen met een rotsvast vertrouwen in de markt en in het bedrijfsleven om de overgang naar een duurzame samenleving te realiseren. Maar diep in mijn hart wist dat de onzichtbare hand van Adam Smith net zo weinig bescherming kon bieden als de kleren van de keizer in dat andere sprookje.

Ook dacht ik dat de consument zelf wel in staat zou zijn om duurzame keuzes te maken. Ik wilde mensen tot niets verplichten. Verleiden, dat was mijn motto. Zelfs toen de universiteit die ressorteerde onder mijn eigen ministerie, liet weten dat deze strategie eigenlijk maar bij vier procent van de mensen effect heeft. Grote supermarkten als Albert Heijn riepen op tot strenge regels met betrekking tot duurzaam voedsel, omdat zij niet op basis van vrijwilligheid een volwaardig aanbod van duurzame producten konden handhaven.

Mijn eigen consumentenplatform wilde zelfs dat ik actiever beleid ging voeren op het gebied van duurzaam voedsel. Achteraf gezien is het onbegrijpelijk dat ik het zo lang met convenanten geprobeerd heb af te houden...


Ik ga zo verder met deze speech, voorzitter. Eerst wil ik in het kader van de landbouwbegroting voor 2010 van de minister weten of zij zelf wél vindt dat er belangrijke stappen zijn gezet met dit gepolder? Het teruggeven van de Hedwigepolder aan de natuur heeft door het gepolder een enorme vertraging opgelopen. Het dierwaardig vervoersysteem waar alle diertransporteurs zich aan zouden gaan verbinden, het komt maar niet van de grond. De dierziektebestrijding met vrijwillige vaccinatie, vage convenanten voor vermindering van het antibioticagebruik: nog geen enkel resultaat is er geboekt. Of kan de minister ons een up date geven. Let wel intentieverklaringen zijn geen resultaten en bieden geen garantie voor de toekomst. De slappe intentieverklaring om biggen verdoofd te gaan castreren in 2009 terwijl toen al bekend was dat er al lang alternatieven zijn voor castreren en verdoving het dierenwelzijn niet verbetert… een castratieverbod was veel effectiever geweest.
Processen als MSC en RSPO en convenanten in per definitie onduurzame sectoren als de vee-industrie doen niets meer dan de uitbuiting van mensen, dieren en onze hulpbronnen bedekken met een groen camoeflagenet. Is de minister in 2010 van plan om zelf het voortouw te nemen bij het bewerkstelligen van een in alle opzichten duurzame landbouw? Hoe gaat de minister deze transitie bereiken? Als ze daar geen haast mee maakt, ben ik bang dat ik de vooruitzichten voor haar 2019 speech wat zal moeten bijstellen.

Ik vervolg het betoog van de voedselambassadrice in 2019.

Dames en Heren,
Het klimaateffect van de landbouw werd steeds breder erkend. Zei de FAO nog dat het aandeel van de landbouw in de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd 18% bedroeg, onderzoekers van de wereldbank en het World Watch Institute spraken zelfs van een veelvoud wanneer alle deelsectoren werden meegerekend.
De uitstoot van methaan en lachgas in Europa oversteeg toen al de natuurlijke opname van CO2 door graslanden en bossen. De kosten van klimaatverandering namen snel toe en dreigden onbetaalbaar te worden. We konden ons verder uitstel niet meer veroorloven. Niet in termen van geld, en niet in termen van de kostbaarste hulpbronnen die we hadden. Het water en de mest stonden ons aan de lippen…


Voorzitter, nog heel even terug naar 2009. Die kosten om het broeikaseffect te bestrijden kunnen dus volgens het Planbureau voor de Leefomgeving met 50 tot 70% omlaag als we ons dieet aanpassen Kan de minister aangeven waarom ze die kans niet met beide handen aangrijpt terwijl het kabinet wel de gloeilamp verbiedt en niet inzet op vrijwilligheid?

Ik vervolg het toekomstbetoog.

Dames en heren,
Ontwikkelingslanden stelden zich steeds harder op. Een succesvolle afronding van de Doha-ronde bleek alleen mogelijk na harde toezeggingen vanuit het westen. Ontwikkelingslanden accepteerden de massale roof van hun schaarse grondstoffen als fosfaat en drinkwater via veevoer niet langer. De prijzen van veevoer liepen snel op, ook omdat er door overbevissing geen goedkope vis meer beschikbaar was om tot veevoer te vermalen. De diplomatieke druk om iets aan ons eetpatroon te doen werd steeds groter. Dat begon eigenlijk al in Kopenhagen. Uiteindelijk kozen steeds meer ontwikkelingslanden ervoor zich te richten op voedselproductie voor hun lokale bevolking, dat ging uiteraard ten koste van de veevoerproductie. De Europeaan leefde tot dat moment in de veronderstelling dat hij zelfvoorzienend was in haar voedselproductie. Dat bleek ernstig tegen te vallen.

