HomeDe PartijTweede KamerEerste KamerProvinciale StatenWaterschappenGemeentenWerkgroepenContact

Veelgestelde Vragen

Algemene vragen

Wat wil de PvdD?

Wij willen een einde maken aan het dierenleed. Mensen denken met hun portemonnee, dat gaat ten koste van de dieren. We hebben het over een groot onrecht, dat veel zegt over onze samenleving. Wie beschaafd omgaat met dieren, gaat ook beschaafd om met elkaar.

Als de PvdD voor 100% voor de dieren is, waar blijven de mensen dan?

100% voor de dieren is ook 100% voor de mensen, lees maar in ons programma waarin we voorstellen doen om een aangenamere samenleving te creëren. Het is voor mensen prettiger om te leven in een samenleving waarin zorgvuldig en liefdevol met dieren en mensen wordt omgegaan dan in een samenleving waarin geweld en uitbuiting tegenover dieren de norm zijn.

De Partij voor de Dieren vindt dat mensen binnen onze samenleving respect voor elkaars culturen en opvattingen moeten hebben, voor zover die niet strijdig zijn met de wetten van ons land en die van de EU. Onderwijs zou gericht moeten zijn op de ‘volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen’. Door het nemen van economische en ecologische maatregelen dient ernaar gestreefd te worden dat alle mensen een levensstandaard hebben die hoog genoeg is voor hun gezondheid en welzijn. De arbeidsmarkt dient toegankelijk te zijn voor zoveel mogelijk mensen. Mensen hebben recht op een veilige, schone, natuurlijke en zorgvuldig vormgegeven omgeving. De mens als sociaal wezen heeft ook behoefte aan sociale contacten en een menselijke omgeving. De overheid dient daarom (economische) activiteiten te bevorderen die met deze factoren rekening houden. Hierbij wordt onder andere gedacht aan behoud en stimulering van kleinschalige (landbouw)bedrijven, het leefbaar houden van stadsbuurten, dorpen en het platteland in het algemeen, persoonlijke dienstverlening in bedrijven et cetera.

Wat is de grootste prioriteit van de Partij voor de Dieren tijdens deze kabinetsperiode?

Wij willen een Kamermeerderheid smeden voor het afschaffen van de bio-industrie, de hobbyjacht, het onverdoofd ritueel slachten, het onverdoofd castreren van biggetjes en het leegvissen van onze zeeën. Rechten van dieren moeten in de grondwet worden opgenomen. Er moet niet alleen wéttelijke bescherming komen voor de allerzwaksten, maar ook daadwérkelijke bescherming. Kortom, we willen mededogen terugbrengen in de politiek en in de samenleving. We willen laten zien dat er belangrijker dingen in het leven zijn dan de hypotheekrente en de aanleg van extra snelwegen.

Waarom stelt de Partij voor de Dieren zoveel Kamervragen?

Kamervragen zijn schriftelijke vragen van een Kamerlid aan de regering. Ze worden gesteld aan de minister die verantwoordelijk is voor het onderwerp in kwestie. Elk individueel Kamerlid mag vragen stellen aan leden van de regering. De Kamervoorzitter moet de ingediende vragen goedkeuren. Na goedkeuring worden de vragen doorgestuurd naar de regering. Het duurt vervolgens gemiddeld drie tot zes weken voordat het antwoord van de regering binnenkomt. 

Kamervragen zijn vooral voor kleine partijen een belangrijk middel om van de minister zaken te weten komen, omdat het aanvragen van een debat de instemming van de grotere partijen vereist. Juist op dierenwelzijnsonderwerpen laten zij het echter vaak afweten. Bovendien zijn Kamervragen een middel om te reageren op de actualiteit, en daardoor om een veranderingsproces te versnellen. Ook levert het stellen van Kamervragen een bijdrage aan de maatschappelijke discussie over dierenwelzijn, omdat veel media aandacht besteden aan Kamervragen en de antwoorden van de minister.

Ook zijn Kamervragen een goede methode om een veranderingsproces bij een ministerie op gang te brengen. Immers, als ambtenaren vaak worden geconfronteerd met vragen op het gebied van dierenwelzijn en ze informatie moeten verzamelen om de vragen te beantwoorden, dan wordt de kennis over dierenwelzijn op het ministerie hierdoor groter.

Kamervragen zijn dus een manier:

  • Om informatie en feiten te verzamelen;
  • Om van de minister meer duidelijkheid te krijgen over haar standpunten, mening en beleid;
  • Om gebrekkige of conflicterende uitvoering van beleid bloot te leggen;
  • Om toezeggingen te krijgen voor meer onderzoek of verandering van beleid voor de door ons gesignaleerde problemen;
  • Om in de media aandacht te vragen voor bepaalde misstanden of beleidslacunes.

De Partij voor de Dieren wordt vanuit bepaalde hoek, met name vanuit het CDA, verweten veel kamervragen te stellen en daarmee het ambtelijk apparaat onnodig te belasten. Dat is niet zo verwonderlijk want het CDA ziet haar decennialange verworvenheden voor boeren op de grondvesten schudden nu de Partij voor de Dieren in de kamer is gekozen. Het stellen van kamervragen is het recht van een kamerlid. Belangrijker nog is dat kamervragen niet nodig zijn als het welzijn van dieren en de rechten van dieren in Nederland goed geregeld zouden zijn.

Met name in de afgelopen kabinetsperiodes onder Balkenende is het voor de dieren in Nederland alleen maar slechter geworden. Bovendien wordt de bio-industrie nog steeds het hand boven het hoofd gehouden, wordt weinig geld uitgegeven aan het zoeken naar alternatieven voor dierproeven, worden dierenasielen aan hun lot overgelaten, wordt de discussie over de wenselijkheid van wilde dieren in circussen en dierentuinen vooruit geschoven en krijgen natuur en dieren in het wild in Nederland maar beperkte ruimte. De Partij voor de Dieren wil, mede gesteund door haar achterban en vele anderen die dieren een warm hart toedragen, aandacht vragen voor deze problematiek. Meedraaien in het parlementaire circus zorgt er voor dat er meer naar onze geluiden geluisterd moet worden en dat de minister het zich niet kan permitteren het meteen naast zich neer te leggen. Kamervragen zijn daarin een effectief instrument.

In het eerste half jaar dat de Partij voor de Dieren deel uitmaakt van het parlement, hebben we bijna 150 vragen gesteld. De meeste vragen vallen in de categorie bio-industrie en landbouw, maar ook de categorie dieren in het wild en de categorie huisdieren is groot. Verder hebben we vragen gesteld over dierproeven, visserij, vermaak met dieren en handel in dieren. De meeste vragen worden gesteld aan twee ministers: Verburg van het ministerie van Landbouw (LNV) en Cramer van het ministerie van Milieu (VROM). Klik hier voor een overzicht van kamervragen en antwoorden.

Voor de ambtenaren bij het ministerie is het soms lastig antwoord te geven op onze vragen omdat ze de inconsistentie van beleid blootleggen of aandacht vragen voor iets wat nog niet is geregeld. Wat ons opvalt is dat bij de beantwoording steeds vaker bruikbare informatie wordt aangereikt. Deze informatie gebruiken we bij de voorbereiding van debatten, moties en bij de bespreking van de Nota Dierenwelzijn, de Agenda Diergezondheid en de nieuwe Wet op Dieren.

