HomeDe PartijTweede KamerEerste KamerProvinciale StatenWaterschappenGemeentenWerkgroepenContact

Over honderd jaar is bioboeren de norm

Delen
15-11-2007

Donderdag 15 november 2007 - Onder (vooral jonge) Zeeuwse boeren groeit de interesse voor de biologische landbouw. Het Agrarisch Jongeren Kontakt houdt een informatieavond.

In 1999 schakelde akkerbouwer Alex van Hootegem over van de traditionele naar de biologische landbouw. "Die overgang was gewoon een kwestie van je boerenverstand gebruiken. De prijzen in de traditionele landbouw waren laag. En als je als boer wilde overleven, moest je mee in het proces van schaalvergroting. De andere optie was overstappen naar de biologische landbouw.".

In Kruiningen bebouwt hij nu met succes zo'n honderdzestig hectare grond volgens de beginselen van de biologische landbouw. Ook de webwinkel voor biologische producten (met de fraaie naam De Grote Verleiding) doet het goed.

Van Hootegem durft best stelling te nemen: "Over tien jaar is chemische onkruidbestrijding niet meer nodig. Over twintig jaar kunnen we ziekten en plagen te lijf met louter natuurlijke middelen. En over dertig jaar kan de boer zonder kunstmest toch behoorlijke oogsten halen." 

Bioboer Alex van Hootegem in de voorraadruimte met biologische produc­ten voor webwinkel De Grote Verleiding. foto Willem Mieras

Van Hootegem denkt dat het echt wel realistisch is, te denken dat de landbouw over tien jaar zonder 'gewasbeschermingsmiddelen' kan. "We gaan die kant nu al uit. Op mijn eigen bedrijf is in zeven jaar tijd het aantal handwieduren met meer dan de helft verminderd. Dat hebben we bereikt door op tijd de goede dingen te doen: bijvoorbeeld valse zaaibedden maken, een goed zaaimoment kiezen en een slim gebruik van mechanische onkruidbestrijding. Op dit moment is er al een experimentele wiedrobot die het verschil tussen onkruid en cultuurplant kan zien. We gaan in de landbouw, na de mechanisering, een periode van robotisering in."

Dan de ziekten en plagen. Plagen ontstaan snel in grote gebieden met één gewas. Neem een veld met alleen maar sla; dat is een luilekkerland voor luizen.

"Kies daarom voor biodiversiteit, waarbij je cultuurteelt afwisselt met gewassen waarin de natuurlijke bestrijders van plagen zich thuisvoelen. Zelfs in de gangbare landbouw wordt dat principe al toegepast!"

Wat betreft de ziekten: "Die voorkom je door de 'kasplantjes' van nu te verruilen voor goede rassen, met een natuurlijke weerstand. Dat is een kwestie van selecteren en veredelen van rassen. Daarnaast is een goede natuurlijke omgeving en een beter landbouwsysteem nodig."



De behoefte aan kunstmest, legt de bioboer uit, is sterk afhankelijk van rassen en teeltsystemen. Bij teeltsystemen is een goede afwisseling belangrijk. "Vlinderbloemigen - bonen, erwten, lupines, klaver - vormen knolletjes waaraan stikstof gebonden wordt. Dat blijft na de oogst mét de knolletjes in de grond. Daarna kun je dan een teelt nemen die stikstof nodig heeft, zoals aardappels." Zo geeft de éne teelt de aarde terug wat de andere haar ontnomen heeft. "En vervolgens moet je een geschikt ras kiezen. Het ene aardappelras kan zomaar 100 kilo stikstof per hectare minder nodig hebben dan het andere."

Van Hootegem is ervan overtuigd: de biologische landbouw is de moderne manier van produceren. "Als we over honderd jaar de geschiedenisboekjes lezen, zullen we zien: een paar decennia wisten we niet beter en daarná kwam het weer goed."

Maar eerst moeten boeren zich weer dingen gaan afvragen. "Waarom ploegen we eigenlijk altijd na de oogst de grond om? Verstoor je daarmee het grondleven niet? Met geld van de overheid mogen biologische boeren wetenschappers uit laten zoeken hoe dat zit. En vanuit de Land- en Tuinbouworganisatie buigt men zich over landbouwpolitieke vraagstukken. Echt, de biologische boer heeft zijn geitenwollen sokken allang uitgetrokken."

Bron:PZC door Ondine van der Vleuten

Geen geitenwol voor de bioboer

Donderdag 15 november 2007 - Landbouwgedeputeerde Toine Poppelaars krijgt af en toe het verwijt dat wel erg veel geld van de provincie naar de biologische landbouw gaat. Het betreft in Zeeland 47 ondernemers op een totaal van ruim 3500 landbouwbedrijven.

Toch acht Poppelaars de aandacht voor de biologische sector goed te verdedigen. "Bioboeren zijn over het algemeen innovatiever dan hun gangbare collega's", zei hij gisteren op een door de jonge boerenorganisatie ZAJK en het Groen College in Goes georganiseerde discussieavond over biologisch ondernemen. "In de biologische sector worden nieuwe technieken en teeltmethoden ontwikkeld die later ook in de gangbare landbouw worden toegepast en leiden tot een verduurzaming van de totale bedrijfstak."

Een van de knelpunten in de overschakeling van de gangbare naar de biologische landbouw is dat een boer twee jaar biologisch moet telen voordat hij zijn producten met dat predikaat op de markt kan brengen. Dat betekent twee jaar lang biologische teeltmethoden met de daarbij behorende lagere opbrengsten voor gangbare prijzen. Enkele jaren geleden was er nog een subsidieregeling om de overstap te vergemakkelijken. Die leidde evenwel tot een overaanbod van biologisch geteelde gewassen, waardoor de prijzen kelderden.

De subsidie is geschrapt en in plaats daarvan probeert de overheid de vraag naar biologische landbouwproducten te stimuleren. Dan volgt het aanbod vanzelf. "Doen wij als provincie ook", beaamde Poppelaars. Hij wees op het initiatief om in de Zeeuwse zorginstellingen biologische maaltijden te serveren. Het gaat dagelijks om duizend maaltijden, waarvoor de ingrediënten grotendeels uit Zeeland komen.

Wie sterk genoeg in zijn schoenen staat om over te stappen op de biologische landbouw, komt terecht in een sector met een forse groei van de vraag. Wereldwijd neemt de afzet van biologische producten met 20 procent per jaar toe. Volop groeikansen voor moderne ondernemers, verzekerde Arend Zeelenberg van de Taskforce ontwikkeling biologissche landbouw. "De biologische boer is geen zonderling meer met geitenwollen sokken."

Bron:PZC door Ben Jansen

Terug