In Nederland werden de problemen steeds groter. Door eutrofiering was het ’s zomers niet langer mogelijk om te zwemmen in buitenwater. Door overbemesting van graslanden bleven steeds meer ganzen het hele jaar door in Nederland. De Natura2000 gebieden stonden onder grote druk in die tijd. De biodiversiteit in Nederland holde achteruit. De gezondheid van zowel mens als dier had ernstig te lijden onder het aantal dieren en de manier waarop zij in Nederland gehouden werden.
Antibiotica kwam via mest in het milieu en hoopte zich op in de bodems en in het oppervlakte water. MRSA werd een groeiend probleem, steeds meer mensen waren niet meer te behandelen. Boeren en hun gezinnen moesten standaard in quarantaine bij ziekenhuisopname. Q-koorts, salmonella, vlekziekte en campylobacter waren al lang geen groot nieuws meer in die tijd, maar het oplossen van deze uitbraken bleek bijna onmogelijk. Zelfs het feit dat er mensen stierven aan deze gevolgen van de wijze waarop we met dieren omgingen, zette ons niet aan het denken. De Mexicaanse griep werd een hype, maar was net op tijd van haar associaties met intensieve veehouderij ontdaan. Huisartsen maakten zich in die tijd al wel zorgen om de effecten van bijvoorbeeld megastallen op de volksgezondheid. Toch heb ik nog heel wat agroparken gerealiseerd, dankzij de crisis- en herstelwet van die tijd, die beschermende wetgeving buiten werking stelde. Het waren de laatste dagen van het Grote geld verdienen. Luchtwassers leken in die tijd nog de enige mogelijkheid om nog meer dieren in ons land te houden en ons toch aan Europese normen voor luchtkwaliteit te houden. De dieren moeten wel altijd binnen staan wil zo’n luchtwasser effect hebben. De kosten van handhaving namen ernstig toe: boeren lieten de apparaten, die door het hoge energiegebruik zeer hoge gebruikskosten hadden, liever uitstaan. Met als gevolg dat de doelstellingen voor Natura2000 gebieden niet meer haalbaar bleken.

Voorzitter,
Weer even terug naar vandaag. Luchtwassers als panacee voor een archaïsch systeem, onder het mom van innovatie. Wat zeg ik, onder het mom van duurzaamheid! Kan de minister aangeven waarom deze techniek, die ervoor zorgt dat er nog meer dieren in een stal kunnen zonder dat zij ooit de buitenlucht zien en die enorm energieverslindend is in een tijd waarin iedereen verplicht aan de spaar- en ledlamp moet, onder de post duurzaamheid staat?
Ik heb in ieder geval een amendement ingediend die het uitgetrokken bedrag, 19 miljoen, ombuigt naar investeringen die werkelijk ten goede komen aan dierenwelzijn en duurzaamheid, waarmee het woord duurzaam niet langer gebruikt kan worden als vlag om een letterlijk stinkende lading te dekken.

We reizen weer naar 2019.
Dames en heren, Dat de maatschappij de manier waarop er met dieren werd omgegaan in de intensieve veehouderij niet meer pikte, werd mij als minister pas later duidelijk. Ik dacht dat zolang wij het qua dierenwelzijn maar beter deden dan de Chinezen en niet slechter dan de rest van Europa, de consument inderdaad belang hechtte aan zo goedkoop mogelijk vlees. Heftige protesten van misleide kiezers, toen het nertsenfokverbod werd afgewezen in de Eerste Kamer, bleken echter een begin van serieus verzet tegen het dierenleed in de intensieve veehouderij. Toen de maatschappij zich verzette tegen kooien om kippen in te houden, probeerde ik het nog met de verrijkte kooi. Maar de vooruitgang bleek niet tegen te houden…

Door te wijzen op het belang van een level playing field, op zijn minst in Europa, heb ik vergaande welzijnsverbeteringen nog een tijdje kunnen uitstellen. De Tweede Kamer nam echter steeds vaker moties aan die mij opriepen om me sterk te maken in Europa voor dierenwelzijn.