Hoe kan ik de Partij voor de Dieren helpen het regeringsbeleid te veranderen?

De Partij voor de Dieren is blij dat zoveel mensen zijn betrokken bij het verbeteren van het welzijn van dieren. We hopen vanuit de Tweede Kamer, namens iedereen in het land die zich achter ons heeft geschaard, een beter dierenwelzijnsbeleid te realiseren.
Wij willen waar mogelijk helpen om de suggesties, verzoeken en vragen die ons via de mail en post bereiken onder de aandacht te brengen van de andere politieke partijen en Kamerleden.

Uw hulp is daarbij van het grootste belang. De Partij voor de Dieren heeft namelijk met twee zetels beperkte invloed. Om in de Tweede Kamer te kunnen debatteren met de minister en het overheidsbeleid en wetten diervriendelijker te maken is een Kamermeerderheid nodig. Andere Kamerleden moeten zich dus ook voor dierenwelzijn in willen zetten. Alle burgers van Nederland kunnen Kamerleden daarop aanspreken via een commissie waarin Kamerleden praten over dierenwelzijn. Dat is meestal de Vaste Kamercommissie Landbouw.

Als u uw verzoek, suggestie of vraag naar deze commissie stuurt, dat kan per mail of brief, dan komt uw verzoek op de agenda van de commissie te staan. De commissie vergadert elke twee weken over haar planning. De Kamerleden die in de commissie zitten beslissen per meerderheid of ze uw verzoek mee willen nemen in hun debatten met de minister. U heeft geen garantie op een goede afloop, maar onze ervaring is dat het sturen van brieven naar deze commissie ook andere Kamerleden ervan bewust maakt dat dierenwelzijn een grote zorg is van veel Nederlanders.

U kunt uw verzoek richten aan:

Vaste Kamercommissie Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Ter attentie van de voorzitter: mevrouw A. Schreijer Pierik

Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Emailadres commissie: cie.lnv@tweedekamer.nl

Wat kan de PvdD met een paar zetels?

Een heleboel! Onze kamerleden kunnen in de Tweede Kamer, in de diverse commissies en tegenover de pers telkens de aandacht op de dieren vestigen. Dat gebeurt al vanaf het moment dat ze eind november 2006 tot kamerlid gekozen werden. Dit zet ook andere partijen onder druk om meer voor dierenwelzijn te doen. Als zij dat niet doen, kan hun dat bij de volgende verkiezingen stemmen kosten. De PvdD kan bij belangrijke stemmingen geregeld net de doorslag geven indien de voor- en tegenstemmers ongeveer gelijk in aantal zijn.

Dieren algemeen

Hoe kijkt de PvdD aan tegen het gebruik van dieren als kunstobject of -project?

De Partij voor de Dieren is van mening dat bij het gebruik van levende dieren het doel van het gebruik kritisch moet worden beoordeeld en moet worden afgewogen tegen de consequenties voor het dier. Er dient een toetsingskader ontwikkeld te worden op basis waarvan bepaald kan worden of het verantwoord is om levende dieren in te zetten voor kunst- en amusementsdoeleinden.

Is de PvdD het eens met de BTW heffing door dierenartsen?

Leveringen en diensten van dierenartsen zijn belast met een hoog BTW-tarief van 19%. Daaronder vallen alle veterinaire handelingen zoals consulten, onderzoeken, operaties en dergelijke. Ook diergeneesmiddelen die door de dierenarts zelf worden toegediend vallen onder dit tarief. De Partij voor de Dieren is van mening dat de medische verzorging van dieren zo weinig mogelijk gehinderd mag worden door de zwakke financiële situatie van de houder van de dieren. De hoge kosten kunnen een belemmering vormen om tijdig een dierenarts te bezoeken. De Partij voor de Dieren zal zich dan ook inzetten om de BTW-tarieven voor dierenartsen te verlagen.

Dierproeven en biotechnologie

Wat vindt de Partij voor de Dieren van dierproeven?

De Partij voor de Dieren wil zo snel mogelijk een einde aan alle dierproeven. Daar maken we ons iedere dag sterk voor in Den Haag. Andere partijen maken zich nauwelijks druk om het lot van de proefdieren, of maken geen tijd vrij om een debat te voeren over het dierproevenbeleid. De Partij voor de Dieren wil dat de politiek wèl serieus kijkt naar nut en noodzaak van dierproeven, en proefdieren de bescherming geeft die ze verdienen. Daarom agenderen we het onderwerp, stellen we veel Kamervragen en reserveren we een belangrijk deel van onze spreektijd voor de proefdieren.

Na aandringen van de Partij voor de Dieren is het budget voor alternatieven voor dierproeven in 2008 met terugwerkende kracht meer dan verdubbeld, en is ook voor 2009 het budget verhoogd. Daarmee hebben we kunnen realiseren dat op dit moment een heel hoopgevend initiatief (ASAT) kan worden opgestart waarmee in de toekomst alle dierproeven voor het testen van de veiligheid van stoffen kunnen worden afgeschaft. Het initiatief gaat terecht uit van de wetenschap dat dierexperimenten niet kunnen voorspellen wat de effecten van stoffen zijn op mens. ASAT, Assuring Safety without Animal Testing, baseert zich dan ook op kennis van de menselijke biologie en maakt gebruik van bioinformatica om de veiligheid van stoffen te kunnen beoordelen. Ook voor de ontwikkeling van medicijnen biedt dit initiatief, ASAT, veel perspectieven. De Partij voor de Dieren heeft nadrukkelijk én met succes gepleit voor ondersteuning van dit initiatief. Ook de minister van VWS heeft ASAT inmiddels omarmd.

Er moeten nog heel veel stappen worden gezet. Zo is het grote aantal dieren dat ‘in voorraad’ in laboratoria wordt gedood ons een doorn in het oog. Meer dan 400.000 dieren per jaar, vooral als gevolg van genetische manipulatie. Wat ons betreft verbieden we dierproeven voor aantoonbaar nutteloze doelen, zoals voor de ontwikkeling van nòg een cholesterolverlager (me-too medicijnen), of voor het testen van drankjes voor een lagere bloeddruk of yoghurt waar je een mooiere huid van zou krijgen (voedingsmiddelen met gezondheidsclaims). En we vinden dat informatie over dierproeven openbaar moet zijn zodat een eerlijke discussie over de toelaatbaarheid van dierproeven kan worden gevoerd, en de rechter kan controleren of wetenschappers zich wel aan de wet houden wanneer zij experimenten uitvoeren op levende dieren. Voor deze en nog veel meer punten hebben we verschillende moties ingediend.

De Partij voor de Dieren blijft zich inzetten voor een proefdiervrije wereld, in het belang van dieren en mensen.

Landbouwhuisdieren

Wat gaat de Partij voor de Dieren doen tegen het onverdoofd castreren van biggetjes?