Ja, voorzitter. Want hoe zit het met de moties op dit vlak? De import van dons waarvoor ganzen levend geplukt worden, gaat nog steeds door. Een definitiekwestie over ‘oogsten’ of ‘plukken’ interesseert me hierin niet. Kan de minister aangeven welke inspanningen zij verricht om de motie volledig uit te voeren?
Ook heeft de Kamer via een motie van mijn fractie de minister gevraagd om een sterke Nederlandse inzet om nertsenfokkerijen in de EU ter verbieden. De minister zegt dat ze eerst de behandeling van het Nederlandse nertsenfokverbod in de Eerste Kamer wil afwachten. Dat is echter een geheel ander traject.
De Tweede Kamer heeft de minister in meerderheid een verzoek gedaan en een dergelijk verzoek kent niet nog een toets in de Eerste Kamer En dan natuurlijk het verzoek van de Kamer om in te zetten op een Europese verbod op de verrijkte kooi . Waar haalt de minister het vandaan om te denken dat deze motie gaat over strengere Europese regels voor kooisystemen? De motie is klip en klaar. Waar wacht de minister op? Ook de termijn, na 2012, is niet waar de Kamer om gevraagd heeft. Graag een reactie

Ik vervolg het betoog van onze voedselambassadrice Verburg in 2019:
Nederland heeft hard haar best gedaan om onze expertise in de vee-industrie te exporteren naar andere landen. We hebben de Chinezen geleerd hoe je zo goedkoop mogelijk varkensvlees produceert. We hebben zelfs de Chinese premier geïnspireerd om alle Chinese schoolkinderen een halve liter melk per dag te laten drinken. Dat was niet alleen onverantwoord vanwege lactose-intolerantie, maar veroorzaakte ook 168 miljoen kg extra Co2 uitstoot per dag. Naar het Midden-Oosten exporteerden wij onze kennis van pluimvee. Zij hebben ons systeem daar met groot succes gekopieerd. De daaruit volgende race to the bottom wat kostprijs per kilo betreft heeft Europa niet meer kunnen bijhouden.

Gelukkig hebben we net op tijd ingezien dat dit ook niet wenselijk zou zijn. Net voordat alle Europese boeren failliet zouden gaan doordat zij de concurrentie op kostprijs niet meer zouden winnen, zijn we een andere weg ingeslagen.
Wij hebben ons losgemaakt van de wereldmarkt, we zijn als Europa vooral voor onszelf gaan produceren, juist ook in het belang van ontwikkelingslanden die daardoor zelf een sterke regionale economie konden opbouwen. De milieukosten van producten werden voortaan direct doorberekend aan de gebruiker. Er zijn harde grenzen gesteld aan de milieuvervuiling die productie mag opleveren. En we zijn gebruik gaan maken van ons ecosysteem, in plaats van het ecosysteem te vernietigen. Hiervoor was het nodig om als overheid duidelijke regels te stellen.

‘Groei binnen grenzen’ bleek de enige manier waarop duurzaamheid tot stand kan komen.

Door het stellen van ecologische en ethische grenzen aan de markt kan men standaarden hanteren voor de productie van ons voedsel.
Milieu, dierenwelzijn en volksgezondheid gaan tegenwoordig hand in hand. Consumenten stellen niet langer alleen eisen aan de auto’s en gebruiksapparatuur die ze kopen, maar ook aan het voedsel dat ze nuttigen. Eigenlijk wonderbaarlijk dat het zo lang geduurd heeft voor we tot dat inzicht kwamen! Tegelijkertijd is de consumptie van vlees en zuivel in Europa sterk gedaald. Gewoon, door de milieukosten van de productie tot uiting te laten komen in de supermarkt, door mensen bewust te maken van de consequenties van hun voedselkeuze, en door het geven van het goede voorbeeld. CDA-CDA-collega Herman wijffels, die aan de wieg heeft gestaan van mijn kabinet, werd samen met zijn vrouw vegetarier in mijn ambtsperiode.

Toen we in Nederland eenmaal de keus hebben gemaakt om de landbouw in te zetten voor het produceren van kwalitatief hoogstaand voedsel voor onze eigen bevolking, bleek er geen noodzaak meer om zo’n enorme veestapel te hebben in dit kleine dichtbevolkte land. Boeren kregen ook steeds meer expertise op het gebied van dierenwelzijn. Zij raakten ervan overtuigd dat een respectvolle behandeling van dieren ook economisch gewin oplevert. Gezonde, weerbare koeien, met een naam en toegang tot een wei, met kalfjes die voldoende tijd doorbrengen met hun moeder en biest te drinken krijgen, produceren meer en worden minder vaak ziek.


Terug naar vandaag voorzitter. Onlangs werd bekend dat varkens die vrije uitloop hebben en door de modder kunnen rollen, gezonder zijn dan varkens die binnen zitten. Voor mij geen verrassing, maar welke consequenties trekt de minister hieruit? Hoe verhoudt zich dit gegeven tot de voortgaande tendens om dieren binnen op te sluiten?

Ik vervolg het betoog van de voedselambassadrice in 2019:
Het produceren van voedsel van hoge kwaliteit, in balans met het ecosysteem, met respect voor mens, dier, natuur en milieu werd het nieuwe uitgangspuntg van de Nederlandse boer. Dit bracht ook meer samenhang tussen boer en consument tot stand. De boer produceert nu weer voor de regio. Bovendien onderhoudt hij het typisch Nederlandse landschap. Hij teelt hoogwaardige plantaardige eiwitten zoals lupine en de bijen kunnen weer ongehinderd hun honing zoeken. De boer krijgt hij nu eindelijk weer erkenning. Hij krijgt nu een eerlijke prijs, voor een mooi product. Het is al weer lang geleden dat er boze boeren op het Plein stonden…

Voorzitter ik onderbreek deze toekomstmuziek, met een vraag aan de minister over de stahoogtediscussie. Het laatste wetenschappelijk inzicht omtrent de stahoogte van dieren tijdens het transport dateert uit 2002, maar lijkt door de minister te worden miskent. Waarom eigenlijk? Kan de minister hier meer duidelijkheid over verschaffen? Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Ik vervolg het betoog van de voedselambassadrice.
Dames en heren,
Nog iets waar we als Europa de beste keus in hebben gemaakt is gentech. Ik heb in mijn tijd als minister nog mijn best gedaan Europa open te stellen voor genetisch gemanipuleerde producten. Achteraf ben ik blij dat we deze boot gemist hebben. Het bleek dat de vooruitgang in plantenveredeling niet lag bij het resistent maken van planten tegen gif en insecten. Dat het inbouwen van nieuwe genen niet in sterkere of betere landbouwrassen resulteerde, maar dat het de planten juist kwetsbaar maakte tegen ziektes en klimaatverandering. De oogsten van landen die volop gebruik maakten van gentech gingen niet omhoog, maar omlaag. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen nam daar alleen maar toe, en resistente soorten ontwikkelden zich snel. De landbouwmonopolies van voedselgiganten als Syngenta en Monsanto zijn ingestort als gevolg van deze problemen met hun zaden. Door middel van slimme klassieke veredeling en het gericht inzetten van kennis van het DNA van goede landbouwrassen is Europa weer de leverancier van ’s werelds beste zaden geworden.
Mede door deze ontwikkelingen hebben we in Nederland ingezet op een landbouw die gebaseerd is op ecologische principes. De nutriëntenkringloop is op Noord-Europese schaal gesloten, ook dankzij de fosfaatheffing die we in 2011 wereldwijd hebben afgesproken. Natuurlijke plaagbestrijding, mede door een grootschalige inzet op akkerranden bleek het spuiten met bestrijdingsmiddelen grotendeels overbodig te maken. Het gebruik van bestrijdingsmiddelen heb ik ook fors aan banden gelegd. In navolging van andere Europese landen heb ik in 2010 besloten middelen op basis van neonicotinoiden verboden. Net op tijd, zo bleek uit de voortgaande bijenvolksterfte in andere landen.


Voorzitter,terug naar nu. Deze mogelijkheid zouden we in 2009 moeten inzetten als troefkaart in het redden van de bijen. Steeds meer onderzoek wijst erop dat neonicotinoiden een factor van belang zijn in de bijensterfte , steeds meer landen kiezen voor een verbod.
Is de minister bereid inderdaad het gebruik van neonicotinoiden te verbieden op de kortst mogelijke termijn? Ik overweeg hierover een motie in te dienen.