De Partij voor de Dieren heeft tijdens het debat over de Landbouwbegroting op 6 december 2006 de toenmalige verantwoordelijke minister gevraagd om op zeer korte termijn via wetgeving een eind te maken aan het onverdoofd castreren van biggetjes. De SGP heeft op dezelfde dag een motie ingediend waarin de regering verzocht wordt zich in te zetten voor een Europees verbod op het onverdoofd castreren van biggen, ingaande per 1 januari 2009. In die motie stond dat een Nederlands verbod niet in de rede ligt, en dat een verbod op onverdoofd castreren enkel op Europees niveau ingesteld dient te worden. Deze motie is, in tegenstelling tot onze motie, aangenomen. Helaas kan het verzoek om een Nederlands verbod dus nog niet op een Tweede Kamer-meerderheid rekenen. Hiervoor is de steun van de ChristenUnie en de PvdA nodig. Deze partijen hebben het op dit gebied helaas vooralsnog laten afweten. De Partij voor de Dieren vindt het onverdoofd castreren van biggen echter onacceptabel. Wij zullen hier dan ook tegen blijven ageren!

Wat vindt de Partij voor de Dieren van het couperen van staarten?

Het couperen van staarten is in Nederland terecht verboden (artikel 40 en 41 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren). Verder mag een gecoupeerd dier niet aan tentoonstellingen, keuringen of wedstrijden deelnemen. Ook het ter verkoop aanbieden, verkopen en kopen van dieren bij wie een verboden ingreep heeft plaatsgevonden is verboden. Het houden van illegaal of in het buitenland gecoupeerde dieren is echter niet verboden. Een verbod op het houden van dergelijke dieren is uiteraard ongewenst.

Het couperen van staarten bij paarden is sinds 2001 verboden in Nederland. Toch wordt dit verbod vaak omzeild door paarden in Frankrijk te laten couperen. Daar is het couperen om cultuurhistorische redenen nog wel toegestaan en worden naar schatting jaarlijks honderden Nederlandse veulens gecoupeerd. Op 8 oktober 2008 werd een motie van de Partij voor de Dieren aangenomen die vraagt om maatregelen om deze sluiproute tegen te gaan. De motie werd mede-ondertekend door de PvdA. Klik hier voor de motie.

Hebben weidedieren recht op beschutting?

De Partij voor de Dieren wil dat beschutting voor alle weidedieren verplicht wordt. Dieren die in de wei staan hebben beschutting nodig tegen wind en regen, zon en kou. De vormen van beschutting moeten passen bij het soorteigen gedrag van de betreffende dieren.

De Partij voor de Dieren heeft op 13 mei 2008 Kamervragen gesteld over beschutting voor weidedieren tegen extreme weersomstandigheden en op 19 januari 2009 stelde de partij vragen over gemeentelijke tegenwerking bij het plaatsen van schuilhutten voor dieren. Klik hier en hier om de Kamervragen en de antwoorden van de minister te lezen.

Wat doet de Partij voor de Dieren tegen de komst van varkensflats?

De Partij voor de Dieren stelt de plannen voor en ontwikkelingen rond varkensflats voortdurend aan de orde in de Tweede Kamer. We zijn hier dus hard mee bezig. Wij worden gesterkt door recente bevindingen van wetenschappers. Zij concluderen dat het intensiveren van de veehouderij de risico’s vergroot op uitbraak van dierziekten en op overdraging van ziekten van dier naar mens (zie bijvoorbeeld dit artikel).

Intensivering van de veehouderij, en daarmee ook de plannen voor de bouw van varkensflats, is dus niet alleen nadelig voor het welzijn van dieren, maar ook voor de mens zelf. De Partij voor de Dieren heeft over de schaalvergroting en innovatie in de bio-industrie (varkensflats) herhaaldelijk Kamervragen gesteld. Ook hebben we bijdragen geleverd aan debatten over deze onderwerpen. U kunt deze vragen en bijdragen nalezen onder het kopje “Nieuws uit de 2e Kamer” / “Bio-industrie en landbouw”. Voor meer informatie zoekt u met behulp van de zoekmachine op 'megastallen" of "varkensflats".

Wat doet de Partij voor de Dieren tegen het onverdoofd ritueel slachten van dieren?

In het ‘Besluit doden van dieren’ staat dat het slachten van dieren moet plaatsvinden ‘na voorafgaande bedwelming omdat daardoor met de grootste mate van zekerheid wordt voorkomen dat het dier lijdt door pijn of stress’. Helaas ziet de praktijk in de slachthuizen er anders uit.

In menig slachthuis worden kippen om bedrijfseconomische redenen met te zwakke stroomstoten bedwelmd. Dat is beter voor de kwaliteit van het vlees, omdat er hierdoor in het vlees minder bloeduitstortingen voorkomen. Als gevolg hiervan worden jaarlijks miljoenen dieren onverdoofd geslacht.

Daarnaast is het onverdoofd slachten om religieuze redenen een groot probleem. Op basis van artikel 6 van de grondwet, over de vrijheid van godsdienst, is bepaald dat dieren ook volgens joodse en islamitische tradities geslacht mogen worden: zonder verdoving, en dus met alle pijn en stress van dien. Omdat andere landen minder soepel zijn met het maken van uitzonderingen op hun eigen wetgeving, wordt daar geen ritueel geslacht vlees geproduceerd. De Nederlandse slachthuizen zijn in dit gat in de markt gesprongen. Zij exporteren een deel van de in Nederland ritueel geslachte dieren naar deze landen. Nu al wordt in 20 procent van alle Nederlandse slachterijen ritueel geslacht. Niet al dat vlees belandt als halal of koosjer vlees in de Nederlandse of buitenlandse schappen. Het ritueel geslachte vlees dat niet als halal vlees wordt verkocht, komt als ‘gewoon’ vlees in de winkels te liggen. De argeloze vleeseter die denkt dat hij op basis van de Nederlandse wetgeving vlees eet van verdoofd geslachte dieren, wordt bewust misleid.

Maatregelen waarvoor de Partij voor de Dieren pleit:

- De overheid moet strenge en intensieve controle uitoefenen in slachthuizen, vooral op het bedwelmen van dieren voorafgaand aan de slacht.

- Het verbieden van alle slachtmethoden waarbij de dieren niet worden verdoofd. Er mogen daarbij geen uitzonderingen worden gemaakt voor bijvoorbeeld culturele en/of religieuze tradities en gewoonten.

Op 2 september 2008 heeft de Partij voor de Dieren een initiatiefwet om te komen tot een verbod op het onverdoofd ritueel slachten voor advies ingediend bij de Raad van State. De Raad van State heeft het wetsvoorstel beoordeeld en op 2 juni 2009 is het wetsvoorstel met het advies van de Raad van State naar de Tweede kamer gestuurd. Lees hier meer over de initiatiefwet van de Partij voor de Dieren.

Op 31 oktober heeft de Partij voor de Dieren in haar bijdrage aan de Landbouwbegroting het onverdoofd slachten opnieuw onder de aandacht gebracht van de minister. Hieronder leest u onze bijdrage.

"Voorzitter. Nederland is een van de grootste exporteurs van halal vlees in de wereld. In andere landen is het onverdoofd slachten van dieren al lang verboden, maar hier wordt dierenleed ondergeschikt gemaakt aan economisch gewin. Onder het mom van godsdienstvrijheid. 20 Procent van de dieren in Nederland wordt inmiddels al halal of koosjer geslacht. Elk dier in Nederlandse supermarkten of bij slagers kan onverdoofd geslacht zijn. Terwijl verdoving gewoon is toegestaan vanuit islam en Jodendom.

Maar zolang het niet verplicht is en Nederlandse slachters niet uit eigen beweging verdovingskosten maken zal er weinig veranderen. Dierenmishandeling mag niet langer worden genegeerd uit zogenaamde politieke correctheid. Het moet afgelopen zijn met elke vorm van onverdoofd slachten, en wel meteen!"