Dames en heren, zo vervolgt de minister mogelijk haar speech over tien jaar…., terugkijkend naar het beleid van 2009, moet ik zeggen dat we grote fouten gemaakt hebben, maar dat we daar – net op tijd- veel van geleerd hebben.
We waren in de intensieve veehouderij gewend om de tanden van biggen te knippen en de mannelijke dieren te castreren omdat we dachten dat dat overeen kwam met de goede smaak van de vleeseter.
We zijn ermee gestopt.
We lieten de AID met de VWA fuseren en kondigden onze controles ruim van tevoren aan zodat het leek alsof de regels niet meer werden overtreden. Het onderzoek van de GGD naar de relatie tussen volksgezondheid en intensieve veehouderij bood eindelijk een goed inzicht in hoe door en door verziekt het systeem van veehouderij letterlijk geworden was, in de betonnen megastallen, buiten het zicht van elke vorm van sociale controle.
We realiseerden ons na uitspraken van Louise Fresco dat het landbouwareaal van 2009 genoeg ruimte bood om 30 tot 40 miljard monden te voeden met plantaardige eiwitten. En dus zijn we volop gaan inzetten op de productie van regionaal geteelde plantaardige eiwitten. Nu lukt het ons om alle monden te voeden, met minimale transportkilometers en met een gezonde wereldbevolking als resultaat. Een resultaat waar ik onwaarschijnlijk trots op ben.
Dames en heren, dank u wel voor uw aandacht!

Voorzitter, we zullen het nog even moeten doen met het Nederland van 2009, de minister van 2009 en het beperkte tempo waarin voortschrijdend inzicht terrein wint.

We hebben te maken met het feit dat 30% van het mondiale verlies aan biodiversiteit toe te schrijven is aan de consumptie van vlees, vis en zuivel. Wanneer onze consumptie mondiale proporties zou aannemen, zou de dierlijke eiwitproductie verdrievoudigd moeten worden volgens het Planbureau voor de Leefomgeving. Vis is geen alternatief, omdat de zeeën in razend tempo uitgeput raken en viskwekerijen nog steeds draaien op wildvang.

We eten volgens het PBL meer dierlijk vet dan gezond is en meer eiwitten dan nodig. Met minder vlees, vis en zuivel realiseren we zowel positieve effecten voor de biodiversiteit, het klimaat, onze gezondheid en dierenwelzijn. De Sojacoalitie – dat zijn tien gerenommeerde milieu- en natuurorganisaties-, het Planbureau voor de leefomgeving, de adviseur van de Britse regering Lord Stern, Nobelprijswinnaar Rajendra Pachauri, Paul McCartney, Herman Wijffels, Jonathan Saffran Foer, de Club van Rome allen sluiten zich aan bij de oproep om hier in het westen minder dierlijke eiwitten te nuttigen. Ik wil u in dat verband kortheidshalve verwijzen naar de rapporten ‘Growing within limits’ en ‘vleesconsumptie en klimaatbeleid’ van het PBL en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

Paul Cliteur heeft gezegd dat we binnen vijftig jaar in schaamte zullen omzien naar wat we dieren hebben aangedaan. In schaamte terugkijken op de rucksichtlose besluiten die nu genomen worden om bijvoorbeeld 90% van alle wilde zwijnen te schieten, nota bene een beschermde diersoort, uit kortzichtig eigenbelang. Hoe kun je de populatiedynamiek van een beschermde diersoort zo verwoesten. Hoe verblind kun je zijn? Ik ben ervan overtuigd dat jagen niet nodig is voor populatiebeheer. Is de minister bereid om een onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar jachtvrije zones om de populatieontwikkelingen voor wilde zwijnen te monitoren? Bent u bereid deze proef in het kroondomein het Loo te doen, dat volledig omrasterd is en geen enkel gevaar voor verkeer en landbouwschade zou hoeven kennen als gevolg van de proef. En wanneer kan de Kamer het plan van aanpak hiervoor verwachten?
Dan de muskusrat. De huidige vangstmethoden voor deze dieren zijn inhumaan, ineffectief en er is nog nooit aangetoond dat de dieren de veiligheid van waterwerken in gevaar brengen. Toch gaat jaarlijks 35 miljoen naar het bestrijden van deze dieren. Ik begrijp dat we wachten op onderzoeken, maar moeten we nu echt tot 2011 ratten onnodig laten verdrinken?
We zullen binnenkort niet langer accepteren dat dons van levend geplukte ganzen ons ’s nachts warm moet houden.

We zullen niet meer accepteren dat elk jaar 40 miljoen kuikentjes levend versnipperd worden louter om het feit dat ze economisch onbruikbaar zijn.
We zullen niet meer accepteren dat kalfjes direct na hun geboorte weggehaald worden, louter om onze zuivelconsumptie op peil te houden. We zullen niet meer accepteren dat dieren onverdoofd ritueel geslacht worden op grond van volkomen achterhaalde overleveringen. En we zullen niet meer aanvaarden dat jagers voor de lol mogen schieten in gebieden die zijn aangewezen als rust- en fourageergebieden voor ganzen

Voorzitter, you may say that I’m a dreamer, but I’m not the only one.
Uit een interview met de minister in de Volkskrant van 1 december blijkt dat ze inmiddels vrijwel de volledige analyse van de Partij voor de Dieren over het verband tussen voedsel en klimaat deelt. De oplossingen waaraan de minister denkt en de vrijblijvendheid daarvan zijn de onze niet, maar het is al een belangrijke eerste stap dat de minister de aanvankelijke ontkenningsfase voorbij is. Het vastgelopen systeem van oud-minister Veerman is alleen vlot te trekken wanneer het kabinet af stapt van vrijblijvendheid, en komt tot harde maatregelen om de maatschappelijke kosten van dierlijke eiwitten op een eerlijke manier te beprijzen. Het kan en mag niet zo zijn dat alle Nederlanders verplicht donateur blijven van de bio-industrie voor een bedrag van meer dan 100 € per jaar. Als de minister zegt dat ze de consument niet wil dwingen, dan zal ze ook moeten besluiten de belastingbetaler niet langer te dwingen tot verplichte donaties aan een vastgelopen systeem dat de regeneratiemogelijkheden van de aarde niet respecteert.

In dat stuk in de Volkskrant las ik ook dat de minister vergaande ambities heeft om de kringlopen te sluiten en ons veevoer niet meer uit Latijns-Amerika te houden. Dat is goed nieuws, voorzitter. Ik zelf denk dan niet zoals de minister, aan het herwinnen van eiwitten uit mest voor veevoer, maar aan plantaardige eiwitten zoals lupine en tarwi uit Europa. Ik denk aan een flinke krimp van de veestapel. En ik denk dat de RTRS nu dan officieel afgeschreven kan worden als een overbodig en contra-productief proces. Graag hoor ik een reactie van de minister op deze voorstellen en hoor ik haar aanvullingen hierop.

Toen onze klimaatfilm Meat the Truth uitkwam, sprak de minister nog over onwaarheden in de film. Die heeft ze, zelfs met hulp van Wageningen Universiteit, op geen enkele manier kunnen aanwijzen, en inmiddels deelt ze dus onze analyse van het probleem. De vrije keuze waarmee de minister voortdurend schermt, kan pas plaatsvinden wanneer alle maatschappelijke kosten van dierlijke eiwitten tot en met de noodzakelijke verbeteringen in dierenwelzijn, zijn betaald. Zowel voor de productie voor binnenlands gebruik, als voor de productie die voor export bedoeld is, als voor de producten die in ons land worden ingevoerd.

Border Tax Adjustments kunnen hier een instrument voor zijn. Andersom moeten we dan natuurlijk ook onze verantwoordelijkheid nemen naar de landen om ons heen. Het exporteren van ons verwende westerse dieet, met alle klimaatgevolgen van dien, kan in deze tijden van voedsel- en klimaatcrisis niet bestaan. Ik las in de krant dat het Productschap Pluimvee en Eieren aan de Europese Commissie heeft gevraagd om exportrestituties op kippenbouten te herintroduceren. ik denk dat deze sector zich zo compleet buiten de maatschappelijke realiteit plaatst.
Ik maak me zorgen over de exportkredieten die zonder enige vorm van differentiatie beschikbaar zijn voor de agrarische sector. Misschien is het, als onderdeel van de kabinetsprioriteit om de consumptie van dierlijke eiwitten te verminderen- zowel in binnen als in buitenland-, een goed idee om exportkredieten niet meer af te geven op producten die dierlijke eiwitten als hoofdbestanddeel kennen. Zo stimuleren we duurzame landbouw, zonder onze vervuilende gewoontes te exporteren, en zonder dat de belastingbetaler nog meer meebetaald aan een failliet systeem. Graag uw reactie

We hebben onze eigen verantwoordelijkheid genomen met het kinderwetje van Van Houten zonder andere landen af te wachten. Het wachten is op het dierenwetje van Verburg dat op soortgelijke wijze geschiedenis gaat schrijven.
Dan zal er ook een einde komen aan de bio-industrie, ook wel vee-industrie genoemd, een einde waar de Partij voor de Dieren zo vurig op hoopt. Tot slot wil ik de minister als aandenken aan dit debat het boek Dieren eten van Jonathan Safran Foer aanreiken. De enige JSF die een eind maakt aan geweld, met de kracht van argumenten. Dank u wel!