De Partij voor de Dieren heeft op 1 november 2007 en op 12 december 2006 moties ingediend voor een verbod op onverdoofd ritueel slachten. De SP, GroenLinks, de VVD en de PVV hebben toen voor onze gewijzigde motie gestemd. De overige fracties stemden tegen onze motie. Deze is daardoor helaas verworpen.

Het produceren, verkopen en exporteren van vlees van onverdoofd geslachte dieren is in Nederland helaas nog steeds bij wet toegestaan. Wij kunnen als Partij voor de Dieren niet in korte tijd alle problemen rond het onverdoofd slachten alleen oplossen. We hebben daarvoor de steun van andere politieke partijen in de Tweede Kamer nodig. Wij vinden dat het slachten van dieren altijd gepaard moet gaan met voorafgaande verdoving. Iedere uitzondering hierop is  onacceptabel. Wij zullen hier dan ook tegen blijven ageren - zoals we al doen sinds de oprichting van onze partij in 2002.

Onderstaande opinie-artikelen zijn verschenen over dit onderwerp:

'Halal dreigt nieuwe norm Nederlands vlees te worden'

'Dierenleed tijdens Offerfeest onacceptabel'


'PvdA wil de gelovige én de geit sparen'

Onze jongerenorganisatie PINK! heeft op 10 september 2007 actie gevoerd tegen de Universiteit Leiden, die halal vlees van onverdoofd geslachte dieren in de universiteitskantine serveert. Via onderstaande link kunt u het het nieuwsbericht over de actie lezen:
http://www.partijvoordedieren.nl/content/view/101//news/view/1185

Gezelschapsdieren

Is de Partij voor de Dieren voor of tegen het heffen van hondenbelasting?

De Partij voor de Dieren ziet de hondenbelasting als een onjuiste manier om aan overheidsinkomsten te komen. De hondenbelasting is echter een primair een zaak van de gemeente. Wij kunnen er geen directe invloed op uitoefenen, omdat we als Partij voor de Dieren (nog) niet op gemeentelijk niveau zijn vertegenwoordigd.

Iedere gemeente heeft op grond van artikel 226 van de Gemeentewet het recht om hondenbelasting te heffen. Het is echter een recht, en geen verplichting. Niet elke gemeente kiest er dus voor. De gemeente die er wel voor kiest mag de inkomsten besteden aan het hondenbeleid, maar ook aan andere, niet-diergerelateerde zaken.

De Partij voor de Dieren vindt dat gemeenten die hondenbelasting heffen de opbrengsten moeten besteden aan voorzieningen die rechtstreeks aan honden of andere dieren ten goede komen. Te denken valt aan de opvang van in het wild levende dieren, dierenambulances, castratieprogramma’s voor verwilderde katten, de aanleg van honden-wc’s en de uitbreiding van uitrengebieden.

Hoe wil de Partij voor de Dieren overlast van zwerf- of huiskatten aanpakken?

De Partij voor de Dieren is zich bewust van de problemen die zich soms voordoen rond zwerfkatten of huiskatten. Het geldende gevonden voorwerpen beleid waarin gemeenten verplicht zijn zwervende dieren veertien dagen te ‘bewaren’, blijkt al jaren ontoereikend om in de grote behoefte aan opvangplaatsen te voorzien. De gemeentegrensoverschrijdende aard van de opvangproblematiek vraagt om landelijke aandacht. De Partij voor de Dieren werkt daarom aan een initiatiefnota om te komen tot een betere aanpak.

In de Tweede Kamer vragen we vaak aandacht voor deze problematiek, lees hier bijvoorbeeld onze bijdrage aan het Algeem Overleg Opvangproblematiek. Een compleet overzicht van Kamervragen, moties en debatbijdragen is te vinden bij "Nieuws uit de 2de Kamer" / "Huisdieren & handel in dieren".

Dierenbeschermingsorganisaties zijn al jaren succesvol in het vangen, castreren, chippen en terugplaatsen van zwerfkatten. Wij zijn voorstander van het neutraliseren en chippen van katten, om zodoende het ontstaan van zwerfkattenpopulaties tegen te gaan. Een bijkomend positief effect is dat gecastreerde katten veel rustiger zijn. De paringsdrang, inclusief het krijsen, vechten en sproeien wordt er door verminderd. Hierdoor zal een buurt of woonwijk dus ook veel minder last van deze katten hebben.

Bij conflicten over huiskatten raden wij aan om vooral te blijven praten met de eigenaren van de katten. Katteneigenaren kunnen zelf een groot deel van de overlast voorkomen. Bijvoorbeeld door niet te veel katten te nemen, door genoeg kattenbakken in huis te plaatsen, door een `vijvertje’ in de eigen tuin te maken, of door kattekruid te plaatsen. Eventueel kan ook de Dierenbescherming, een wijkagent of wijkbeheer ingeschakeld worden. Verder zijn er verschillende diervriendelijke methoden voorhanden om katten uit de tuin te weren. Het gebruik van een plantenspuit en het strooien van koffiedik of cacao-dopjes op de tuinaarde zijn slechts enkele van de vele mogelijkheden.

Wat vindt de Partij voor de Dieren van een eventuele heffing van kattenbelasting?

In de Gemeentewet staat welke belastingen de gemeente kan heffen. Hierin is de mogelijkheid opgenomen tot het heffen van een hondenbelasting (artikel 226). Kattenbelasting staat echter niet vermeld in deze wet. Daarom mogen gemeenten geen kattenbelasting heffen.

De Partij voor de Dieren vindt het heffen van belasting op het houden van dieren een onjuiste manier om aan inkomsten te komen. We vinden zo'n belasting alleen gerechtvaardigd wanneer de opbrengsten ten goede komen aan dieren. Te denken valt aan de opvang van in het wild levende dieren, aanleg van uitrengebieden voor honden, de aanleg van honden-wc’s, castratieprogramma’s voor zwerfkatten en bestrijding van overlast veroorzaakt door gezelschapsdieren.
De Partij voor de Dieren heeft minister Verburg op 10 mei verzocht om een wettelijke identificatie- en registratieplicht van huisdieren. De minister heeft in haar nota Dierenwelzijn echter te kennen gegeven dat zij de verplichte identificatie en registratie van katten niet noodzakelijk vindt. Zolang registratie en identificatie van katten niet aan de orde is is het onmogelijk om kattenbelasting te heffen, aangezien eigenaren niet achterhaald kunnen worden.

Wat doet de Partij voor de Dieren tegen de malafide hondenhandel?

De Partij voor de Dieren alles doet wat binnen haar mogelijkheden ligt om de malafide hondenhandel aan te pakken. Malafide fok en handel komen helaas nog maar al te vaak voor. Op geld beluste fokkers of handelaren fokken uit puur winstbejag, met zo veel mogelijk nestjes per moederhond. Daarbij ontbreekt medische zorg en de puppies worden te vroeg bij de moeder weggehaald, niet gesocialiseerd en niet ingeënt.

Ook zijn er handelaren die bij een asiel een hond kopen en deze een paar dagen later voor veel meer geld aanbieden op het internet. Of handelaren die nestjes rashonden bestellen bij fokkers in Oost-Europa, naar Nederland vervoeren en hier via het internet verkopen. Dat vervoer gebeurt onder erbarmelijke omstandigheden, vaak met een neppaspoort waarop entingen vermeld staan die nooit gegeven zijn. Omdat de prijs op het internet vaak lager ligt dan bij een rashondenvereniging of het dierenasiel, laten mensen zich verleiden in zee te gaan met deze fokkers en handelaren. De gevolgen laten zich raden: de dieren zijn zwak, ziek en moeilijk socialiseerbaar. Bovendien wordt daarmee (vaak onbedoeld) de malafide handel in stand gehouden.

Om paal en perk te stellen aan deze wanpraktijken pleit Partij voor de Dieren voor een strenge regelgeving in de dierenbranche, zoals bijvoorbeeld een verplichte certificering van fokkers en handelaren en een verplichte Identificatie & Registratie van honden en katten door middel van chippen.

In het partijprogramma van de Partij voor de Dieren staat het volgende over dierenhandel:

- Dieren dienen bij de verkoper en fokker op welzijnsvriendelijke wijze te zijn gehuisvest, die volledig tegemoetkomt aan de gedragsbehoeften van de dieren. In dat kader dient het Honden- en Kattenbesluit te worden gehandhaafd.

- Alle bedrijven die zich met de handel in gezelschapsdieren bezighouden, dienen verplicht gecertificeerd te worden.

- Er moet een algehele Identificatie & Registratieplicht komen voor honden en katten, onder andere via het plaatsen van chips.

- In de certificatie-eisen moet worden opgenomen dat de verkoper uitgebreide, ook schriftelijke informatie over de verzorging van een dier moet geven vóór de aankoop van een dier. Verder moet worden vastgelegd dat de verkoper van een dier de verantwoordelijkheid heeft om zich ervan te verzekeren dat de beoogde houder een dier welzijnsvriendelijk kan houden.

- Het personeel dat dieren verkoopt dient een opleiding te hebben gevolgd die voldoende kennis omtrent de aangeboden dieren garandeert.

- Hondenhandelaren moeten in de overdrachtspapieren vermelden wie de eigenaar van de moederhond van de verhandelde pups is en waar deze verblijft.

- De verkoop van pups en kittens zonder moeder in dierenwinkels dient verboden te worden.

- Er moet een verbod komen op de handel in dieren die in het buitenland onder slechte omstandigheden zijn gefokt. De Nederlandse, gecertificeerde handelaar dient alleen dieren van volgens de Nederlandse normen werkende buitenlandse bedrijven te verhandelen.

- Wanneer een handelaar wordt betrapt op overtreding van de fok- en/of importregels, is hij aansprakelijk voor de kosten van de medische behandeling van de dieren die daaruit voortvloeien. De nieuwe eigenaar krijgt deze bovengemiddelde kosten zonder zelf procederen vergoed. Daarnaast dient de handelaar een houd- en handelsverbod opgelegd te krijgen.

De Partij voor de Dieren boekte al succes in haar strijd tegen de malafide handel. Op 4 februari 2008 dienden we  bij de bespreking Nota Dierenwelzijn een motie in over het ontwikkelen van een plan van aanpak om de malafide hondenhandel tegen te gaan en deze motie is aangenomen. Klik hier voor de motie.

In de Tweede Kamer vragen we voortdurend aandacht voor de malafide hondenhandel. Voor een overzicht van Kamervragen, debatbijdragen en moties, klik hier.

Wij zullen tegen de malafide handel in dieren blijven ageren.

Dieren in het wild

Wat vindt de Partij voor de Dieren van het rapen van kievitseieren?

De Partij voor de Dieren is nadrukkelijk tegen het rapen van kievitseieren. We vinden dat het uitoefenen van een hobby of het in stand houden van een 'cultuurhistorische traditie' niet ten koste mag gaan van de dieren. De belangen van de natuur en andere levende wezens mogen niet ondergeschikt worden gemaakt aan menselijke tradities. De Partij voor de Dieren pleit daarom voor een verbod op het rapen van kievitseieren.

Wat is het standpunt van de Partij voor de Dieren over de jacht op wilde zwijnen?

Op dinsdag 16 oktober 2007 vond het debat over de wilde zwijnen plaats. De minister wil de drijfjacht (drukjacht) op de Veluwe toestaan. De lobbyisten van de jagers en van het ministerie trokken alles uit de kast om coalitiepartij PvdA te laten instemmen met het voorgenomen besluit van de minister. Maar gelukkig heeft de PvdA laten weten dat ze -nu en in de toekomst- niet akkoord gaat met de drijf- en drukjacht. Een fikse tegenvaller voor de jagers! Ook de minister kan er slecht mee omgaan. Zij zei: “Ik wil eerst de stemmingen van aanstaande donderdag wel eens afwachten voordat ik afzie van de drukjacht”. Inmiddels wordt steeds meer mensen duidelijk dat de zwijnenoverlast door jagers geregisseerd is. Ze hebben jarenlang geen zeugen geschoten, zodat er veel jongen zouden zouden worden geboren. Ook hebben ze illegaal bijgevoerd, en hebben ze werkeloos toegekeken bij gaten in afrasteringen die als door een wonder ontstonden.

Sommige mensen vragen ons of we liever zien dat de zwijnen van honger en ziekte doodgaan. Maar jagers maken zich ook geen zorgen over de populatieontwikkeling van roodborstjes, egeltjes en hermelijnen. En het flauwekulargument dat zwijnen geen natuurlijke vijanden meer zouden hebben is volledig achterhaald. Niet roofdieren bepalen de omvang van een populatie, maar het voedselaanbod. Het is natuurlijk duidelijk dat we geen enkel zwijn ziekte of dood toewensen, maar we weten (samen met dr Groot Bruiderink van Alterra) dat natuurlijke selectie zonder jacht tot een stabiele populatie leidt. De jagersbelangen verzetten zich ertegen om daar eindelijk eens mee aan de slag te gaan. De Partij voor de Dieren heeft een motie ingediend die de minister verzoekt om een jachtvrij omheind gebied aan te wijzen, zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer ook graag willen. In dat gebied zou een aantal jaren niet gejaagd en bijgevoerd mogen worden. Dan kun je zien hoe goed de natuur zichzelf kan reguleren.

Klik hier voor een overzicht van Kamervragen, debatbijdragen en moties over wilde zwijnen.

Dierenmishandeling

Wat doet de Partij voor de Dieren tegen dierenmishandeling en -verwaarlozing?

De Partij voor de Dieren heeft in de Tweede Kamer al vaak gepleit voor het harder aanpakken van dierenmishandeling en -verwaarlozing. We grijpen alle mogelijkheden aan om dit opnieuw te doen. We werken hard aan meer en zwaardere straffen tegen dierenmishandeling. De Partij voor de Dieren pleit al vanaf haar komst in de Kamer voor een, langdurig of in ernstige gevallen levenslang, houdverbod voor mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige vormen van dierenmishandeling en de wettelijke zorgplicht voor hun dieren verzaken. Vooralsnog bestaat er helaas nog geen Kamermeerderheid voor een dergelijk houdverbod.

Daarnaast stelt op dit moment de strafbepaling voor dierenmishandeling niets voor en komen er nauwelijks zaken voor de rechter. De Partij voor de Dieren wil dat het Openbaar Ministerie meer prioriteit geeft aan het vervolgen van veroorzakers van dierenleed en zal hier in de Kamer op blijven aandringen. Dieren mogen niet het slachtoffer worden van hun gewelddadige eigenaren.

In ons partijprogramma staan de volgende maatregelen waar we voor pleiten:

- Nederland krijgt een regionale dierenpolitie die belast wordt met de opsporing van dierenmishandeling. Mishandeling en verwijtbare verwaarlozing worden zwaarder bestraft.
- Er komt meer prioriteit bij het OM voor het vervolgen van dierenmishandeling en verwaarlozing.
- Een levenslang houdverbod wordt als zelfstandige straf of maatregel ingevoerd in het Wetboek van Strafrecht.
- Bij de opsporingsdiensten komt meer aandacht voor het herkennen van signalen van dierenmishandeling en de relatie met huiselijk geweld.
- Het afsteken van vuurwerk tijdens de jaarwisseling door particulieren wordt verboden. Door de gemeente georganiseerd vuurwerk blijft wel toegestaan.

We stellen dierenverwaarlozing en -mishandeling vaak aan de orde in de Tweede Kamer. De Partij voor de Dieren stelde bijvoorbeeld Kamervragen over het achterwege laten van strafvervolging na dierenmishandeling, over de strafmaat van dierenmishandeling en over het doodmartelen van een hond. Klik hier voor een overzicht van alle Kamervragen, debatbijdragen en moties over dierenmishandeling en –verwaarlozing.

De Partij voor de Dieren zal zich in blijven zetten om een beter dierenwelzijnsbeleid te realiseren. Rechten van dieren moeten in de grondwet komen. Wij streven dan ook naar een versterking van de morele en juridische status van dieren door middel van de erkenning van dieren als wezens met bewustzijn en gevoel. Op nationaal niveau moeten de rechten van dieren in de grondwet worden vastgelegd en de bescherming van dieren moet in een zelfstandige dierenbeschermingswet worden gewaarborgd.

Een dier in uw omgeving wordt mishandeld of verwaarloosd; wat nu?

De Partij voor de Dieren raadt iedereen die (direct of indirect) getuige is van dierenmishandeling of  -verwaarlozing aan contact op te nemen met de Landelijke Inspectie Dienst (LID) van de Dierenbescherming. De LID is te bereiken via 0900-2021210 (0,10 ct./min). De LID is een landelijk opererende opsporings- en toezichthoudende dienst op het gebied van dierenwelzijn. Naast het behandelen van meldingen over dierenverwaarlozing en -mishandeling voert de LID regelmatig controles en nderzoeken uit om dierenleed aan het licht te brengen.

Als het gaat om beschermde diersoorten kunt u bellen met de Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie van Landbouw. De AID is te bereiken op nummer 045-5466230.

In geval van dierenmishandeling of -verwaarlozing kunt u natuurlijk ook contact opnemen met de plaatselijke politie.

Wat kan de Partij voor de Dieren doen aan dierenmishandeling in het buitenland?

De Partij voor de Dieren streeft naar een versterking van de morele en juridische status van dieren, door middel van de erkenning van dieren als wezens met bewustzijn en gevoel. Wij vinden dat op nationaal niveau de rechten van dieren in de grondwet moeten worden vastgelegd, en dat de bescherming van dieren in een zelfstandige dierenbeschermingswet moet worden gewaarborgd.

Wanneer dierenmishandeling plaatsvindt in het buitenland kunnen wij helaas nog weinig uitrichten, omdat wij alleen de Nederlandse autoriteiten kunnen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Alleen als er een verband is met Nederland kunnen wij wellicht actie ondernemen. 

De Partij voor de Dieren zal bij de eerstvolgende Europese parlementsverkiezingen proberen om ook op Europees niveau vertegenwoordiging te krijgen, zodat wij dierenmishandeling en –verwaarlozing ook op Europees niveau kunnen aanpakken.

Tot die tijd raden wij mensen aan om in geval van dierenmishandeling in het buitenland contact op te nemen met de autoriteiten of de lokale dierenopvang- of hulporganisaties in het betreffende land.

Milieu en klimaat

Is de Partij voor de Dieren voor gasboringen in de Waddenzee?

De Partij voor de Dieren is tegen boringen in de Waddenzee.  Het is het niet verstandig en ook onnodig om in enkele jaren tijd al het gas uit de bodem van de Waddenzee te halen. De bodemdaling als gevolg van boringen is in deze periode van zeespiegelstijging extra riskant. Bovendien is het Waddengebied eigenlijk te kwetsbaar voor boringen. De risico's wegen volgens de Partij voor de Dieren niet op tegen de beperkte baten.

Hoe wil de Partij voor de Dieren de klimaatverandering tegen gaan?

Het is duidelijk dat menselijk handelen de oorzaak is van het broeikaseffect. De intensieve veehouderij stoot zelfs meer broeikasgassen uit dan het autoverkeer. Drastische maatregelen zijn nodig. Nederland moet daarmee niet wachten op andere landen, maar moet zelf het voortouw nemen.

Het energieverbruik moet drastisch naar beneden. Hetzelfde geldt voor de vleesconsumptie. Alternatieve energie moet krachtig ontwikkeld worden. De overheid moet het openbaar vervoer stimuleren.

Wat vindt de Partij voor de Dieren van het afsteken van vuurwerk?

De regering heeft helaas besloten om de eisen die worden gesteld aan vuurwerk te versoepelen. Hierdoor is krachtiger vuurwerk dan voorheen toegestaan. Het argument is dat hiermee wordt voorkomen dat Nederlanders massaal naar België en Duitsland gaan om daar het zwaardere vuurwerk te kopen. De Partij voor de Dieren betreurt het versoepelen van de eisen, omdat de hoeveelheid zwaarder vuurwerk in Nederland nu is toegenomen.

We hebben als partij in de Tweede Kamer een amendement gesteund om vuurwerk financieel te belasten met een milieuheffing.

De Stichting Ideële Reclame en de Dierenbescherming voeren regelmatig campagne om de mensen te waarschuwen voor de gevaren van vuurwerk. Wij vinden dat primair een zaak van de maatschappelijke organisaties. Wij van onze kant zullen het vuurwerkgebruik kritisch volgen en proberen zoveel mogelijk in te perken, vooral wat betreft de zwaarte van het vuurwerk.

Wanneer u klachten heeft over vuurwerk (regels met betrekking tot verkoop), dan kunt u contact opnemen met uw gemeente en politie. Misbruik van vuurwerk naar dieren toe kunt u melden bij het Meldpunt Dierenmishandeling (0900 2021210) van de Dierenbescherming, of bij de politie.

Om dierenleed door vuurwerk zoveel mogelijk te voorkomen heeft de Dierenbescherming een aantal handige tips voor huisdiereigenaren:

• Laat uw hond op oudejaarsnacht voor 22.00 aangelijnd uit.
• Houd katten in huis en zorg dat kattenluik, ramen en deuren gesloten zijn.
• Controleer of het huisdier zijn naamkokertje nog omheeft of zorg dat het dier is gechipt.
• Is het dier erg bang voor vuurwerk, haal dan wat kalmeringstabletten bij de dierenarts.
• Zorg dat er tijdens het afsteken van vuurwerk tenminste één huisgenoot bij de dieren blijft. Maar ga de dieren niet troosten, het dier krijgt dan de indruk dat er iets mis is. Het beste is het angstige gedrag van het dier te negeren en zo normaal mogelijk gedrag te vertonen.
• Houd u zelf strikt aan de toegestane tijden voor het afsteken van vuurwerk en koop siervuurwerk, in plaats van knalvuurwerk.
• Vergeet ook niet de eerste dagen van het nieuwe jaar extra voorzichtig te zijn met het uitlaten van de hond; dit met het oog op overgebleven vuurwerk. En houd extreem angstige katten nog even binnen.

Veiligheid

Welk beleid wil de Partij voor de Dieren ten aanzien van (soft)drugs?

Wij vinden dat de overheid de nadelen van drugsgebruik duidelijker aan jongeren moet communiceren. Goede voorlichting is belangrijk. 

De keuze om wel of geen softdrugs te gebruiken beschouwen we wel als de persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid van de burger. Het ligt niet voor de hand het een middel toe te staan (alcohol, tabak) en het andere te verbieden (cannabis), zonder dat er duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de gevaren die eraan kleven.

Legalisering van softdrugs is nodig. Juist door softdrugs in het criminele of grijze circuit te drukken bestaat de kans dat jongeren sneller in aanraking komen met harddrugs. De mogelijkheden om softdrugs te verstrekken voor medische doeleinden moeten worden verruimd.

Vindt de Partij voor de Dieren dat er strenger gestraft moet worden in Nederland?

Straffen moeten in in sommige gevallen, indien nodig, strenger kunnen worden.

Straffen moeten wel vooral gericht zijn op gedragsverbetering bij de daders.

Volksgezondheid

Wat is het standpunt van de Partij voor de Dieren over abortus?

De Partij voor de Dieren is niet voor een verbod op abortus. We hebben vrede met de huidige Nederlandse wetgeving over dit onderwerp, waarbij het uitgangspunt is dat de zwangere vrouw beslist.

Wat vindt de Partij voor de Dieren van euthanasie?

De Partij voor de Dieren is voorstander van persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid in morele kwesties. Wij vinden dat de overheid een faciliterende rol moet spelen bij het zelf laten kiezen door mensen tussen leven en dood.

Binnenlandse Zaken

Welke standpunten heeft de Partij voor de Dieren over het onderwijs in Nederland?

Onderwijs is de ruggengraat van onze samenleving, zeker van een kenniseconomie zoals de onze. Het vakonderwijs is op één hoop gegooid met de theoretische leerweg, zodat veel leerlingen zich ongelukkig voelen in onderwijs dat niet echt bij ze past. Er is veel te veel bezuinigd op onderwijs, en door fusies zijn grote leerfabrieken ontstaan waar persoonlijke aandacht ver te zoeken is. Kortom, niet de leerling staat centraal, maar de protocollen, de budgetten en de nieuwe managers.
Onderwijs moet weer kleinschalig worden, toegesneden op de wensen van de leerling én de samenleving. Het onderwijs moet niet betaald worden door sponsors uit het bedrijfsleven (die daar invloed voor terug willen) maar door ons allemaal. Bovendien moet studeren aantrekkelijker worden. Het valt niet te verklaren dat een jongere in de bijstand meer geld krijgt dat een student aan MBO, HBO of universiteit. De lerarensalarissen moeten fors omhoog, het onderwijs moet voor iedereen toegankelijk zijn en de beurzen moeten omhoog, waarna terugbetaling kan volgen wanneer na afstuderen een baan is gevonden. Studieschulden bij commerciële instellingen moeten worden vervangen door overheidstoelagen. De studieboeken moeten gratis worden, er moet dieren-, natuur- en milieu-onderwijs komen voor alle leerlingen om ze kennis over onze leefomgeving bij te brengen. Op de basisschool moet het schoolzwemmen terugkomen, en op basisschool en voortgezet onderwijs moeten sport en creatieve vakken meer aandacht krijgen.

Hoe wil de Partij voor de Dieren de problemen op de woningmarkt oplossen?

Er moet véél creatiever omgegaan worden met de woningmarkt. Het platteland (dorpen en buitengebieden) moet gerevitaliseerd worden, door mensen die ruim wonen de kans te bieden vrijwillig in te schikken en ze daartoe te stimuleren. Iedereen met een erf groter dan 600m2 mag een schuur, garage of stal inruilen voor de bouw van een extra woning, zodat het meergeneratiewonen bevorderd wordt. Ouders kunnen op het erf van hun kinderen gehuisvest worden, kinderen kunnen – als ze willen - in eerste aanleg op het erf van hun ouders komen wonen. In de komende 3 jaar is er behoefte aan 255.000 extra seniorenwoningen. In 2015 is het tekort opgelopen tot 400.000 woningen. Wanneer het bijbouwen op eigen erf wordt toegestaan zonder dat het bouwvolume toeneemt, is dat niet schadelijk voor de groene ruimte, wordt dat geheel gefinancierd door de burgers zelf en bevordert dat de mantelzorg, de leefbaarheid en evenwichtige bevolkingsopbouw op het platteland. Het betekent verder een enorme impuls voor economie en werkgelegenheid. Wanneer 100.000 burgers gebruik maken van deze mogelijkheid en op eigen erf een extra woning bouwen van 200.000 euro, levert dat een economische impuls op van 20 miljard euro, plus een toename van de woningvoorraad voor jongeren en ouderen van 100.000 woningen.
Eenzelfde regeling zou toegestaan kunnen worden voor het saneren van bedrijven in de intensieve veehouderij en bij de sloop van stalruimte en schuren, voor de bouw van appartementen (tot een gelijke oppervlakte, elk afzonderlijk appartement maximaal 300m3) om zoveel mogelijk mensen een kans op een woning te bieden. Dat biedt mogelijkheden tot warme sanering van een dieronvriendelijke sector en extra woonruimte in de mooiste delen van ons land, zonder de groene ruimte verder aan te tasten. Daarmee wordt meteen ook de druk op de stedelijke woningvoorraad kleiner, omdat minder jongeren én ouderen de noodzaak hebben naar de stad te trekken voor huisvesting. In de steden willen we het splitsen van grote woningen tot kleinere wooneenheden vergemakkelijken om een soortgelijk effect te bewerkstelligen.

Hoe belangrijk vindt de Partij voor de Dieren de vrijheid van meningsuiting?

De Partij voor de Dieren vindt vrijheid van meningsuiting van essentieel belang. Wij leven in een land waarin iedereen kan zeggen hoe hij of zij over bepaalde zaken denkt. Daardoor kunnen ook wij, als politieke partij, zeggen hoe we over bepaalde zaken denken.

Het uiten van ideeën en gedachten heeft, afhankelijk van de scherpte van de formulering en de maatschappelijke en persoonlijke waarde, altijd een bepaalde uitwerking op personen. Sommige meningen kunnen als beledigend worden ervaren, maar dat blijft een persoonlijke interpretatie. Voor ons als partij is het van belang of een uiting een doel dient, of de zender een standpunt inneemt, en of hij niet beledigt met als enige doel een ander te kwetsen.

Daarbij moet worden opgemerkt dat dit soms moeilijk te beoordelen is, en dat de rechtspraak in het uiterste geval hier een beslissende rol in moet spelen.

Is de Partij voor de Dieren voorstander van homo-emancipatie en het homohuwelijk?

De Partij voor de Dieren vindt dat mededogen, respect en tolerantie de uitgangspunten van onze samenleving moeten zijn. Daarbij hoort dus ook respect voor ieders seksuele geaardheid. Wij steunen de emancipatiestrijd van homoseksuelen van harte. De Partij voor de Dieren vindt het verkeerd als trouwambtenaren mogen weigeren homohuwelijken te sluiten. De ambtenaren moeten zich ten alle tijden aan de wet te houden, en er dienen dan ook geen uitzonderingen gemaakt te worden.

Hoe staat de Partij voor de Dieren tegenover discriminatie?

De Partij voor de Dieren is tegen elke vorm van discriminatie op basis van ras, sekse, afkomst, seksuele geaardheid, religie of levensbeschouwing.

Moeten kerk en staat in Nederland volgens de Partij voor de Dieren gescheiden zijn?

De Partij voor de Dieren is voorstander van een strikte scheiding tussen kerk en staat. Om die reden heeft onze partijleider Marianne Thieme ook bij haar ambtsaanvaarding als kamerlid niet de eed, maar de gelofte afgelegd.

Europese Zaken

Hoe staat dierenwelzijn er in Nederland voor in vergelijking met de rest van Europa?

Heel veel mensen denken dat wij in Nederland wat betreft dierenwelzijn het beste jongetje van de klas zijn, maar dat is absoluut niet waar. Zo zijn bijvoorbeeld de maatregelen om varkens meer ruimte te geven minder streng geworden. Een zeug zit hier vast tussen vier hekken, en kan één stapje voor- en één stapje achteruit doen. En dat een heel leven lang. Nederland bungelt wat betreft dierenwelzijn onderaan in Europa. Daar wil de Partij voor de Dieren verbetering in brengen. Nederland moet en kan op dit gebied, veel meer dan nu het geval is, een voortrekkersrol spelen.

Wat is het standpunt van de Partij voor de Dieren met betrekking tot de Codex Alimentarius?

De Codex Alimentarius omvat de eisen die worden gesteld aan de voedselveiligheid van producten die internationaal worden verhandeld. De Codex speelt een belangrijke rol bij handelsconflicten, omdat op grond van Codexeisen producten aan de grens mogen worden geweigerd als zij niet of onvoldoende aan de veiligheidseisen voldoen. Daarmee is de Codex een belangrijk instrument voor het reguleren van de wereldhandel.

De Partij voor de Dieren vindt echter dat het ook een tandeloos instrument is omdat de Codexeisen op het gebied van voedselveiligheid zeer minimaal zijn, en omdat het proces om tot de eisen te komen zeer stroperig en langdurig is. Bovendien hebben lobbyisten van de grote multinationals een actieve inbreng in het opstellen van de eisen, waardoor handelsbelangen de boventoon voeren. Zo zijn in 2005 in de Codex normen vastgesteld voor voedingssupplementen, mineralen en vitaminen. Deze maken het verplicht om beperkende maximumdoses voor vitaminen en mineralen in te stellen, en om claims dat voedingssupplementen, vitaminen en mineralen geschikt zijn voor gebruik bij de preventie, verlichting, behandeling of genezing van ziekten te verbieden. Dit verbod kwam mede tot stand onder grote druk van de farmaceutische industrie, die bij de Codex-onderhandelingen een belangrijke vinger in de pap heeft. Door deze eisen te stellen willen zij voorkomen dat natuurlijke mineralen en vitaminen concurreren met de eigen producten.

De Partij voor de Dieren vindt dat een ongewenste gang van zaken en zal zich daar waar mogelijk hard maken tegen de macht van multinationals in de Codex. Bovendien vinden wij dat consumenten de vrijheid moeten behouden om die voedingssupplementen aan te schaffen die zij willen.

Een groot gebrek van de Codex is dat deze zich alleen richt op voedselveiligheidseisen ten aanzien van de producten en het productieproces en de omstandigheden waaronder een product wordt geproduceerd buiten beschouwing laat. Bijvoorbeeld eisen ten aanzien van dierenwelzijn, kinderarbeid, ontbossing, eerlijke handel etc. zijn geen onderdeel van de Codex onderhandelingen. De Partij voor de Dieren vindt dat een groot gemis.

De Partij voor de Dieren heeft dus niet veel vertrouwen in de Codex Alimentarius als een instrument om de vrije wereldhandel te reguleren en ziet liever dat de Non Trade Concerns (zoals dierenwelzijn, arbeidsomstandigheden, milieu en klimaat) een plek krijgen binnen de WTO onderhandelingen zelf. De Partij voor de Dieren heeft er diverse malen bij de regering op aangedrongen het belang van deze Non Trade Concerns te blijven onderstrepen in de vergaderingen met de Europese Commissie.
De Europese Commissie heeft namelijk één onderhandelaar voor de hele Europese Unie, waardoor Nederland niet zelf direct kan onderhandelen in WTO verband.

De Codex-onderhandelingen spelen zich ook met name af op Europees niveau, maar de Nederlandse overheid heeft een actieve rol in de Codex-commissies (zie voor contactpersonen www.codexalimentarius.nl). U kunt ook via een maatschappelijke organisatie deelnemen aan de Nederlandse voorbereidende debatten over het Nederlandse standpunt. Het parlement heeft een bescheiden rol in deze Codex-vaststellingsprocedures, maar daar waar mogelijk zullen wij onze stem laten horen.

De Partij voor de Dieren heeft op 17 juli 2008 Kamervragen gesteld over de Codex Alimentarius. Klik hier om de Kamervragen te bekijken.

Voor meer informatie over de Codex Alimentarius verwijzen wij u graag naar het 'Codex secretariaat' van LNV. 

Buitenlandse Zaken

Hoe staat de Partij voor de Dieren tegenover de Nederlandse missie in Uruzgan?

De Partij voor de Dieren is voor vrede, veiligheid, vrijheid, democratie en wederopbouw; ook in Uruzgan. Helaas hebben we niet de indruk dat de Nederlandse missie in Uruzgan daaraan deze zaken bijdraagt. We gingen naar de Afghaanse provincie onder het mom van wederopbouw, maar inmiddels hebben we Ghurka's (Nepalese vechtjassen in  Britse dienst) nodig voor waar de missie kennelijk echt voor bedoeld is. President Karzai ziet de Taliban als "een verslagen strijdgroep". Hij onderhandelt met de Taliban om hen op te nemen in zijn regering. Ondertussen zetten Nederlandse mannen en vrouwen hun leven op het spel in een oorlog met de Taliban. De Partij voor de Dieren is voor een Ghurka-verbod en tegen verlenging van de missie in Uruzgan.

In het partijprogramma van de Partij voor de Dieren staat het volgende over onze visie op deelname aan militaire missies:

"Het buitenlandse beleid dient er op gericht te zijn de oplopende spanningen in de wereld te verminderen. Het is noodzakelijk om steeds de oorzaken van de spanningen en conflicten te onderzoeken en niet louter te reageren op het geweld dat door dieper liggende oorzaken wordt opgewekt. Daarmee ontstaan immers vicieuze cirkels van geweld die mensen tot steeds extremere opvattingen en daden brengen. De voedingsbodem voor geweld en internationale politieke en militaire conflicten dient te worden weggenomen en Nederland zal daarin eerder een rol moeten vervullen dan in deelname aan militaire missies."

Terug